Jij krijgt hittetips. Zij krijgen voornemens.
Hitte is fysiek. Bescherming is politiek. Stuk over airco, ongelijkheid én waarom ons onderlinge gevecht zo handig is voor de partijen aan de knoppen
Ik heb dus een zwembad. Ik werk thuis en kan mijn dag verschuiven als dat nodig is. En als het echt niet gaat, kan ik een airco kopen.
Ik kom deze hitte wel door.
Wanneer ik dan denk: ach, het valt eigenlijk best mee, zegt dat vooral iets over mijn omstandigheden. Niet over de hitte.
Privilege heeft zelden de beleefdheid zichzelf als privilege voor te stellen. Soms is het simpelweg de mogelijkheid om op het warmste moment van de dag níét op een steiger te staan, een slaapkamer die ’s nachts nog enigszins afkoelt, een leidinggevende aan wie je niets hoeft uit te leggen of genoeg geld om een leefbare temperatuur te kopen. Dan voelt de zomer draaglijk, kun je gezellig meeknikken met alle mensen en media die roepen dat we vooral ‘lekker moeten genieten’ van het hete weer en klinkt je eigen ontsnappingsroute voor je het weet als algemeen advies.
Drink genoeg! Blijf binnen!! Vermijd inspanning! Zoek een koele plek!
Allemaal verstandig. Alleen worden die opdrachten uitgedeeld aan mensen die nauwelijks kunnen bepalen waar ze wonen, wanneer ze werken en hoeveel bescherming ze kunnen betalen, terwijl de partijen die daar juist wél invloed op hebben lekker geen pushmeldingen krijgen.
Het Nationaal Hitteplan kan worden beëindigd zodra de temperatuur daalt. Pfieuw. De ongelijkheid klokt alleen niet tegelijk uit.
Eind juni werden in de week van de hitte en de week erna naar schatting 911 meer sterfgevallen geregistreerd dan verwacht. Het RIVM kan niet vaststellen dat al die mensen door de hitte overleden, maar noemt het zeer aannemelijk dat de warmte een rol speelde. Hoge nachttemperaturen verhogen bovendien het sterfterisico boven op het risico van hoge maximumtemperaturen overdag.
Hitte is niet zomaar een ongemakkelijke sfeer of een loom gevoel. Ze kan hart-, long-, nier- en psychische aandoeningen verergeren en vormt extra risico’s tijdens onder meer zwangerschap, ouderdom en ziekte. Maar zelfs een lichamelijk risico wordt pas werkelijk begrijpelijk wanneer we kijken naar de omstandigheden waarin dat lichaam moet wonen, werken en proberen te slapen.
Een thermometer meet geen ontsnappingsmogelijkheden
Een thermometer meet graden. That’s it.
De temperatuur op de weerapp kan dan ook voor iedereen ongeveer hetzelfde zijn. De temperatuur waarin mensen daadwerkelijk wonen, werken en slapen is dat absoluut niet.
Een oudere vrouw in een goed geïsoleerd huis, met zonwering, familie in de buurt en geld voor verkoeling, bevindt zich in een andere werkelijkheid dan iemand van dezelfde leeftijd die alleen woont op driehoog in een woning waar de warmte ’s nachts blijft hangen. Een zwangere thuiswerker kan haar dag anders indelen dan een zwangere zorgmedewerker, schoonmaker of magazijnmedewerker met een rooster dat gewoon doorgaat, en voor iemand met een lichamelijke beperking is een koele bibliotheek weinig waard wanneer die niet bereikbaar is. Voor iemand zonder woning is het advies om het huis koel te houden geen advies, maar een foutmelding van het systeem.
Leeftijd, gezondheid, inkomen, taal, woonplek, sociale contacten en toegang tot voorzieningen staan niet los van elkaar; ze stapelen zich op. Wie weinig geld heeft, woont bovendien vaker in een warmere woning of een wijk met minder groen en heeft minder mogelijkheden om zelf iets aan die omstandigheden te veranderen.
Het woord kwetsbaar doet ondertussen graag alsof het probleem al als vanzelf in bepaalde mensen zit. Alsof zij nu eenmaal niet goed tegen de zomer kunnen en vooral beter voor zichzelf moeten zorgen.
Daar ontstaat een handige cirkelredenering. We richten woningen, wijken, werk en voorzieningen onvoldoende in op verschillende lichamen en levens. Vervolgens noemen we de mensen die gevaar lopen kwetsbaar en gebruiken we diezelfde kwetsbaarheid als verklaring voor het feit dat ze gevaar lopen. Koekoek.
De omstandigheden verdwijnen en de eigenschap blijft netjes bij de persoon achter.
Mensen verschillen lichamelijk. Natuurlijk. Maar mensen worden óók kwetsbaar gemaakt door huizen die niet afkoelen, werk dat niet wordt aangepast, wijken zonder schaduw, armoede en voorzieningen die zij niet kunnen bereiken.
Hitte maakt de ongelijkheid niet. Ze trekt alleen het laken eraf.
Een te warm huis is geen leefstijlprobleem
Volgens TNO is bij ongeveer 35 procent van de bestaande Nederlandse appartementen nu al sprake van zeer grote oververhitting. Dat is veel. Veel te veel. Voor nieuwbouw bestaat een norm om zomerhitte te beperken; voor bestaande woningen bestaat die niet, terwijl juist daar in veel situaties de nieuwbouwnorm zou worden overschreden.
En toch eindigt de communicatie meestal bij de bewoner.
Daar zijn ze weer: ‘Houd de gordijnen dicht!’ ‘Zet ’s avonds de ramen open!’ ‘Zoek elders verkoeling!’
Allemaal verstandig. Alleen kun je een slecht ontworpen woning niet wegdrinken.
Een huurder kan niet zomaar buitenzonwering aanbrengen, het dak vergroenen, de gevel aanpassen of besluiten dat de parkeerplaats voor het gebouw voortaan uit volwassen bomen bestaat. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat 49 procent van de huurders wel weet welke maatregelen tegen hitte mogelijk zijn, maar er weinig aan kan doen. Van de huurders is 64 procent voor een verplichting voor verhuurders om voldoende koelmogelijkheden aan te brengen.
Het ontbreekt mensen dus niet noodzakelijk aan kennis maar aan zeggenschap.
De bewoner krijgt opnieuw een lijst met tips. De verhuurder krijgt nooit een pushbericht met: Uw woning is onleefbaar heet. Onderneem nu actie.
Toch behandelen we kennis alsof het macht is. De woning is te heet, dus krijgt de bewoner tips. De tips kunnen de woning niet verbouwen, dus blijft de woning te heet. Omdat de woning heet blijft, concluderen we dat bewoners nog beter moeten worden voorgelicht.
Een prachtige cirkel, zolang je toevallig niet in dat huis hoeft te slapen.
Een nat washandje is geen volkshuisvesting. Een ventilator is geen stedenbouw. En een bewoner die iedere avond strategisch met ramen en gordijnen in de weer is, maakt een woning die structureel oververhit raakt nog niet geschikt voor het klimaat waarin die inmiddels staat.
‘Vermijd inspanning’ is uitstekend gezondheidsadvies én waardeloos arbeidsbeleid
We verwachten ondertussen wel dat onze pakketjes verschijnen. Dat we kunnen wijnen op terrassen. Dat de zorg doorgaat, de hotelkamer schoon is en het magazijn gewoon levert. De temperatuur mag uitzonderlijk zijn; de dienstverlening moet vooral normaal blijven.
De economie blijkt opvallend hittebestendig. Alleen werknemers hebben steeds die lastige lichamen.
Overmatige hitte vergroot niet alleen het risico op uitputting en een hitteberoerte, maar ook op ongelukken en langdurige schade aan onder meer hart, longen en nieren. Volgens het Arboportaal moet een werkgever voorkomen dat de temperatuur schadelijk wordt en onder meer beoordelen of het werk noodzakelijk is, de duur verkorten, werkzaamheden afwisselen en koele dranken aanbieden. Er bestaat alleen geen eenvoudige wettelijke maximumtemperatuur die iedere discussie beëindigt. Super handig.
Een werkgever heeft geen hittebeleid omdat er een kan water op tafel staat.
Ook hier werkt de redenering opvallend soepel. Het werk kan doorgaan zolang werknemers zich voldoende aanpassen. Dat zij zich móéten aanpassen, bewijst vervolgens dat het werk kennelijk kan doorgaan. Wie duizelig wordt, had meer moeten drinken. Wie het tempo niet volhoudt, is onvoldoende belastbaar. Wie thuisblijft, laat collega’s zitten. Het werk zelf blijft wonderlijk neutraal; alleen het lichaam blijkt steeds lastig.
En wanneer school, opvang of zorg tijdelijk uitvalt, verdwijnt dat werk natuurlijk niet. Er verschijnt geen klimaatfee die de kinderen ophaalt, de medicijnen controleert en ook nog even bij de oudere buurvrouw langsgaat.
Het werk verhuist naar een huishouden waarin meestal al iemand de agenda’s beheert en de gaten opvangt.
In 2025 waren 184.000 van de 212.000 mensen die vanwege zorg voor familie of gezin niet wilden of konden werken vrouw. 184.000 van de 212.000! De voorziening valt uit. Een vrouw vangt het op. Daarna blijkt uit de cijfers dat vrouwen minder werken. Klimaatadaptatie schuift zo moeiteloos de bestaande mental load binnen, meestal zonder dat iemand het klimaatbeleid noemt. En de cirkel is weer rond!
Meritocratie blijft een wonderlijk flexibel geloofssysteem.
De verantwoordelijken krijgen geen advies
Het merkwaardige aan hittecommunicatie is niet alleen dat de adviezen soms nogal kleinerend zijn. Het merkwaardige is vooral aan wie vrijwel alle instructies worden gericht.
Jíj moet als huurder de zon buiten houden. De verhuurder hoeft veel minder vaak uit te leggen waarom de woning nog altijd onleefbaar heet wordt.
Jij als werknemer moet voldoende drinken. De werkgever moet officieel voor een veilige werkplek zorgen, maar in de praktijk blijft het voor werknemers vaak onduidelijk wanneer werk daadwerkelijk moet worden aangepast of stilgelegd.
Bewoners moeten een koele plek zoeken. De gemeente hoeft niet iedere zomer opnieuw op een felgekleurde infographic te verklaren waarom sommige buurten nog altijd bestaan uit donkere daken, brede wegen, parkeerplaatsen en jonge sprietjes waar over twintig jaar misschien een boom uit groeit.
Minder macht, meer tips.
Meer macht, meer voornemens.
En boven dat alles hangt een klimaatcrisis die niet is veroorzaakt doordat een verpleegkundige haar ventilator te lang liet draaien. Meer dan een eeuw verbranding van fossiele brandstoffen en ongelijke, niet-duurzame patronen van productie en energiegebruik hebben de aarde opgewarmd; degenen die historisch en economisch het minst hebben bijgedragen, worden juist harder getroffen.
Inmiddels bestaan plannen, onderzoeken en een ontwerp voor de Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2026. Het probleem is niet dat letterlijk niemand iets doet. Het probleem is dat een strategie op papier geen woning afkoelt, terwijl de onmiddellijke verantwoordelijkheid steeds weer bij het individu terechtkomt.
De overheid stuurt een waarschuwing; de burger ontvangt een opdracht. Vervolgens kan die waarschuwing als handelen worden opgevoerd, terwijl degene die gewaarschuwd is verantwoordelijk blijft voor de uitkomst.
Een waarschuwing is soms nuttig. Maar een waarschuwing is nog geen bescherming.
Hoe minder macht je hebt over je woning, werk of leefomgeving, hoe meer je geacht wordt jezelf te redden.
De airco is niet de vijand
De discussie over airco laait steeds opnieuw op. Bij WNL botsten onlangs twee perspectieven. Filosoof Maarten Boudry pleitte voor veel ruimere toegang tot airco, omdat verkoeling tijdens extreme hitte levens kan redden. De Amsterdamse wethouder Lian Heinhuis wees op de ongelijkheid van privékoeling, de extra warmte buiten, de belasting van het stroomnet en alternatieven zoals groen, isolatie en publieke koelte.
Ze hebben allebei gelijk. Alleen niet over hetzelfde moment.
Wie vandaag in een levensgevaarlijk heet huis zit, heeft weinig aan een stedenbouwkundig plan voor 2040. Een koele ruimte kan acuut hét verschil maken. Ik ga dus zeker niet uitleggen dat iemand in een bloedhete huurwoning uit principe maar moet blijven zweten.
Airconditioning kan noodzakelijke bescherming zijn. Het probleem is niet dat mensen zichzelf proberen te beschermen. Het probleem begint wanneer één apparaat geacht wordt het werk te doen van volkshuisvesting, arbeidsbeleid, stedenbouw én klimaatbeleid.
Een nogal ambitieus takenpakket voor een kastje aan de gevel.
Een airco die je zelf moet kunnen kopen verdeelt verkoeling volgens koopkracht. Ze verandert niets aan de oorzaken van bijvoorbeeld oververhitte woningen. Tegelijk concentreert koeling de vraag naar elektriciteit juist op de heetste momenten: volgens het Internationaal Energieagentschap vertegenwoordigt koeling ongeveer 10 procent van het jaarlijkse elektriciteitsgebruik, maar circa 30 procent van de piekvraag.
De oplossing is dus niet géén koeling. De oplossing is toegankelijke en efficiënte koeling combineren met zonwering, ventilatie, betere gebouwen, groen, publieke koelte en schonere energie.
En ook hier kan de burger het onmogelijk goed doen. Wie geen verkoeling heeft, had zich kennelijk beter moeten voorbereiden. Wie een airco koopt, draagt bij aan het probleem. Wie haar gebruikt, is egoïstisch. Wie haar niet kan betalen, krijgt een risicolabel.
In alle varianten blijft de inrichting van de samenleving buiten schot.
De airco aan de gevel is zichtbaar. Politieke nalatigheid heeft geen buitenunit. Daardoor wordt de consument gemakkelijk de hoofdverdachte, terwijl verhuurders, werkgevers, beleidsmakers, ontwikkelaars en grote uitstoters weer heerlijk uit beeld verdwijnen.
De politiek van de persoonlijke schuld
Klimaatverandering wordt graag opgevoerd als een persoonlijk karakteronderzoek. Heb jij een airco? Vlieg je? Eet je vlees? Staat je verwarming niet te hoog?
Wat burgers doen is zichtbaar en daarom heerlijk eenvoudig te beoordelen. De airco hangt aan de gevel, de vliegreis wordt gedeeld op social media en het avondeten ligt op het bord. De besluiten over fossiele infrastructuur, datacenters, energievoorziening en investeringen zijn een stuk minder fotogeniek; terwijl juist dáár wordt bepaald hoeveel verder we opwarmen.
Het debat vernauwt zich tot het apparaat in de slaapkamer, terwijl complete steden en economieën buiten beeld blijven.
En zo worden we als burgers tegenover elkaar gezet. De één wijst naar de airco van de ander, de ander naar diens vliegreis, auto of avondeten. We voeren onderling een moreel proces over keuzes die we binnen het bestaande systeem maken, terwijl veel grotere beslissingen over energie, infrastructuur, uitstoot en ruimte allang boven onze hoofden zijn genomen.
Dat is misschien wel de handigste afleidingsmanoeuvre van allemaal: laat mensen die de kraan niet bedienen met elkaar ruziën over wie de vloer het slechtst droogdept. En dit onderlinge gevecht is geen ongelukkige bijwerking. Het is hartstikke bruikbaar. Zolang wij elkaar controleren op onze auto’s, consumptie, vliegreis en boodschappenmandje, hoeven de partijen aan de knoppen niet zoveel meer te doen. Kunnen ze lekker ongestoord doorgaan.
Hoe kleiner je beslissingsmacht, hoe nauwkeuriger je morele gedrag wordt geïnspecteerd. Hoe groter je beslissingsmacht, hoe vaker verantwoordelijkheid verandert in een ambitie, strategie of langetermijndoelstelling.
Verantwoordelijkheid zonder macht noemen we dan ‘keuzevrijheid’. Klinkt super mooi. En macht zonder verantwoordelijkheid noemen we beleid. Ook keurig.
En wanneer het dan misgaat, noemen we het een gebrek aan zelfredzaamheid. Eigen schuld dikke bult.
De cirkel is rond
Ik zal tijdens een volgende hittegolf mijn werk weer verschuiven. Ik zal in mijn zwembad springen, verkoeling zoeken en genoeg water drinken. Dat is enorm veel geluk. Géén verdienste.
Maar ik koop mezelf daarmee niet uit de gevolgen. Hooguit uit een paar tijdelijke omstandigheden. Uit die ene bloedhete kamer, die slapeloze nacht of het warmste deel van de werkdag.
Mijn zwembad helpt niet wanneer oogsten mislukken, voedsel duurder wordt, water schaars raakt, het stroomnet bezwijkt of steeds meer delen van de wereld onleefbaar worden. Een airco kan een lichaam vandaag beschermen. Soms is dat hard nodig. Maar een stabiel klimaat koop je er niet mee. Het is bescherming voor vandaag, echt niet dé oplossing voor morgen.
Ondertussen beslissen andere partijen over fossiele infrastructuur, datacenters, energievoorziening, bouwregels, arbeidsomstandigheden en de inrichting van onze steden. Dáár zitten de knoppen.
Bescherming is binnen onze samenleving ongelijk verdeeld. De toegang ertoe ook. Wie geld en ruimte heeft, kan de huidige hitte tijdelijk op afstand houden. Wie dat niet heeft, ondergaat haar directer en krijgt daar vaak ook nog een les zelfredzaamheid bij. Maar tegenover de bedrijven, investeerders en overheden die op veel grotere schaal bepalen hoeveel er wordt uitgestoten, wat er wordt gebouwd en welke belangen voorrang krijgen, zijn gewone burgers gewoon machteloos.
En juist daarom is het zo effectief om ons tegen elkaar uit te spelen. Terwijl wij onderling uitvechten wie de moreel juiste consument is, blijven degenen die aan uitstoot, groei en energiehonger verdienen heerlijk buiten beeld. Wij hebben dit niet ontworpen of bedacht. Wij beschikken niet over dezelfde knoppen en macht.
De werkelijke tegenstelling loopt daarom niet tussen de brave burger zonder airco en de egoïstische burger met airco. Ook niet tussen degene die alles “goed” doet, en via duurzaamheid zichzelf ontpopt tot een soort ‘moral police’, en degene die daar het geld, de tijd of de ruimte gewoonweg niet voor heeft.
De tegenstelling loopt tussen de mensen die zich zo goed mogelijk door de gevolgen heen proberen te bewegen en de partijen die de gevolgen op grote schaal kunnen beperken. En zij doen het niet.
Dat is oneerlijk. En ja, daar kunnen we ons behoorlijk machteloos tegenover voelen.
De mensen die de grootste gevolgen dragen, zijn meestal niet de mensen die de belangrijkste beslissingen nemen.
Hitte is fysiek. Bescherming is politiek. Nalatigheid ook.
Verder lezen op PARELS
Deeltijdprinsesjes bestaan niet
Over onbetaald werk, economische afhankelijkheid en waarom vrouwen niet minder werken, maar veel werk buiten de telling valt.
Altijd moe, altijd ‘aan’
Over de mentale belasting die ontstaat wanneer systemen hun gaten standaard door vrouwen laten opvangen.
Consumeren zonder oordeel
Over de handige politieke truc waarbij een systeemprobleem uiteindelijk als morele opdracht bij de consument belandt.




