Deeltijdprinsesjes bestaan niet
(Patriarchy #1) Over onzichtbaar seksisme, onbetaald werk en waarom vrouwen niet het probleem zijn.
Er zijn weinig woorden die zó snel iets blootleggen over hoe we naar vrouwen kijken als het woord deeltijdprinsesjes.
Alsof vrouwen collectief op een chaise longue liggen met druiven, een matcha latte en een linnen co-ord set terwijl de economie langzaam instort.
Alsof het probleem ergens ligt bij individuele vrouwen die simpelweg geen zin meer hebben.
Ik blijf die term echt fascinerend vinden. Die term verraadt zo ongelooflijk veel.
Deeltijdprinsesjes.
Er zit spot in. Minachting. Een soort collectieve irritatie richting vrouwen die blijkbaar niet enthousiast genoeg meebewegen in een systeem dat zelf zelden ter discussie hoeft te staan.
En misschien zit precies daar de echte wrijving.
We doen alsof vrouwen irrationele keuzes maken binnen systemen die zelf allang irrationeel functioneren.
Want wat is er precies rationeel aan een samenleving waarin:
burn-outs blijven stijgen
vrouwen massaal uitvallen tussen ongeveer hun vijfentwintigste en vijfenveertigste
zorg vastloopt
mensen permanent moe zijn
onbetaalde arbeid essentieel is maar nauwelijks serieus wordt genomen en alleen maar toeneemt
en vrouwen structureel méér totale arbeid verrichten zodra je betaald én onbetaald werk samenneemt?
Dat klinkt niet als een individueel probleem. Dat klinkt als systeemstress.
En nee: dat is geen mannen-tegen-vrouwen verhaal. Dat frame maakt het debat meteen platter. Het probleem is dat patriarchale systemen iedereen in rollen duwen waar uiteindelijk bijna niemand echt vrijer, rustiger of gelukkiger van wordt.
Vrouwen worden richting zorg, beschikbaarheid en onbetaalde arbeid geduwd.
Mannen richting betaald werk, status, betaalde productiviteit en permanente beschikbaarheid op het werk.
En daarna doen we alsof al die keuzes puur persoonlijk zijn.
Handig wel. Voor het systeem.
Het probleem is niet deeltijd, maar wat we werk noemen
Misschien moeten we daar beginnen. Onbetaalde arbeid is ook arbeid. Fysieke én mentale gratis arbeid.
Dat klinkt bijna te simpel om op te schrijven, maar blijkbaar moet het nog steeds.
Zorgen is werk. Plannen is werk. Kinderen opvoeden is werk. Een huishouden draaiende houden is werk. Emotionele sfeer bewaken is werk. Poetsen is werk. De was doen is werk. De familieagenda in je hoofd dragen is werk. Weten dat er morgen gymspullen mee moeten, dat iemand nieuwe schoenen nodig heeft en dat oma al drie weken niet gebeld is, is werk.
Alleen zodra dat werk gratis gebeurt, noemen we het ineens: liefde.
Of zorgzaamheid, moederinstinct en ook nog, misschien nog wel mijn lievelings: ‘zij is daar gewoon beter in.’ Shoot me now.
Dat is misschien wel één van de slimste trucjes van dit waardesysteem en de genderrollen die daarin zitten. Werk verdwijnt niet omdat er geen salaris tegenover staat. Het verdwijnt alleen uit de economische waardering. En zodra iets uit die waardering verdwijnt, verdwijnt het vaak ook uit de status.
Betaald werk telt mee. Onbetaalde zorg wordt privé.
Betaald werk bouwt pensioen op. Onbetaalde zorg bouwt schuldgevoel op.
Betaald werk geeft status. Onbetaalde zorg wordt pas zichtbaar zodra het niet meer gebeurt.
Fascinerend eigenlijk hoe werk pas “echte bijdrage” wordt genoemd zodra een man ervoor betaalt of een bedrijf eraan verdient.
Onbetaald werk houdt letterlijk samenlevingen draaiende, maar zodra vrouwen het doen noemen we het ineens vanzelfsprekend. Je moet er als vrouw ook vooral altijd dankbaar voor zijn dat je dit mág doen.
Dat is geen detail in het deeltijddebat.
Dat ís het debat.
Want als vrouwen minder betaald werken maar méér onbetaalde arbeid doen, werken ze niet minder.
Ze werken anders en netto genomen gewoon veel meer uren per week.
Alleen op een manier die maatschappelijk veel minder serieus genomen wordt.
En dan wordt het ineens behoorlijk absurd om vrouwen te vertellen dat ze “gewoon meer uren moeten maken”, zonder te vragen hoeveel uren ze eigenlijk al maken als je betaald en onbetaald werk samenneemt.
Vrouwen niet minder ambitieus geworden
Vrouwen zijn niet echt minder ambitieus geworden. We zijn ambitie ook gewoon veel te smal gaan definiëren.
De definitie van ambitie is zo smal geworden dat betaald werk, carrièrestatus en economische output bijna als enige bewijs van ambitie tellen.
Terwijl het grootbrengen van kinderen, zorgen voor anderen, de was doen, een gemeenschap dragen, een huishouden draaiende houden, emotioneel beschikbaar blijven, herstellen van overbelasting of überhaupt proberen een menselijk leven op te bouwen blijkbaar ineens buiten die definitie vallen.
Interessant ook hoe werk pas écht serieus genomen wordt zodra er salaris tegenover staat. Maar wel fulltime.
En nog interessanter: dat vrouwen gemiddeld dus méér totale arbeid verrichten zodra je betaald en onbetaald werk samenneemt, maar alsnog regelmatig te horen krijgen dat ze niet genoeg bijdragen.
Dat is geen neutrale economische analyse meer maar een waardesysteem. Een patriarchaal waardesysteem.
Want nu leg je niet alleen druk op vrouwen om meer betaald werk te doen. Je maakt ook al het andere werk tegelijkertijd minder waard. En precies daar gaat het mis.
Time poverty tends to be framed as a scheduling problem or a productivity problem. A problem of individual women failing to prioritise themselves. The self-care industry was built on this logic and the solution it sells is the bath bomb, the Sunday morning run, the five-minute meditation, all of which require women to carve rest from the same exhausted margin rather than interrogating why the margin is so thin.
@theequitablehome
Vrouwen werken niet te weinig. We tellen verkeerd.
De cijfers maken die absurditeit pijnlijk concreet.
Zoals gezegd, in de afgelopen jaren zijn vrouwen veel meer betaald werk gaan doen. Tegelijkertijd groeide het aandeel onbetaalde zorg dat mannen op zich nemen nauwelijks mee.
Het contrast bleef hangen omdat het bijna absurd klinkt: vrouwen gingen gemiddeld ongeveer vijftien uur méér betaald werken, terwijl mannen gemiddeld slechts een paar tientallen minuten meer onbetaalde zorgtaken op zich namen.
Vijftien uur tegenover minuten. Dat is geen nuanceverschil meer.
Dat is een systeem dat zegt: vrouwen, emancipeer vooral, maar de rest van het leven blijft intussen gewoon op jullie wachten.
En daarna kijken we verbaasd als vrouwen omvallen.
Het aantal vrouwen dat langdurig uitvalt door stress en mentale klachten stijgt al jaren harder dan bij mannen. Vrouwen rapporteren structureel vaker burn-outklachten en langdurige overbelasting.
Maar iedere keer opnieuw schuift het gesprek dan richting vrouwen zelf.
Hun grenzen, hormonen, perfectionisme, keuzes, balans, etc..
Balans is inmiddels ook een woord geworden waar ik bijna een allergische reactie van krijg. Alsof vrouwen die structureel te veel dragen vooral moeten leren het eleganter op hun hoofd te balanceren. Vrouw is wederom het probleem en los het vooral lekker zelf op.
Maar als je betaald werk dus optelt bij onbetaald werk, maken vrouwen gemiddeld juist meer totale uren dan mannen.
Dat maakt het “vrouwen moeten gewoon meer werken”-discours niet alleen oppervlakkig maar bijna komisch.
Alleen niet grappig genoeg om gezellig te zijn.
Want de conclusie is echt pijnlijk: vrouwen doen al meer totaal werk, maar het verkeerde soort werk telt niet genoeg, dus mogen ze nóg een probleem op hun eigen bord leggen.
Heerlijk efficiënt voor het systeem en de geaccepteerde kaders waarin wij ons moeten bewegen.
De ideale werknemer heeft nog steeds iemand thuis nodig
Het probleem zit nog dieper in hoe betaald werk überhaupt georganiseerd is.
De ideale werknemer is nog steeds iemand die altijd beschikbaar is. Iemand zonder mentale achtergrondruis, zonder schooltijden in het hoofd, geen zieke kinderen, geen boodschappenlijstje dat tussen de meetings door in het brein opduikt, altijd kan overwerken wanneer nodig.
Het staat hem vrij om lineair carrière te maken. Kan altijd flexibel zijn.
Historisch gezien was die ideale werknemer impliciet mannelijk, omdat er thuis vaak iemand anders was die de rest van het leven opving. Dat was dan de vrouw. We doen nu graag alsof dat niet meer zo is, maar er is niet heel veel veranderd. Zeker niet ten goede.
Dat hele model is nooit echt verdwenen. We hebben er alleen vrouwen bovenop gezet.
Vrouwen gingen meer werken, economisch zelfstandiger worden, carrière maken, bijdragen aan het gezinsinkomen en hun eigen leven vormgeven.
Prima, nodig ook. Maar het systeem onder dat betaalde werk veranderde nauwelijks mee.
De schooldag eindigt nog steeds vroeg. Kinderopvang is duur, ingewikkeld of schaars.
Werkgevers behandelen vaders nog te vaak als stabiele werknemers mét gezin, en moeders (of toekomstige moeders) als mogelijk risico.
Werkculturen draaien nog steeds om zichtbaarheid, beschikbaarheid en eindeloze flexibiliteit.
Ook veel mannen lopen dus vast in verwachtingen rondom succes, werk en beschikbaarheid. Alleen krijgen vrouwen opvallend vaak de extra laag onzichtbare arbeid erbovenop.
Dit is geen individueel probleem, het is by design.
Deeltijd is geen luxe, maar schadebeperking
Natuurlijk zijn er vrouwen die bewust minder betaald werken omdat ze tijd belangrijker vinden dan carrièrestatus.
Eerlijk? Dat lijkt me geen misdaad. Vooral doen waar je je goed bij voelt. Uiteraard ook mannen.
Misschien is het zelfs vrij gezond om niet je volledige identiteit op te hangen aan productiviteit. Geldt ook voor mannen.
Vaker wel dan niet is deeltijd geen idyllische keuze.
Geen Pinterest-bord van cappuccino’s, linnen broeken en zelfgebakken bananenbrood.
Heel vaak is deeltijd gewoon schadebeperking. Ergens moet ruimte ontstaan.
Ergens moet iemand zorgen dat de kinderen, ouders, boodschappen, administratie, sociale relaties, verjaardagen, emoties, schoolmails en het eigen zenuwstelsel niet allemaal tegelijk instorten.
En wie doet dat dan meestal?
Precies.
Daarom voelt het zo oppervlakkig om vrouwen die minder betaald werken weg te zetten als deeltijdprinsesjes.
Je ziet dan alleen de betaalde uren die ontbreken. Niet de onbetaalde uren die erbij komen. Niet het mentale werk. Niet het anticiperen. Niet het herstellen. Niet het constante achtergrondproces dat zoveel vrouwen ongemerkt draaiende houden.
Dat is alsof je naar een ijsberg kijkt en concludeert dat het zichtbare topje misschien wat ambitie mist. En voor mij is ambitie dus niet enkel gerelateerd aan betaald werk.
Noemen we mannen die deeltijd werken deeltijdkoningen?
Taal verraadt bijna altijd waar de macht zit.
Vrouwen die deeltijd werken worden deeltijdprinsesjes genoemd.
Noemen we mannen die deeltijd werken deeltijdkoningen?
Nee. Daar hebben we weer fijne andere vooroordelen voor.
Een man die minder betaald wil werken, moet zich ineens verhouden tot vragen over ambitie, succes, mannelijkheid en status.
Is hij nog wel serieus genoeg? Verdient hij genoeg? Wil hij niet gewoon te weinig? Of nog erger: wil zijn vrouw niet teveel van hem?? Wat lief van hem en wat een kenau is die vrouw. Misschien een beetje gechargeerd gezegd zo, maar ik zie dit zoveel om mij heen.
En dit is dus ook gewoon onze werkcultuur.
Niet per se omdat mannen zielig moeten worden gemaakt in een stuk over vrouwen maar, het laat heel duidelijk zien hoe systemen uiteindelijk in ons dagelijks leven hun uitwerking hebben.
Uit onderzoek blijkt zelfs dat mannen die minder willen werken of meer zorgtaken opnemen daar dus óók sociale en professionele consequenties van ervaren.
Vrouwen worden bestraft als ze niet genoeg betaald werken. Mannen worden bestraft als ze niet genoeg de ideale werknemer spelen.
Vrouwen worden richting zorg geduwd. Mannen worden opvallend weinig gestimuleerd om structureel meer onbetaalde zorg op zich te nemen.
Het systeem houdt iedereen op zijn plek. Alleen de plekken verschillen. En de schade dus ook.
Invisible load voelt vaak gewoon als persoonlijkheid
Dat maakt patriarchale systemen ook zo hardnekkig. Ze voelen vaak niet als systemen. Ze voelen als: leven. Als cultuur, ‘dat gaat bij ons vanzelf zo’. Als: ik ben gewoon iemand die overal altijd aan denkt en ik kan het beter zelf doen dan het delegeren. Anders ben je natuurlijk vaak aan het ‘zeiken’ als vrouw. Doodvermoeiend.
Veel vrouwen herkennen zichzelf hier meteen in. En dat is echt niet omdat vrouwen biologisch betere planners zijn ofzo.
Maar omdat we structureel zo gesocialiseerd zijn richting verantwoordelijkheid, afstemming en anticipatie.
Ik ken opvallend veel vrouwen die zichzelf lui noemen terwijl ze ondertussen functioneren als projectmanager van vijf levens tegelijk.
Ik dacht zelf ook lang dat ik gewoon slecht was in ontspannen. Blijkt dat je jezelf lastig uitzet als je ondertussen voortdurend aan alles en iedereen denkt.
Niet helemaal toevallig natuurlijk.
En misschien is dat ook waarom zoveel vrouwen zichzelf omschrijven als:
chaotisch, moe, snel overprikkeld en slecht in rust nemen.
Terwijl ze ondertussen functioneren als het complete besturingssysteem van hun omgeving. Dát is invisible load. Niet één groot dramatisch moment. Maar duizend kleine vanzelfsprekendheden die samen ineens je hele leven vormen.
Over die constante mentale achtergrondruis schreef ik eerder uitgebreider een drieluik waarvan deel 1 ‘Onzichtbaar seksisme, mental load en de stille verschuiving van het leven na je 40e’ is.
Vrouwen worden ook medisch minder serieus genomen
En misschien wordt het pas echt wrang wanneer je ziet dat hetzelfde patroon zich niet alleen op werkvloeren of in huishoudens afspeelt, maar zelfs (en juist ook) in de gezondheidszorg.
Vrouwen worden nog steeds structureel minder serieus genomen met lichamelijke klachten. Onderzoek laat al jaren zien dat vrouwen vaker psychologische verklaringen krijgen voor fysieke symptomen, langer moeten wachten op diagnoses en minder snel passende zorg ontvangen.
Herkenbaar voor veel vrouwen zijn reacties als; je stelt je aan. Je bent gewoon gestrest. Het zijn je hormonen. Je bent te gevoelig. Pijn lijden hoor erbij. Je moet er maar mee leren dealen.
En daarna kijken we verbaasd als vrouwen uiteindelijk harder uitvallen. Natuurlijk ligt dit niet enkel bij vrouwen.
Dit ligt aan hele systemen die vrouwelijke pijn, vermoeidheid en overbelasting structureel minder serieus nemen.
Dat is geen detail, dat is onderdeel van een cultuur.
We zijn vaak te druk om te zien hoe druk we zijn
Misschien is dat nog wel het meest treurige. Veel mensen hebben helemaal geen tijd en/of energie om goed stil te staan bij de systemen waarin ze functioneren.
Ze zijn te druk met functioneren, dagelijks gewoon te leven, te werken. Druk met zorgen, plannen, herstellen en vooral, doooorgaan!
Dat schreef ik eerder ook al in mijn stuk over invisible load en technocratische systemen: moderne politiek en moderne werkcultuur houden van woorden als flexibiliteit, zelfredzaamheid en regie.
Maar vaak betekenen die woorden in de praktijk vooral: wij regelen de basis niet goed genoeg, dus los jij het zelf maar op tussen je eerste Zoom-call en de derde was door.
Dat klinkt overdreven, tot je goed om je heen kijkt.
Kinderopvang voelt voor veel gezinnen als logistieke topsport. Werk is flexibeler geworden, maar mensen zijn echt niet per se vrijer. Iedereen moet zichzelf voortdurend managen, optimaliseren, bewaken en bijsturen.
En als dat niet lukt? Dan moet jíj beter je beter grenzen aangeven. Natuurlijk.
Nog een taak erbij.
Van maatschappelijk probleem naar persoonlijk verbeterproject
En daar zit volgens mij wel de echte kern van de wrijving.
Een maatschappelijk probleem/systeem wordt voortdurend teruggevouwen tot een individueel verbeterproject.
Jij als vrouw moet maar beter communiceren, je grenzen bewaken, beter plannen, beter ontspannen, meer uren werken, financieel zelfstandiger worden, minder perfectionisch zijn, beter leren loslaten, beter delegeren, etc.. De lijst lijkt eindeloos én zit bovendien vol met tegenstrijdigheden.
Vrouwen moeten dus blijkbaar de oplossing worden voor een systeem dat hen eerst structureel heeft overvraagd.
Make it make sense.
En ik heb het uiteraard niet uitsluitend over moederschap.
Werk je minder? Dan ben je niet ambitieus genoeg.
Werk je veel? Dan besteed je je kinderen uit.
Heb je geen kinderen? Egoïstisch.
Heb je ze wel en ben je moe? Eigen keuze toch?
Fascinerend systeem eigenlijk.
De uitkomst ligt al vast en vrouwen mogen vervolgens raden welke versie van falen vandaag weer het populairst is.
En dat is misschien precies hoe je weet dat het niet over individuele keuzes gaat.
Want als iedere keuze verdacht kan worden gemaakt, is de keuze niet het probleem.
Dan is het kader het probleem.
Ik schreef eerder al over hoe zelfoptimalisatie vrouwen vaak nóg meer verantwoordelijkheid geeft in het stuk ‘Waarom alles ineens healing moet zijn.’
Time poverty wordt bij vrouwen opvallend vaak behandeld als persoonlijk planningsprobleem. Alsof vrouwen zichzelf gewoon beter moeten organiseren, optimaliseren of verzorgen, terwijl bijna niemand de vraag stelt waarom die marge überhaupt zo flinterdun is geworden.
De Sanders van deze wereld
Je weet misschien wel over welke Sander ik het heb. Die Sander die alles zo goed weet over vrouwen…
Mannen die van een afstand naar vrouwenlevens kijken en daar dan een lekker bijtend woord op plakken.
Deeltijdprinsesjes.
Alsof je diep maatschappelijk inzicht toont, terwijl je vooral een systeemprobleem reduceert tot een karakteroordeel.
Ik vind dit zo onnodig en nogal armoedig. Niet omdat mannen niets mogen zeggen over werk, zorg of samenleving. Zeker niet. Maar sommige mannen komen dit gesprek binnen alsof ze een neutrale analyse geven en the voice of reason zijn, terwijl ze ondertussen exact het systeem bevestigen dat vrouwen al eeuwen uitlegt wat hún probleem is.
Is dit nou echt je belangrijkste bijdrage? Wat bezielt zo’n man om hier zoveel tijd en aandacht aan te besteden? Er zijn vast betere en meer nobele doeleinden dat deze zaak, toch?
Vrouwen de schuld geven van een patriarchaal systeem waarin betaald werk meer status heeft dan onbetaalde zorg, mannen nauwelijks worden aangemoedigd om structureel meer te zorgen en vrouwen worden afgerekend op elke poging om niet volledig om te vallen?
Oppervlakkig toch.
En vooral: geen oplossing.
Het is ragebait met een colbert aan.
Lekker profileren met een minachtend woord over een onderwerp waar je zelf opvallend makkelijk even uit kunt stappen.
Terwijl veel vrouwen niet uit dat onderwerp kunnen stappen.
Die leven erin. Iedere dag.
Vrouwen zijn niet het probleem
Vrouwen zijn gewoon vaak moe van systemen die hun tijd behandelen alsof die oneindig rekbaar is. Kosteloos.
Misschien zijn ze moe van altijd beschikbaar moeten zijn. Zorgzaamheid in al zijn vormen die verwacht wordt. Dit is ook allang wetenschappelijk bewezen onzin. Maar het zit er toch heel diep ingebakken. Ons er wat meer bewust van zijn helpt misschien. Je gezien en gehoord voelen helpt misschien al. Ook al verandert en praktisch niets.
Van betaald én onbetaald werk combineren en daarna alsnog horen dat ze niet genoeg bijdragen. Van verwende mannen die dus duidelijk geld op nummer 1 als bijdrage in een huishouden hebben staan. Que? Bizar vind het ik het. Alsof geld de enige vorm van bijdrage is die telt. Fascinerend.
En misschien moeten vrouwen niet nóg een probleem krijgen dat ze individueel mogen oplossen.
Misschien moeten we eindelijk eens beter kijken naar een systeem dat van menselijke overlevingsstrategieën karakterfouten maakt.
Want deeltijdprinsesjes bestaan niet.
Mensen bestaan wel degelijk. Vrouwen zijn ook niet 1 homogeen-achtig iets. We zijn individuen. Met verschillende levens, kwaliteiten, wants, needs, visies etc..
We zijn gewoon mensen die proberen overeind te blijven in een samenleving die steeds meer vraagt en steeds minder opvangt.
Misschien zijn vrouwen niet ontspoord van het systeem.
Misschien reageren ze juist volkomen logisch op een systeem dat zelf allang ontspoord is.
Lees ook:
Abortus en autonomie (1)- niet iedereen voelt verdriet na abortus. Waarom ook daar dezelfde vraag terugkomt: wie bepaalt welk gevoel, welke keuze of welk leven ‘klopt’?



