Abortus en autonomie (1): wat je voelt, en wat je denkt dat je hoort te voelen
Over opluchting, twijfel, blijdschap, ruis en de vraag in hoeverre een keuze ooit helemaal van jou voelt.
Niet iedereen voelt verdriet na een abortus.
Sommige vrouwen voelen opluchting. Rust. Helderheid. Intense blijdschap. Omdat iets ineens weer klopt. Omdat hun leven weer van hen voelt. Omdat ze diep vanbinnen al wisten dat dit de juiste keuze was.
Alleen bestaat er opvallend weinig ruimte voor dat soort gevoelens.
Er lijkt een maatschappelijk script te bestaan waarin verdriet geloofwaardiger voelt dan opluchting. Alsof zwaarte bewijst dat je zorgvuldig bent geweest. Alsof twijfel een vorm van moraliteit is. Alsof een keuze pas legitiem genoeg wordt wanneer iemand er zichtbaar onder lijdt.
Terwijl de werkelijkheid bijna nooit zo overzichtelijk is.
Abortus gaat zelden alleen over een zwangerschap. Het gaat over timing, relaties, angst, vrijheid, gezondheid, je leven en nog zoveel meer. Ook opluchting over een leven dat ineens weer verder kan bewegen.
En misschien nog wel het meest: over ruis.
Want zodra het onderwerp abortus op tafel komt, verschijnt er ineens een complete geluidsmuur om vrouwen heen. Allerlei verwachtingen, aannames, meningen en projecties. Zeker ook politieke standpunten, religie, feminisme, conservatisme, moraliteit, oordeel en zo kan ik (helaas) nog wel even doorgaan.
Iedereen lijkt iets te voelen over abortus.
Behalve de persoon die de keuze daadwerkelijk moet maken.
Er lijkt vaak maar één acceptabele emotie te bestaan
Er zijn weinig onderwerpen waarbij emoties zo sterk gereguleerd lijken te worden als bij abortus.
Niet wettelijk misschien (alhoewel het nog wel steeds gewoon in het wetboek van strafrecht staat) maar cultureel wel.
De “goede” reactie na een abortus lijkt vaak nog steeds een combinatie van verdriet, twijfel en zwaarte. Dat zijn de emoties die mensen hierin herkennen. Die passen binnen het script dat we collectief hebben geschreven rondom vrouwelijkheid, moederschap en verlies.
Een vrouw die zichtbaar verdrietig is na een abortus wordt sneller gezien als zorgvuldig, serieus, paradoxaal genoeg moederlijk, én menselijk. Begrijpelijk.
Maar een vrouw die zegt dat ze vooral opluchting voelde?
Die maakt mensen ongemakkelijk.
Alsof opluchting betekent dat iets je niets deed. Alsof rust automatisch gelijkstaat aan kilte. Alsof helderheid minder echt is dan verdriet. Terwijl dat natuurlijk echt helemaal nergens op slaat. Je kunt iets intens voelen én tegelijkertijd weten dat het de juiste keuze was.
Sterker nog: juist dát kan congruentie zijn. Blijdschap zelfs; onderbelicht in het spectrum van emoties die allemaal even valide zijn na een abortus.
Toch lijkt de samenleving nog steeds moeite te hebben met vrouwen die zonder publieke zelfkastijding zeggen dat een abortus hen juist dichter bij zichzelf bracht. Misschien (of, dare I say, waarschijnlijk) omdat we vrouwen nog steeds vaak het meest geloofwaardig vinden wanneer ze lijden.
Er hangt sowieso een vreemd soort romantisering, en normalisering, rondom vrouwelijke pijn. Alsof een moeilijke keuze pas diepgang krijgt wanneer iemand eraan kapotgaat. Vrouwen moeten in deze vaak hun menselijkheid bewijzen via schuldgevoel.
Maar sommige vrouwen voelen na een abortus geen leegte. Ook heel menselijk. Sommige vrouwen voelen juist ruimte. En ook dat is helemaal terecht.
We zouden daar eindelijk eens eerlijker over moeten zijn. Het lijkt wel alsof het nu nog veel moralistischer geworden dan toen ik mijn abortus onderging toen ik 19 was. Misschien was ik naïef maar iedereen vond het prima, was mijn keuze. Ik heb het idee dat we nu in een andere wereld leven, en toen was het natuurlijk ook verre van perfect. Die 5 dagen ‘bedenktijd’? Wat een laatdunkendheid. Terwijl je er tegelijkertijd zogenaamd wel voor wordt aangezien moeder te kunnen worden. Call me confused.
De werkelijkheid is veel rommeliger dan dat
De werkelijkheid rondom abortus is zelden zwart-wit. Dat maakt het onderwerp voor veel mensen ingewikkeld. We houden van duidelijke verhalen. Van heldere rollen en ook van mensen die honderd procent zeker zijn van wat ze voelen.
Maar echte levens werken meestal niet zo. Sommige vrouwen twijfelen wekenlang, sommige weten het direct. Andere vrouwen voelen verdriet én opluchting tegelijk. Weer andere vrouwen voelen helemaal niets of vermoeidheid of rust. Vrouwen. Het zijn net mensen.
Niet omdat de keuze makkelijk was maar omdat de chaos eindelijk stopte.
Rust wordt wat mij betreft ook opvallend weinig benoemd. En ik noem het opvallend weinig omdat het volgens mij wel heel goed te begrijpen is. De chaos stopt dan namelijk. Abortus vindt namelijk nooit plaats in een vacuüm. Er zitten complete levens omheen. En opvallend veel mensen die daar iets van vinden.
Er zijn ook zoveel vrouwen die een abortus ondergaan omdat ze moeder willen worden op een moment waarop ze daar echt ruimte voor voelen. Wat ontzettend fijn dat dit kan!
Er zijn vrouwen die al moeder zijn en weten dat ze het mentaal of fysiek niet aankunnen om opnieuw een zwangerschap te dragen. Vrouwen die net ontsnapt zijn aan een ongezonde relatie. Vrouwen die nu gewoon geen kind willen. Dat zou genoeg moeten zijn, toch?
We zijn altijd op zoek naar redenen, en deze moeten goed en logisch zijn voor buitenstaanders, om een abortus te legitimeren. Inclusief de gevoelens daaromheen. Een kleine opsomming van vrouwen in mijn omgeving en hun redenen:
Ziek zijn
Verliefd zijn
Dachten dat ze geen kinderen wilden en daar later anders over denken
Al kinderen hebben en alsnog voor abortus kiezen, en daarna weer zwanger worden en hier wél heel bewust voor kiezen
Vrouwen die gewoon nooit kinderen willen
Vrouwen die niet weten wie de vader is
Of juist precies weten wie de vader is daarom zeker weten dat ze het niet willen
Vrouwen die rouwen
Dit alles bestaat. En nog veel meer. Alleen praten we er opvallend weinig volledig over.
Vrouwen voelen opluchting. En dat mag zéker ook.
Misschien is opluchting, naast blijdschap, wel de emotie waar het minst ruimte voor bestaat. Omdat opluchting direct botst met het idee dat abortus per definitie traumatisch hoort te zijn.
Opluchting is hierin toch juist heel rationeel? Een vrouw kan opgelucht zijn omdat ze diep vanbinnen wist dat een zwangerschap haar leven compleet zou ontwrichten. En helemaal terecht. Misschien wil ze simpelweg geen moeder worden. Misschien juist wel maar kiest ze ervoor een goede moeder te worden op een ander tijdstip, on her terms. En weer terecht. Als je dan kinderen krijgt gun je ze het beste toch? Alsof het leven van de moeder minder belangrijk is. En het kind ook niet de dupe is uiteindelijk.
Toch lijkt het alsof vrouwen vaak alsnog een soort publieke schuldbekentenis moeten afleggen om serieus genomen te worden. Uitgebreid moeten uitleggen waarom hun keuze écht noodzakelijk was.
Alsof autonomie alleen geldig is wanneer iemand genoeg argumenten verzamelt. Dat zie je trouwens vaker gebeuren richting vrouwen.
We moeten opvallend vaak uitleggen waarom we dan precies bepaalde keuzes maken. Waarom wil je geen kinderen? Waarom wil je wel kinderen? Waarom werk je fulltime? Parttime? Waarom wil je scheiden? Waarom blijf je? Waarom stel je grenzen?
Er zit bijna altijd een impliciete verwachting onder dat vrouwen hun keuzes moeten verantwoorden. En dat is zeker nog zacht uitgedrukt.
Abortus vergroot dat mechanisme alleen maar uit. Terwijl de werkelijkheid soms verrassend helder kan voelen en er gewoon zand in je ogen en hart en hoofd kan worden gestrooid door wildvreemden.
Sommige vrouwen voelen na een abortus simpelweg dat hun lichaam weer van hen is. Dat hun hoofd weer stil wordt, de paniek wegvalt en weer normaal kunnen ademhalen. We zouden dat toch niet hoeven te verbergen achter een soort van verplichte zwaarte? Alle ervaringen, gevoelens, gedachten en acties zijn gewoon ok. Allemaal even valide en gerechtvaardigd. Altijd.
Van jonge meiden tot vrouwen met drie kinderen
Eén van de vreemdste dingen aan het publieke gesprek over abortus is hoe smal het beeld vaak blijft. Alsof er maar één type vrouw bestaat dat een abortus laat doen.
In werkelijkheid is die groep natuurlijk enorm breed.
Er zijn jonge meiden die doodsbang zijn om hun ouders te vertellen dat ze zwanger zijn. Vrouwen van ergens in de dertig die dachten lekker klaar te zijn met kleine kinderen. Relaties die nu al langzaam uit elkaar aan het vallen zijn. Vrouwen die dit ervaren te midden van een affaire. Vrouwen die zelf weer net een beetje gelukkig zijn of vrouwen die hun eigen leven nog nauwelijks kunnen betalen. Of je komt een medische complicatie tegen tijdens je zwangerschap.
Het opvallende is niet dat al deze verhalen bestaan. Er zijn er nog zoveel meer. Maar het opvallende is dat we in veel van deze gevallen nog steeds doen alsof ze uitzonderlijk zijn. Alsof de werkelijkheid steeds opnieuw moet worden teruggeduwd in een overzichtelijk narratief. Voor een ander.
Misschien omdat nuance moeilijker verkoopt. Een heldere moraal is eenvoudiger dan een complexe realiteit.
Maar echte autonomie bestaat juist in die complexiteit.
In het erkennen dat vrouwen verschillende levens leiden. Verschillende grenzen hebben. Verschillende verlangens voelen. Verschillende versies van geluk najagen. Dat vrouwen mensen zijn. Had ik die belachelijke 5 dagen ‘bedenktijd’ al genoemd? Ja he, nou bij deze nog een keer.
Die verschillen tussen ons vrouwen hoeven ook niet opgelost te worden. We zijn geen homogene groep. We zijn niet 1 entiteit of iets dergelijks.
Waarom praten we hier zo weinig eerlijk over?
Mijn mening is dat eerlijke gesprekken over abortus automatisch botsen met bestaande systemen. Met ideeën over vrouwelijkheid, moederschap, politiek en niet in de laatste plaats, controle.
Abortus is namelijk niet alleen een medische handeling. Het is een onderwerp waarop mensen complete wereldbeelden projecteren. Daardoor wordt het voor vrouwen bijna onmogelijk om nog volledig eerlijk te zijn.
Want zodra een vrouw zegt dat ze opluchting, rust of blijdschap voelde, wordt ze voor sommige mensen gevoelloos. Misschien voelde ze inderdaad wel niets, fijn juist toch?
En wanneer ze verdriet voelt, gebruiken anderen dat juist als bewijs dat abortus verkeerd is. Het lijden van vrouwen, nog steeds de normaalste zaak van de wereld. En als je niet genoeg lijdt (of juist teveel lekker geniet) dan wordt het je wel aangepraat. Of er wordt in ieder geval een hele goede poging gedaan om je dat aan te praten.
Wanneer ze twijfelt, zien mensen dat als zwakte.
Wanneer ze zeker weet wat ze wilde, wordt ze soms egoïstisch genoemd.
Er lijkt altijd wel iemand klaar te staan om betekenis te geven aan gevoelens die eigenlijk alleen van die persoon zelf zouden moeten zijn.
En ondertussen ontstaat er iets ingewikkelds. Veel vrouwen gaan hun eigen emoties filteren voordat ze die uitspreken. Niet eens bewust. Maar omdat je al weet welke reacties bepaalde gevoelens oproepen. Je leert snel welke emoties sociaal acceptabel zijn. Welke woorden wel of niet veilig voelen en welke nuances ongemakkelijk worden.
Misschien is dat ook waarom zoveel gesprekken over abortus uiteindelijk onnatuurlijk gaan klinken. Omdat vrouwen niet alleen bezig zijn met voelen wat ze nou zelf écht voelen maar ook met anticiperen op de reactie daarop. Doodvermoeiend.
Er bestaat trouwens nog een andere ongemakkelijke observatie waar opvallend weinig mensen echt bij stilstaan.
Dat er blijkbaar inmiddels vrijwilligers nodig zijn om vrouwen naar binnen en buiten te begeleiden bij abortusklinieken. (Klik hier voor meer info en be shocked dat dit nodig is, toch heel fijn dat het bestaat.)
Gewoon om rustig een afspraak te kunnen bereiken. Omdat er mensen staan te protesteren. Mensen die vinden dat hun overtuiging zwaarder mag wegen dan de autonomie van een ander.
Dat beeld alleen al zegt eigenlijk alles. Niet alleen over abortus. Maar over hoe belachelijk moeilijk het blijkbaar nog steeds wordt gevonden om vrouwen als volledig eigenaar van hun eigen leven te laten zijn.
En het vreemde is: veel van die bemoeienis wordt verpakt als zorg. Bezorgdheid, bescherming. Want, vrouwen weten niet wat ze doen? Wat is de gedachte hierachter? Wat hebben deze mensen met deze levens te maken? Het systeem is kapot.
Voor die persoon die eerst nog langs die protestanten moet lopen voelt het natuurlijk totaal niet als zorgzaamheid of bescherming of zelfs maar iets wat daaraan raakt.
Het voelt als controle. Want dat is ook precies wat het is. Alsof een vrouw op misschien wel één van de meest persoonlijke momenten van haar leven alsnog publiek bezit wordt.
Alsof haar lichaam ineens een maatschappelijk discussieplatform wordt waar iedereen iets van mag vinden. Misschien is dat ook waarom zoveel vrouwen achteraf niet alleen bezig zijn met de keuze zelf, maar ook met alles wat eromheen hing.
De blikken. De aannames. De spanning. Het gevoel bekeken te worden.
En misschien zegt het feit dat die vrijwilligers überhaupt nodig zijn uiteindelijk meer over onze maatschappij dan over abortus zelf. Nee, niet misschien. Zeker niet misschien.
Congruentie: wanneer je gevoel, hoofd en leven op één lijn liggen
Misschien is congruentie uiteindelijk een beter woord dan zekerheid. Zekerheid klinkt namelijk alsof mensen volledig rationeel en zonder twijfel keuzes maken.
Maar congruentie gaat over iets anders. Over alignment. Het gevoel dat je hoofd, je gevoel en je leven eindelijk dezelfde taal spreken. Dat betekent zeker niet dat iets makkelijk voelt. Het betekent enkel dat je voelt en voor jezelf weet dat een bepaalde keuze (of geen keuze) diep vanbinnen voor jou klopt. Ook al is het complex.
Congruentie is trouwens iets waar veel vrouwen nauwelijks ruimte voor krijgen in het leven.
We worden vaak opgevoed om af te stemmen op anderen, rekening te houden met verwachtingen. Om harmonieus te blijven en harmonie te creeeren. Ook vooral niet lastig zijn en ook nog goed anticiperen wat anderen nodig hebben.
Daardoor raken veel vrouwen het contact met hun eigen grenzen ergens onderweg een beetje kwijt. Zo zonde. Maar het is de wereld waarin we leven, de echte realiteit.
En misschien is dat ook waarom onderwerpen zoals abortus zo explosief voelen.
Omdat ze vrouwen ineens dwingen om zichzelf af te vragen: Wat wil ík eigenlijk?
Niet wat sociaal wenselijk is of mijn omgeving of de maatschappij logisch vindt. Maar wat werkelijk klopt voor mijn leven. En dat is altijd een lastige vraag. Los van het onderwerp van abortus ook.
Werk. Relaties. Kinderen. Seks. Geld. Tijd. Ambitie. Wat wil ik nu echt?
Misschien is autonomie uiteindelijk gewoon het vermogen om steeds opnieuw terug te keren naar jezelf, terwijl de wereld voortdurend probeert mee te praten en te sturen.
En nee, dat lukt niet altijd. Soms voel je niet duidelijk wat je wil, ben je te moe of is de ruis te luid. Heel menselijk weer.
Maar het bewust herkennen van die ruis kan al iets betekenen in de congruentie. Omdat je dan tenminste ziet welke stemmen van jou zijn. En welke niet.
Misschien is autonomie vooral het wegfilteren van ruis
Er bestaat tegenwoordig sowieso enorm veel ruis rondom vrouwelijkheid. Is er trouwens altijd al geweest. Maar je moet er op een bepaalde manier uit zien, je ambitie wordt (beide kanten op) bewaakt, je moet op een bepaalde manier seksueel zijn maar niet té. Je mag gelukkig zijn maar wel binnen bepaalde kaders.
Zelfs autonomie is inmiddels bijna een esthetiek geworden. Alsof vrouwen hun vrijheid ook nog op de juiste manier moeten performen.
Misschien maakt dat het juist soms zo moeilijk om nog echt te voelen wat van jou is. Omdat er continu een soort achtergrondkoor meepraat. Social media niet in de laatste plaats. Maar ook familie, onze cultuur, zelfhulp, therapietaal, vrienden.
Zelfs feminisme kan soms veranderen in een nieuwe lijst verwachtingen. De perfecte autonome vrouw. Die altijd grenzen stelt, zeker weet wat ze wel en niet wil en daar nooit meer van af mag stappen.
Maar echte mensen functioneren niet zo. Twijfel, angst, opluchting, spijt, blijdschap bestaan allemaal gewoon. Soms zelfs naast elkaar.
Dat maakt je niet inconsistent. Dat maakt je (kom ik weer met die heerlijke woord) menselijk.
Misschien zit autonomie dus minder in perfecte helderheid. En meer in het langzaam herkennen, voelen en weten wat werkelijk van jou is.
Niet iedereen hoeft hetzelfde te voelen om eerlijk te zijn
Misschien zit het grootste probleem uiteindelijk niet in wat vrouwen voelen na een abortus. Maar in hoe weinig ruimte er bestaat om dat gewoon te laten bestaan. Alsof ervaringen pas geldig worden wanneer ze in een herkenbaar script passen.
Terwijl de werkelijkheid veel groter is dan dat. En misschien hoeft lekker niet iedereen daar direct een oordeel over te vellen.
We zouden toch niet steeds bij alles te hoeven bewijzen en onderbouwen dat onze gevoelens terecht zijn? Omdat een ander het niet snapt? Omgekeerde wereld noem ik dat.
Autonomie hoeft niet perfect, helder of politiek netjes te voelen om echt te zijn.
Misschien begint autonomie juist op het moment dat vrouwen eindelijk mogen erkennen wat ze werkelijk voelen, zonder dat iemand daar direct betekenis aan probeert te geven.
En misschien is dat uiteindelijk de meest ongemakkelijke gedachte van allemaal.
Niet dat vrouwen verschillende keuzes maken. Maar dat die keuzes daadwerkelijk van hen zijn.
In deel 2 kijken we naar de buitenwereld: naar aannames, protest, anticonceptie, verantwoordelijkheid en de manier waarop controle vaak als bezorgdheid wordt verpakt.





