Nederland heeft campagnes tegen femicide.
Een Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme kennen we ook. Er zijn actieplannen tegen geweld tegen vrouwen, voornemens, onderzoeken, moties, overlegtafels en telkens weer de oproep om signalen van huiselijk geweld vooral serieus te nemen.
En wanneer iemand vervolgens daadwerkelijk meldt dat het thuis onveilig is?
Dan kan die melding maanden blijven liggen.
De 25 organisaties van Veilig Thuis hebben deze week gezamenlijk de noodklok geluid. Ze zeggen dat de grens is bereikt. De wachtlijsten lopen op, medewerkers kunnen het werk nauwelijks aan en ook andere organisaties waarmee Veilig Thuis moet samenwerken komen daardoor onder druk te staan.
Een melding hoort wettelijk binnen vijf dagen te worden opgepakt.
In werkelijkheid wachten mensen nu gemiddeld ongeveer twee maanden. Soms zelfs langer dan een half jaar.
Bij acuut gevaar wordt natuurlijk direct gehandeld. Maar daar zit meteen iets verschrikkelijks in verstopt.
Want hoeveel onveiligheid moet er eerst ontstaan voordat het acuut genoeg is?
Veilig Thuis kreeg vorig jaar ongeveer 136.000 meldingen. Meer meldingen betekent deels iets goeds: mensen herkennen geweld eerder, omstanders bellen sneller en wat vroeger binnenshuis mocht verdwijnen wordt zichtbaarder.
Alleen hebben we blijkbaar wel steeds harder geroepen dat iedereen moet signaleren, melden en ingrijpen zonder ervoor te zorgen dat het systeem achter die oproep hetzelfde tempo aankon.
Dat is nogal een probleem. We behandelen veiligheid namelijk heel vaak als een individuele opdracht.
Vrouwen leren hun route te veranderen. Een sleutel tussen hun vingers te houden. Hun drankje niet uit het oog te verliezen. Een berichtje te sturen wanneer ze thuis zijn. Enzovoorts.
Vorige week liepen mannen nog door Amsterdam om aandacht te vragen voor geweld tegen vrouwen. Ik schreef toen dat vrouwen geen nieuwe generatie zogenaamde ‘beschermers’ nodig hebben. We hebben mannen nodig die elkaar begrenzen en instituties die hun werk doen.
En nu krijgen we bijna meteen het perfecte vervolg. Want dit is hoe bescherming er in werkelijkheid uitziet. Geen ‘ridder’ of leuke slogan of nogmaals tegen vrouwen zeggen dat we nog beter moeten opletten.
Maar áls er dan een melding wordt gedaan: een telefoon die wordt opgenomen, en vervolgens iemand die daadwerkelijk tijd heeft om er iets mee te doen.
Een systeem dat werkt voordat het geweld ernstig genoeg is geworden om achteraf weer te vragen waarom niemand eerder iets heeft gedaan.
En zelfs over de oplossing zijn politiek en Veilig Thuis het niet eens.
Veilig Thuis vraagt €70 miljoen voor de komende drie jaar om de acute druk te verminderen en de organisatie te veranderen. De Tweede Kamer zegt ondertussen: niet zomaar geld erbij; eerst moet duidelijk worden waarom het hele systeem zo slecht is georganiseerd.
Daar zit op zichzelf een belangrijke vraag in.
Extra personeel lost geen keten op waarin je meldingen uiteindelijk vooral tussen tekorten verschuift. Maar bestuurlijke bezinning heeft een vrij vervelende eigenschap wanneer je thuis bang bent voor degene naast wie je slaapt:
ze duurt.
De Kamer vroeg het kabinet een jaar geleden al om opnieuw naar de rol, capaciteit en positie van Veilig Thuis te kijken. In dat jaar is de situatie verder verslechterd.
Dus dit is simpelweg de minder fotogenieke versie van onze nationale strijd tegen geweld tegen vrouwen.
Geen man die zichzelf opnieuw als beschermer mag uitvinden.
Gewoon zorgen dat iemand die bescherming nodig heeft niet eerst twee maanden hoeft te wachten.
Dat zou een begin zijn.







Eens. Het is ook merkwaardig dat als iets misgaat de schuldvraag bij de hulpverlening wordt gelegd, terwijl het systeem niet faciliteert. Niet alleen in de zin van de overheid, maar ook de individualisering is van invloed
What the hellie. Weer zo’n eyeopening artikel van jouw hand.