Er zijn complimenten waar vaak werk in verstopt zit.
‘Jij bent ook zó goed georganiseerd.’
Klinkt aardig. Tot je eens gaat kijken wat er allemaal onder dat georganiseerd zijn valt.
Jij weet wanneer de tandarts weer moet. Dat er voor vrijdag nog iets geregeld moet worden, dat iemand de laatste tijd stiller is dan normaal, dat de melk bijna op is, de verjaardag eraan komt en iets wat volgende week een probleem wordt vandaag alvast opgelost kan worden.
Niemand heeft dat hele pakket ooit officieel aan jou toegewezen.
Toch weet jij het.
En als dat lang genoeg duurt, gebeurt er iets vreemds.
Het werk verdwijnt uit beeld en wat overblijft is een karaktereigenschap.
Zij is gewoon zo.
Zorgzaam. Attent. Georganiseerd. Iemand die nu eenmaal overal aan denkt.
Handig verhaal.
Want zodra verantwoordelijkheid persoonlijkheid wordt, hoeft niemand meer te vragen waarom die verantwoordelijkheid zo vaak bij dezelfde persoon terechtkomt.
PARELS kijkt naar wat we zo normaal zijn gaan vinden dat we bijna vergeten ernaar te kijken. Gratis in je inbox.
De verschuiving die niemand aankondigt
Er gebeurt natuurlijk niets magisch op je veertigste.
Je wordt niet wakker met plotseling systeeminzicht en een allergie voor onbetaalde arbeid. Maar jaren hebben wel één vervelende eigenschap: ze leveren vergelijkingsmateriaal op.
Je hebt misschien verschillende banen gehad, relaties, kinderen gekregen of juist niet, ouders zien veranderen, huishoudens gedeeld, vriendschappen zien verschuiven. Niet iedere vrouw leeft hetzelfde leven en niet iedereen herkent hetzelfde patroon.
Maar als je dit werk wél draagt, heb je op een gegeven moment genoeg herhaling gezien om dingen naast elkaar te kunnen leggen.
Waarom ben ik eigenlijk steeds degene die dit weet?
Dat is iets anders dan ontdekken dat mental load op je veertigste ineens begint.
Misschien zie je juist voor het eerst scherp wat allang bezig was.
Misschien is dat ook waarom dit soort patronen later in een leven zo irritant helder kunnen worden. Niet omdat vrouwen ergens tussen hun negenendertigste en eenenveertigste collectief een geheim feministisch besturingssysteem downloaden, maar wél omdat herhaling informatie oplevert. Eén keer iets regelen is gewoon iets regelen. Tien jaar lang steeds degene zijn die ziet wat er geregeld moet worden, begint ergens op te lijken.
En zodra je een patroon eenmaal als patroon ziet, is het opmerkelijk moeilijk om het weer terug te stoppen in het vakje persoonlijkheid.
Dit is deel 1 van een drieluik over mental load. Hier begint het bij herkenning: wat gebeurt er wanneer onzichtbare verantwoordelijkheid zo gewoon wordt dat ze op karakter gaat lijken?
→ Deel 2 - ‘Waarom mental load geen toeval is’ kijk ik naar waarom dat werk zo vaak dezelfde kant op valt.
→ Deel 3 - ‘Altijd moe, altijd aan’ gaat over wat er gebeurt wanneer je probeert het anders te verdelen; en zelfs de oplossing weer bij jou terechtkomt.
Het werk begint vóór de taak
Boodschappen doen is een taak.
Maar voordat iemand met een tas thuiskomt, moet iemand hebben gezien dat er iets ontbreekt, bedacht hebben wat er deze week gegeten wordt, rekening hebben gehouden met wie wanneer thuis is en onthouden hebben dat er donderdag ineens vier mensen mee-eten.
Die laag past slecht op een takenlijst.
Een tandarts bellen kun je afvinken. Het moment waarop iemand bedenkt dat het alweer bijna tijd is voor controle staat nergens. Net als uitzoeken wanneer iedereen kan, de afspraak onthouden en zorgen dat er op die dag niet óók al drie andere dingen staan.
Dat is het vreemde aan mental load: tegen de tijd dat de zichtbare taak begint, is een deel van het werk al gedaan.
Onderzoekers noemen dat ook wel cognitive household labor: anticiperen, plannen, monitoren en organiseren. In recent onderzoek onder moeders bleek juist die cognitieve laag nog schever verdeeld dan de fysieke uitvoering van huishoudelijke taken; ander Europees onderzoek vindt eveneens een duidelijke genderverdeling in dit soort denkwerk.
En als jij dat jarenlang automatisch doet, verdwijnt nog iets uit beeld.
Dat het überhaupt werk is.
Langzaam wordt het niet meer gelezen als iets wat jij doet, maar als iets wat jij bent.
Zij denkt vooruit. Zij onthoudt dat soort dingen. Zij vindt dat gewoon belangrijk.
En misschien klopt dat allemaal. Maar wanneer precies dezelfde eigenschappen opvallend vaak van vrouwen worden verwacht, is persoonlijkheid wel een bijzonder handige plek om het onderzoek te staken.
In Deeltijdprinsesjes bestaan niet (Patriarchy serie #1) kijk ik naar dezelfde verdwijntruc bij betaald en onbetaald werk: vrouwen werken niet per se minder, maar een deel van wat ze doen verdwijnt uit de telling.
Je wordt goed in wat je vaak moet doen
En dan komt er nog zo’n heerlijke cirkelredenering.
Maar jij bent hier ook gewoon beter in.
Dat kan prima kloppen.
Wie jarenlang een systeem beheert, weet meer van dat systeem. Als jij de schoolmails leest, weet je welke juf welke dag werkt. Als jij de verjaardagen regelt, weet je wie wanneer jarig is. Als jij meestal de vakanties boekt, weet je welke paspoorten bijna verlopen en welke accommodatie vijf jaar geleden fantastisch was maar inmiddels helaas een animatieteam heeft.
Ervaring is echt, natuurlijk. Als jij jarenlang degene bent die iets doet, is de kans nogal groot dat je er handiger, sneller en beter in wordt dan iemand die het zelden hoeft te doen. Dat is geen vrouwelijke natuur, dat is oefenen. Alleen ontstaat daar gemakkelijk een verrukkelijk gesloten systeem van: jij doet het vaker, daardoor weet jij beter hoe het moet, vervolgens is het efficiënter als jij het doet en voor je het weet geldt je inmiddels opgebouwde expertise als bewijs dat deze taak blijkbaar altijd al bij jou hoorde.
Ergens onderweg verdwijnt de geschiedenis.
We zien nog wel dat zij er goed in is, maar niet meer hoeveel jaren werk ervoor nodig waren om haar zo goed te laten worden.
En dan klinkt “maar jij kunt dit gewoon beter” bijna als een neutrale observatie, terwijl er een hele taakverdeling onder begraven kan liggen.
Eén vraag is geen systeem
Dat iemand één keer vraagt waar de postzegels liggen, bewijst natuurlijk helemaal niets.
Dat jij toevallig beter bent in plannen ook niet.
Onzichtbaar seksisme zit zelden netjes verpakt in één incident waar je een rode cirkel omheen kunt tekenen. Het wordt interessant wanneer kleine verwachtingen zo vaak dezelfde richting nemen dat de verdeling voorspelbaar begint te worden.
Wie wordt gebeld als school iets nodig heeft? Wie weet dat er een verjaardag aankomt? Wie merkt dat er iets schuurt tussen twee mensen aan tafel? Wie denkt aan volgende week terwijl iedereen nog keurig in deze week woont? Wie krijgt automatisch de vraag omdat inmiddels algemeen bekend is dat zij waarschijnlijk het antwoord heeft?
Geen van die momenten hoeft afzonderlijk seksistisch te zijn.
Dat is nu juist het punt.
Een patroon is geen natuurwet waaraan ieder individu moet voldoen. Het is een scheve verdeling die zichtbaar wordt wanneer je ver genoeg uitzoomt.
Dus ja, natuurlijk bestaan er mannen die thuis alles organiseren. Natuurlijk bestaan er vrouwen die geen agenda kunnen vinden als die open voor hun neus ligt.
Dank voor deze ontdekking.
Een patroon wordt niet ongeldig zodra er een uitzondering bestaat. Anders konden we ongeveer alle sociale wetenschap om elf uur ‘s ochtends sluiten en naar huis.
Interessanter is waarom anticiperen, zorgen, onthouden en overzicht houden cultureel nog steeds zo gemakkelijk aan vrouwelijkheid vastplakken dat we ze bijna vanzelf als karakter gaan lezen, terwijl precies dezelfde dingen in een functieprofiel opeens planning, coördinatie, people management of organisatorisch vermogen heten.
Juist daar zit het onzichtbare seksisme.
Niet noodzakelijk in die ene vergeten tandartsafspraak.
Wel in een cultuur waarin het veel minder vreemd voelt als de vrouw toevallig degene is die wist dat de afspraak überhaupt gemaakt moest worden.
En zodra je dat eenmaal ziet, verandert de verdeling niet magisch mee.
Wat als eerste verandert, is de verklaring.
De verkeerde vraag
Misschien ben je dus inderdaad goed georganiseerd.
Misschien zie je veel en denk je graag vooruit. Vind je sommige dingen belangrijker dan de mensen om je heen.
Alleen beantwoordt dat de interessantste vraag nog niet.
Want zodra dezelfde soort verantwoordelijkheid zo vaak bij vrouwen terechtkomt, wordt ‘zij is gewoon zo’ een nogal magere verklaring.
Dat is voor mij de echte verschuiving.
Niet ontdekken dat ik voortaan nóg beter moet leren delegeren, loslaten, communiceren of grenzen stellen. Alsof gebrek aan persoonlijk huiswerk hier ooit het interessantste probleem was.
Eerst ontdekken dat ik de verkeerde vraag stelde.
Niet: waarom ben ik zo?
Maar: waarom wordt zo vaak van vrouwen verwacht dat ze zo worden?
Want zodra zij is gewoon zo niet meer genoeg als verklaring voelt, blijft er eigenlijk maar één vraag over:
hoe komt het dat dit werk zo voorspelbaar dezelfde kant op blijft vallen?
Daar begint deel 2.
Lees verder in Mental Load
Deel 1 — huidige
Deel 2 —
Deel 3 —
Meer PARELS? Begin bij Raquel’s Edit.






“Tegen de tijd dat de zichtbare taak begint, is een deel van het werk al gedaan.”
Sterker nog: ik denk dan vaak het is al klaar, ik hoef het alleen nog uit te voeren.
En pas dan kijkt de wereld ook mee.
En weet je wat ik dan nóg irritanter vind? Dat ik zelf óók de moeder app bij vragen over een feestje/speeldate/whatever! Whyyyy?
En die keer dat ik een vader appte die op z’n werk bleek te zitten, voelde ik me lullig naar de moeder in kwestie: ze zal toch niet denken dat ik…
Heel vermoeiend soms, moeder/vrouw-des-huizes zijn 😅