Altijd moe, altijd ‘aan’ — mentale belasting en mental load bij vrouwen (en waarom het niet jouw schuld is)
Over onzichtbaar werk, socialisatie en het systeem achter mental load — het slot van een 3-luik na 'Onzichtbaar seksisme' en 'Waarom mental load geen toeval is'
“Hebben we nog postzegels?”
Het soort vraag dat op zichzelf nergens over gaat, totdat je merkt dat het zelden een echte vraag is, maar eerder een automatische beweging richting degene die blijkbaar geacht wordt het antwoord te hebben.
En opvallend vaak ben jij dat.
Niet omdat je dat ooit expliciet zo hebt afgesproken, niet omdat je er noodzakelijk beter in bent, maar omdat er ergens onderweg een rolverdeling is ontstaan waarin jij degene bent geworden die onthoudt, vooruitdenkt en overzicht houdt — ook wanneer niemand dat hardop heeft benoemd.
Dit stuk is het laatste deel van een reeks over mental load en onzichtbaar seksisme. Niet om het netjes af te ronden alsof het opgelost is, maar om iets scherper te maken wat er al die tijd al onder zat: dat dit geen individueel probleem is, en dat het dus ook niet bij jou opgelost hoeft te worden.
Waarom je hoofd nooit echt uitgaat
Het voelt zelden als één duidelijke oorzaak, en juist dat maakt het zo lastig om serieus te nemen, omdat er geen concreet moment is waarop je kunt zeggen: hier gaat het mis.
Je hebt geen extreme dag gehad, niets uitzonderlijks gedaan, en toch zit er iets onder dat blijft bewegen. Een soort van constante alertheid die niet echt wegvalt, ook niet wanneer je eindelijk zit en niets meer hoeft.
Dat gevoel wordt vaak teruggebracht tot iets persoonlijks, alsof het te maken heeft met hoe jij omgaat met rust, met grenzen of met druk, terwijl de vraag eigenlijk ergens anders ligt: wat draag je allemaal zonder dat het zichtbaar is, en hoe lang doe je dat al?
Het is de mentale belasting bij vrouwen.
Dit is het slot van een 3-luik over mental load, onzichtbaar werk en de stille druk die veel vrouwen dagelijks dragen.
→ Lees deel 1: Onzichtbaar seksisme, mental load en de stille verschuiving van het leven na je 40e
→ Lees deel 2: Waarom mental load geen toeval is — over systemen en onzichtbaar werk
De onzichtbare laag van werk dat nergens geregistreerd wordt
Mental load zit niet in wat je doet, maar in alles wat eraan voorafgaat en wat daarna blijft hangen.
Het zit in het onthouden van dingen die nog niet urgent zijn, in het vooruitdenken over situaties die nog moeten ontstaan, in het constant afwegen van wat er kan mislopen en hoe dat opgevangen moet worden. Ik ben vaak moe, zonder echte reden. Maar als ik er eens echt even goed bij stilsta, begrijp ik mezelf ineens een stuk beter. Gelukkig maar.
Het zit in weten dat iets bijna op is voordat iemand het benoemt, in het onthouden van afspraken die nog niet concreet zijn, in het verbinden van losse eindjes die voor anderen nog niet eens zichtbaar zijn.
En soms wordt het zichtbaar in iets wat zo klein lijkt dat het bijna onbenullig voelt.
“Hebben we nog postzegels?”
“Ja, weet ik veel… heb jij ze gekocht?” - De oneindige onbenullige vragen waarvan jij het antwoord zou moeten weten én, waarschijnlijk ook gewoon weet en scherp hebt.
In dat soort momenten zit geen groot probleem, maar wel een patroon. Namelijk dat het logisch wordt gevonden (en er vaak helemaal niet bij wordt stil gestaan) dat iemand het overzicht heeft, dat iemand het gewoon weet, dat iemand het bijhoudt.
Het is nooit zo afgesproken maar, ‘gewoon’ zo gegroeid.
En precies dat, dat het nergens expliciet is vastgelegd, maakt het zo moeilijk om te benoemen als werk, terwijl het dat wel degelijk is. En het zou heel veel moeite kosten om je er ook nog mee bezig te moeten houden om dat op te lossen. In het moment is het namelijk inderdaad makkelijker en sneller om gewoon antwoord te geven op die alledaagse vragen. Maar alles bij elkaar vreet het enorm veel energie en ruimte in je hoofd.
Er zit nog iets onder wat minder zichtbaar is, maar misschien wel het zwaarst weegt. Je hebt niet alleen overzicht. Je bént het overzicht geworden.
Niet omdat je dat ooit zo hebt afgesproken. Omdat jij degene werd die dingen onthoudt, die vooruitdenkt, die gaten opvult voordat ze zichtbaar worden, plant, bedenkt of iets überhaupt wel kan of niet. Omdat dat handig was, en daarna normaal werd, en daarna verwacht.
En ergens onderweg is het niet meer iets wat je doet. Maar iets wat je er gewoon bij bent gaan dragen.
Waarom delegeren het probleem niet oplost
Het idee dat je dingen moet verdelen klinkt logisch, maar gaat voorbij aan wat er daadwerkelijk gebeurt wanneer je iets uit handen probeert te geven.
Want iets delegeren betekent niet dat het uit je hoofd verdwijnt. Misschien maakt het je nog extra waakzaam. Het betekent namelijk dat je moet uitleggen wat er moet gebeuren, moet controleren of het dan ook echtgebeurt. Of je moet onthouden dat het nog moet gebeuren en vaak alsnog moet ingrijpen wanneer het anders loopt dan je had verwacht. Dat het niet gebeurd zoals zou moeten is ook nog wel een ding. Of, een hele bekende volgens mij, is tijdens het boodschappen nog meerdere keren een appje krijgen waar iets precies ligt of wát je precies bedoelt. Een teken om het vaker uit handen te geven, maar wordt vaak gezien en gevoeld als iets van, jij kunt het tóch beter dan ik dus doe het voortaan zelf. Terwijl het juist andersom moet zijn. Vaker lekker die boodschappen doen, dan leer je het allemaal vanzelf ;)
Wat je overdraagt is de uitvoering, maar wat je houdt is de verantwoordelijkheid, en dat is precies waar de mentale belasting zit.
Daardoor wordt zelfs het “oplossen” van mental load een extra laag van mental load.
Lekker paradoxaal.
En dan is er volgens mij alwéér een laag die nog minder zichtbaar is.
Het aanvoelen van hoe iets gaat landen. Het rekening houden met reacties, met stemmingen, met wat iemand nodig heeft zonder dat die persoon dat zelf uitspreekt. Het emotionele werk. Dat loopt altijd mee. Gaat gewoon met je mee, is altijd aanwezig. Kost je ook ruimte en energie.
Socialisatie: waar dit echt vandaan komt
Dit ontstaat niet uit het niets, en ook niet omdat jij toevallig iemand bent die graag controle houdt of dingen beter wil doen.
Dit begint veel eerder.
In hoe meisjes worden opgevoed om op te letten, om rekening te houden met anderen, om sfeer aan te voelen en verantwoordelijkheid te nemen voor wat er mis kan gaan. Niet eens persé in de huishoudelijke sfeer, maar echt systematisch.
Jongens leren vaker om te handelen wanneer iets concreet wordt. Groeien meer op met het idee wie zíj later gaan worden als mens en hun rol als man in het huis komt op de tweede plaats te staan. Terwijl meisjes vaak leren om te anticiperen voordat iets gebeurt én vaak opgroeien met hoe zij hun leven gaan managen en inrichten ipv enkel door de lens van betaald werk. Beide vanuit een perspectief tackelen ze het leven en ook de rol en inricht daarvan.
Zorg, aandacht en overzicht thuis worden vaak niet als échte vaardigheden gezien, maar als vanzelfsprekende eigenschappen die je gewoon hebt. Of zou moeten hebben.
Falen daarin voelt dan niet als een praktische misser, maar als iets persoonlijks, alsof je tekortschiet in iets wat van je verwacht wordt.
Dat is socialisatie. Dat is geen toeval, maar een systeem.
En dat betekent dat dit niet iets is wat jij individueel hebt gecreëerd, maar iets waar je in bent opgegroeid en waar je vervolgens in bent blijven functioneren.
Dit gaat ook echt heel veel verder dan alleen opvoeding.
Het zit in hoe we werk waarderen, en vooral in wat we níet als echt werk zien. Moeten toch helemaal blij zijn met het leven wat we hebben en dankbaar voor alles waar we het privilege voor hebben om voor te mógen zorgen. Zeker, helemaal eens. Maar dat geldt voor iedereen toch? Niet maar voor 1 volwassenen in het huishouden.
Zichtbaar (aka betaald) werk wordt beloond. Taken met een begin en een einde, iets wat je kunt afvinken, iets wat meetbaar is. Iets wat geld betaald, dát maakt het blijkbaar waardevoller. Heeft meer aanzien.
Maar dit soort werk, de echte labour, heeft geen duidelijk begin en geen einde. Het stopt niet wanneer je klaar bent, omdat het nooit helemaal klaar is.
En precies daardoor wordt het niet erkend als werk, maar als iets wat er gewoon bij hoort. Alsof het vanzelf gaat, een energie kost en geen gewicht heeft. Maak gewoon je todo-lijstje af! Dan ben je klaar toch?
De mythe van de ‘deeltijdprinsesjes’
In Nederland houden we graag vast aan het idee dat vrouwen het rustiger hebben omdat ze vaker parttime werken, alsof dat automatisch betekent dat er minder druk is en meer ruimte.
“Deeltijdprinsesjes.”
Het klinkt luchtig, bijna jaloersmakend.
Alleen klopt het niet.
Want minder betaalde uren betekent niet minder werk, het betekent vaak dat een groter deel van het werk verschuift naar iets wat niet zichtbaar is. Of in ieder geval in ons land niet als even gewichtig wordt beschouwd. Niet betaald werk wordt zeer zelden genoeg gewaardeerd, helaas.
Daarbovenop komt dat vrouwen gemiddeld ook nog eens minder verdienen per uur, voor hetzelfde werk. De loonkloof is inmiddels (gelukkig!) een bekend fenomeen. En daar komt bij dat ook bijvoorbeeld zwangerschapsdisriminatie een heel hardnekkig gegeven is. En deze draag dan weer bij aan de loonkloof. Een ‘gat’ in je CV. Alsof dat niet heel menselijk is, ongeacht de reden.
Dus wat eruitziet als minder werken, is in werkelijkheid vaak een andere verdeling van werk, waarbij het zwaarste deel, het constante mentale overzicht, buiten beeld blijft.
Waarom het zo moeilijk is om dit te doorbreken
Omdat het niet zit in duidelijke regels, maar in verwachtingen die zo vanzelfsprekend zijn geworden dat ze nauwelijks nog opvallen.
Dat scholen eerst de moeder bellen wanneer een kind ziek is, dat vragen over praktische zaken automatisch bij vrouwen terechtkomen. Dat planning en overzicht ergens stilzwijgend worden toegewezen het gebeurt zonder dat iemand het expliciet zo beslist. En dat kun je delegeren, maar de verantwoordelijkheid in andersmans ogen, blijft vaak gewoon bij jou.
En juist daardoor wordt het zelden bevraagd.
Het is geen bewuste keuze, maar een systeem van aannames dat zichzelf in stand houdt.
Bewustzijn maakt het niet automatisch lichter
Inzicht helpt, omdat het taal geeft aan iets wat eerst diffuus was, en omdat het bevestigt dat je niet de enige bent die dit ervaart.
Maar het heeft ook een andere kant.
Want zodra je het ziet, zie je het overal. De hele tijd, zo lijkt het wel.
Je merkt hoe vaak je vooruitdenkt, je ziet het bij andere constant gebeuren. Hoe vaak die vanzelfsprekendheden de regie voeren.
Er vaak wordt gedacht; ‘nou dan doe ik het toch maar even snel tussendoor’. Dat zie en hoor ik in mijn omgeving zó vaak. Is dan toch vaak het snelst en makkelijkst, gezien de omstandigheden. Hoe vaak verantwoordelijkheid bij jou landt zonder dat iemand het benoemt.
En dat kan opluchten, omdat het eindelijk klopt. Je ziet het.
Maar het kan ook zeker zwaarder gaan voelen, omdat het duidelijk maakt dat het geen incident is, maar een patroon dat diep verankerd zit. Zo diep dat het vaak onzichtbaar is. En dat is heel lastig uit te leggen wanneer het niet wordt gezien. Het is namelijk gewoon zoals het is. ‘Doe niet zo moelijk’.
Waarom de oplossing niet bij jou ligt
En hier wordt het belangrijk.
Want zodra iets zichtbaar wordt, verschuift de aandacht vaak meteen naar wat jíj anders kunt doen.
Beter communiceren, duidelijker grenzen stellen, dingen anders verdelen, beter verdelen etc..
Allemaal logisch, maar ook allemaal gebaseerd op hetzelfde uitgangspunt: dat jij degene bent die het moet oplossen.
En dat is precies wat niet klopt.
Want dan komt er wéér iets bij, namelijk de verantwoordelijkheid om een systeem te corrigeren waar jij zelf, en iedereen, gewoon onderdeel van bent geworden.
Dat is geen oplossing.
Dat is wederom extra werk. Extra druk om alles te moeten verbeteren of ‘healen’.
En dat is misschien wel het meest vermoeiende eraan. Dat zelfs het idee dat je hier iets mee moet doen, dat je het moet fixen of doorbreken, voor nog een extra laag zorgt.
Terwijl dit juist één van die dingen is waar je persoonlijk verrassend weinig aan kunt veranderen. Omdat het systemisch is. Het zit niet in hoe goed jij het doet. Het zit in hoe zaken zijn verdeeld.
Het zit niet in jou, het is geen gebrek of beter te managen. Het zit in hoe alles om je heen is ingericht. Moeten we het weer zelf oplossen, alsof daar het probleem zit.
Het idee dat jij dit moet oplossen is misschien wel het meest hardnekkige deel van het probleem.
Alsof een systeem dat jarenlang zo is gegroeid ineens verdwijnt omdat jij beter communiceert of je grenzen nog iets duidelijker aangeeft.
Dat is geen oplossing. Dat is werk verplaatsen.
Wat anderen wél kunnen doen
Niet alles hoeft volledig begrepen te worden om serieus genomen te worden.
Partners, familie, werkgevers, sociale kring - zij hoeven niet exact te voelen wat jij voelt om te erkennen dat het er is en dat het wel degelijk echt gewicht heeft.
Wat wel kan, is luisteren zonder het kleiner te maken en stoppen met het automatisch terugleggen van verantwoordelijkheid. Accepteren dat niet alles opgelost hoeft te worden door degene die het draagt.
Dat verandert het systeem niet meteen, maar het verschuift wel iets in hoe de last verdeeld wordt.
En misschien nog belangrijker: ook als je dit niet draagt, maak je er wél onderdeel van uit. In hoe je vragen stelt, welke aannames je daarin maakt. In wat je voor vanzelfsprekend neemt naar de ander toe, wat dat over jóu zegt. Het spreek namelijk ook tot hoe jij degene die het wel draagt ziet. Het zit ‘m ook in waar verantwoordelijkheid (en verantwoordelijkheidsgevoel) landt zonder dat iemand dat expliciet zo heeft afgesproken.
Dat is precies hoe dit blijft bestaan.
Het ligt dus écht niet aan jou
Je kunt moe zijn zonder dat je te weinig rust neemt. Je overbelast voelen zonder dat je iets ‘verkeerd’ doet, en voortdurend ‘aan’ staan zonder dat je dat bewust hebt gekozen.
Dat maakt het niet ineens licht.
Maar het verandert wel de vraag.
Niet: wat moet jij anders doen?
Maar: wat is hier al die tijd gaande geweest, en waarom wordt dat zo vanzelfsprekend gevonden?
Soms verandert er niets aan wat je draagt.
Maar wel aan hoe je het begrijpt.
En dat kan al genoeg zijn om jezelf iets minder zwaar te vallen. Daar zit misschien, en hopelijk, wat meer lucht en ruimte voor die mental load om te ademen. Wat meer (h)erkenning en het ook bij anderen zien om het ook daar eens te benoemen. Voelen we ons misschien wat meer gezien en gevoeld, denk dat daar de meeste winst te behalen valt.
Je bent niet degene die dit heeft bedacht. Je bent er alleen in terechtgekomen. We zijn er allemaal in terechtgekomen. Ook degene die de mental load (of mentale belasting bij vrouwen, geef er maar een woord aan) niet dragen zijn hierin terechtgekomen. Het is hoe we ons tot elkaar verhouden. En, helaas, hoe hard iemand ook z’n best doet om het te snappen, is het als niet-dragen hiervan gewoon onmogelijk. Maar neem het gewoon aan dat het zo is en probeer er zo goed mogelijk naar te handelen. Met de kennis van nu.
Want zolang dat niet gezien wordt, blijft het bij jou liggen, of je dat nou wilt of niet.
Niet omdat jij het beter kunt.
Maar omdat bijna niemand heeft geleerd (door te zien en te normaliseren) dat het ook gewoon anders kan.





