Abortus en autonomie (2): waarom het nooit alleen jouw keuze lijkt te zijn
Over controle vermomd als zorg, anticonceptie als vrouwenwerk en de buitenwereld die ineens mee wil praten.
Misschien is de echte schok niet dat vrouwen abortus laten doen. Misschien is de echte schok dat vrouwen soms nee zeggen.
Het bijzondere aan abortus is niet alleen de keuze zelf.
Het is hoe snel die keuze van iedereen lijkt te worden, behalve van de persoon die haar moet maken.
In deel 1 schreef ik over wat je voelt en wat je denkt dat je hoort te voelen. Over opluchting, twijfel, blijdschap, rust, verdriet, ruis en dat vreemde maatschappelijke script waarin een vrouw na een abortus vooral geloofwaardig lijkt wanneer ze zichtbaar genoeg lijdt. Alsof zwaarte een bewijs van moraliteit is, alsof opluchting verdacht is, alsof een keuze pas serieus genomen mag worden wanneer je er een beetje aan kapotgaat én daar het liefst ook nog in keurige ‘samenspraak’ met een arts uit bent gekomen.
Terwijl de werkelijkheid zelden zo overzichtelijk is.
Abortus kan verdriet zijn. Natuurlijk kan dat. Het kan twijfel zijn, rouw, verwarring, een lichaam dat nog even achterloopt op een hoofd dat allang wist waar het heen moest, een dag die je niet snel vergeet, een stilte die zich anders gedraagt dan je had verwacht.
Maar het kan ook opluchting zijn. Rust. Helderheid. Adem. Vrijheid! Een deur die weer opengaat. Een leven dat ineens weer van jou voelt. Een keuze die niet voortkomt uit kilte, maar uit congruentie; uit het diepe, soms nauwelijks uit te leggen weten dat dit niet voor jou was. Niet jouw moment, niet jouw relatie, niet jouw draagkracht, niet jouw toekomst, niet jouw ja.
En misschien is dat precies waar de spanning bestaat.
Niet alleen dat vrouwen abortus laten doen, maar dat sommige vrouwen daarna niet instorten op een manier die de buitenwereld geruststelt. Dat wij vrouwen niet voldoende bewijsmateriaal aanleveren voor onze zorgvuldigheid. Dat we niet genoeg lijden om geloofd te worden. Dat we soms gewoon weten: dit is juist. Punt.
De ruis komt ergens vandaan
Die ruis rondom abortus ontstaat natuurlijk niet zomaar ergens in het hoofd van vrouwen, alsof wij collectief een bijzonder talent hebben voor innerlijke chaos en daarom bij ieder groot besluit eerst een hele mentale commissie installeren.
Die ruis wordt gemaakt.
Door cultuur, religie, politiek, wetgeving, familie, partners, vriendinnen soms ook, door oude ideeën over moederschap die zich modern hebben aangekleed. Goedbedoelde vragen die klein lijken maar toch ineens voelen alsof iemand met een clipboard naast je leven staat.
En dit tweede deel begint daar.
Niet bij de vraag wat een vrouw voelt. Maar bij de vraag waarom zoveel mensen denken dat zij recht hebben op toegang tot dat gevoel. Ik snap daar dus helemaal niets van.
Want zodra het over abortus gaat, lijkt een individuele keuze opvallend snel een maatschappelijk vergaderpunt te worden. Mensen die normaal hun eigen agenda nauwelijks op orde krijgen, weten ineens precies hoe zorgvuldig een ander moet nadenken. Mensen die nooit een dag in jouw lichaam hebben gewoond, lijken ineens mede-eigenaar van de twijfel, de timing, de reden, de toekomst en het morele gewicht dat volgens hen aan jouw keuze zou moeten hangen.
Dat blijft wonderlijk.
Natuurlijk mag iedereen over abortus als maatschappelijk onderwerp nadenken. En ook iets vinden. Natuurlijk mag dat. Politiek gaat over lichamen, zorg, rechten, wetten en toegang, en precies daarom moeten we het erover hebben.
Maar er is een verschil tussen nadenken, spreken en je eigen gedachten hebben over rechten en persoonlijk binnendringen in iemands keuze.
Er is een verschil tussen zorgen dat abortuszorg veilig, toegankelijk en goed geregeld is, en doen alsof een vrouw haar autonomie pas verdient wanneer ze haar binnenwereld voldoende heeft toegelicht aan mensen die daar helemaal niet wonen. Of zelfs haar autonomie helemaal af willen pakken.
De buitenwereld komt vaak zacht binnen
Volgens mij zegt bijna niemand letterlijk: ik wil iets te zeggen hebben over jouw lichaam.
Was het maar zo overzichtelijk.
Controle komt veel vaker binnen als bezorgdheid, nuance, voorzichtigheid, redelijkheid, liefde, “ik zeg dit alleen omdat ik om je geef”, “ik wil gewoon dat je alle kanten bekijkt”, “weet je zeker dat je er later geen spijt van krijgt?”, “ik ben niet tegen abortus hoor, maar…”
En natuurlijk is niet iedere vraag controle en niet iedere onhandige opmerking is patriarchaat met een jas aan. Mensen zijn soms bang, ongemakkelijk, slecht voorbereid, te snel met woorden en te langzaam met luisteren. Gaan vaak uit van het beeld wat in hun wereld dominant is. Dat mag ook gezegd worden want vrouwen zijn niet geholpen met een wereld waarin elke aarzelende zin meteen tot vijandige intentie wordt verklaard.
Maar patronen zijn geen incidenten.
En het patroon rondom abortus is heel helder: uiteindelijk gaat het over macht en onderdrukking. Daar kom ik zo op terug.
Maar zodra een vrouw zwanger is en abortus zich als optie aandient, ontstaat er vaak een soort onzichtbare commissie. Een commissie van mensen die zich afvragen of ze wel goed heeft nagedacht, of ze later geen spijt krijgt, of hij het weet, of haar moeder het weet, of ze misschien niet toch ooit kinderen wil, of dit niet iets is waar ze altijd last van blijft houden, of ze niet gewoon even door de paniek heen moet, of ze misschien niet te rationeel is, of juist te emotioneel, of te jong, of te oud, of te vrij, of te snel, of te zeker. In ieder geval niet goed. Abortus is bovendien lang niet altijd een verhaal van “nooit moeder willen”; het gebeurt ook tussen het ene en het andere kind door. Slechte timing kan gewoon. Nu even niet kan gewoon. Daar hoeft geen extra tragisch dossier bij. Er hoeft geen verantwoording voor afgelegd te worden. Waarom bestaat dat? Wie heeft dat bedacht? Iemand die een hekel heeft aan kinderen en er zoveel mogelijk ongewenst de wereld in wil helpen?
Vrouwen, het zijn net mensen, maar dan met een externe beoordelingscommissie.
Kleine vragen dragen grote aannames
“Denk je niet dat je spijt krijgt?” klinkt misschien zorgzaam, maar onder die vraag ligt vaak de aanname dat spijt waarschijnlijker, dieper of echter is dan opluchting. Misschien krijg je wel spijt van de andere keuze. En die heeft veel meer, veel ernstigere gevolgen.
“Heb je er wel goed over nagedacht?” klinkt misschien voorzichtig, maar onder die vraag ligt vaak de aanname dat een vrouw blijkbaar niet al aan het denken is vanaf het moment dat haar lichaam, haar toekomst, haar relatie, haar werk, haar geld, haar gezin, haar veiligheid of haar verlangen in één klap door elkaar schuiven. En misschien hoef je er ook niet altijd uitgebreid over te denken en kun je gewoon naar je gevoel luisteren. Ook niet onbelangrijk.
“Wat vindt hij ervan?” klinkt misschien praktisch, maar onder die vraag ligt vaak de aanname dat zijn positie vanzelfsprekend onderdeel is van het besluit. Ook wanneer haar lichaam de plek is waar de consequentie landt.
Dat is het ingewikkelde: veel vragen zijn niet per se fout, maar ze zijn verre van neutraal. Ze zitten vol aannames en ondermijnen direct jouw vermogen om als mens serieus genomen te worden.
Ze komen uit een wereld waarin vrouwen al eeuwen worden getraind om hun keuzes uitlegbaar en behapbaar te maken voor anderen. Zeker wanneer die keuzes raken aan seksualiteit, moederschap, zorg, beschikbaarheid, trouw, opoffering of de vraag of een vrouw wel voldoende vrouw is op de manier waarop de omgeving haar graag begrijpt.
En abortus raakt aan alles tegelijk.
Daarom voelt het voor veel mensen zo beladen, denk ik.
Niet alleen omdat het over zwangerschap gaat.
Maar omdat het over macht gaat. Het leven.
Bezorgdheid kan ook controle zijn
Ik denk dat we eerlijker mogen zijn over hoe vaak controle zich vermomt als zorg.
Dat geldt niet alleen voor abortus. Het geldt voor hoe vrouwen zich kleden, werken, moederen, vrijen, eten, uitgaan, ouder worden, ambitie tonen, boos worden, geld verdienen, niet genoeg verdienen, wel genoeg verdienen en daarna vooral niet te veel mogen willen. Dankbaar moeten zijn voor alles en that’s it.
Controle zegt zelden: ik wil dat jij kleiner blijft.
Controle zegt:
ik wil je beschermen
ik bedoel het goed
ik stel alleen vragen
ik vind het zonde
ik denk gewoon aan jou
Enzovoorts…
En soms is dat waar. Soms is het echt zorg. Soms heeft iemand gewoon geen taal voor de situatie en probeert die persoon toch iets vast te houden.
Maar vaak wordt zorg een manier om toegang te krijgen tot iets waar je geen recht op hebt: tot iemands reden, redenering en gedachtegang. Tot een lichaam, een verhaal, een emotie. Of tot het bewijs dat ze wel genoeg heeft geleden, gewikt, gewogen en moreel door de modder is gerold om vrij te mogen zijn. In ieder geval vrij om haar keuze te maken en die moet vooral een beetje stroken met de interne moral police van de ander.
Autonomie is blijkbaar alleen veilig als ze verdrietig kijkt
Een vrouw die zichzelf niet straft voor haar keuze, is moeilijker te controleren.
Wat mij steeds opnieuw opvalt, is hoe ongemakkelijk mensen kunnen worden van vrouwelijke helderheid.
Een vrouw die twijfelt, huilt, instort, bidt, boet, kapot nuanceert en daarna nog drie alinea’s schuldgevoel in haar journal volkalkt voelt voor veel mensen blijkbaar betrouwbaarder dan een vrouw die zegt: ik wist het. Het klopte. Ik voelde opluchting. Ik was blij en trots op mezelf en ik koos gewoon voor mijn leven. Daar is niets geks, kils of moreel verdachts aan. Dat zit in ieder mens, toch?
En dat is niet omdat verdriet echter is. Het is omdat verdriet minder bedreigend is en vaak als ‘vrouwelijk’ wordt gezien. Agressie wordt meer met het mannelijke geassocieerd maar goed, dat is weer een heel ander verhaal. Ik zal het verder even bij dit onderwerp houden. Maar over dat ‘female’ en ‘male’-gebeuren komt vast later nog een stuk. Heel interessant ook.
Maar goed, verder. Een verdrietige vrouw bevestigt nog steeds dat de norm zwaar is, dat moederschap de bestemming is, dat afwijken pijn moet doen, dat vrijheid niet te makkelijk mag voelen en dat een vrouw die nee zegt tegen zwangerschap in elk geval nog begrijpt dat ze daar publiekelijk een passende emotionele prijs voor hoort te betalen.
Een opgeluchte vrouw doet iets gevaarlijkers.
Die zegt: misschien was dit geen verlies maar juist winst. Heerlijk die ruimte, adem, een grens, een vorm van zorg, een bescherming van mezelf. Iets om trots op te zijn zelfs; iets waar je zelfvertrouwen van kan groeien, omdat je handelt vanuit je eigen behoeftes, verlangens en draagkracht. En als je dan ooit alsnog een kind zou willen krijgen, zijn dit dan geen eigenschappen die je mee zou willen geven? Lijkt mij van wel. Voor jezelf na kunnen denken en daar naar handelen. Congruent zijn is in mijn ervaring 1 van de grootste rijkdommen die je als mens kunt ervaren.
En daar wordt het spannend.
Want een vrouw die zichzelf niet straft voor haar keuze, is moeilijker te controleren.
Stigma is eigenlijk een te klein woord
We noemen het vaak stigma.
Stigma rondom abortus. Stigma rondom vrouwen die voor abortus kiezen. Stigma rondom opluchting na abortus.
En dat woord klopt.
Maar soms voelt stigma bijna te klein, alsof het gaat om een hardnekkig sociaal vlekje waar we best over zouden kunnen praten. Een ongemakkelijk oordeel, een beetje schaamte die aan het onderwerp kleeft en waar we met genoeg open gesprekken vanzelf doorheen wandelen.
Terwijl het veel groter is dan dat.
Stigma is niet alleen dat mensen iets vinden. Het is een techniek.
Het zorgt ervoor dat vrouwen zichzelf gaan corrigeren voordat iemand anders dat doet. Dat ze woorden kiezen die veilig zijn voor anderen. Hun opluchting zachter maken of zelfs verbergen. Hun redenen groter, hun verdriet zichtbaarder, en dus uiteindelijk hun verhaal acceptabeler maken voor een publiek dat niets met dat verhaal te maken heeft.
Stigma maakt van autonomie iets wat je moet performen.
En hetzelfde zie je later weer terug bij alleenstaand moederschap. Eerst wordt een vrouw aangesproken op haar keuze, haar seksualiteit, haar verantwoordelijkheid en haar vermogen om “het juiste” te doen. Daarna wordt ze, als ze alleen komt te staan, opnieuw bekeken alsof haar situatie vooral iets zegt over haar karakter. Ook daar werkt stigma als een techniek: het maakt structurele problemen persoonlijk, en persoonlijke keuzes publiek bezit.
Niet alleen kiezen, maar goed kiezen.
Niet alleen voelen, maar juist voelen.
Niet alleen doorgaan, maar op een manier die anderen geruststelt.
En dan ga je aan jezelf voorbij. Dus voor mij ligt er heel veel vrijheid in het juist heel hard roepen dat de andere kant óók bestaat. Kan gewoon makkelijk. Zo moeilijk is het niet.
Ik denk dat dat precies is waarom abortus zo’n krachtig controlemiddel blijft: niet omdat iedere individuele reactie kwaadaardig is. Zeker niet. Maar wél omdat het geheel vrouwen leert dat hun keuzes nooit helemaal privé zijn. En niet alleen dat, als het kind er eenmaal is verandert het leven van de kersverse moeder compleet. Naast het fysieke deel ben je als moeder, of we onszelf nu geëmancipeerd vinden of niet (newsflash: zijn we totaal niet), voor zo ongeveer altijd verantwoordelijk voor een ander. Je móet gaan zorgen. Minder tijd voor jezelf, waarschijnlijk minder werken dus minder verdienen. Mensen gaan er ook vanuit dat je dit allemaal graag doet want moeder worden is het ultieme en beste wat je kunt doen met je leven, toch?
Uiteraard doen vrouwen hier ook aan mee - en dat maakt het juist niet minder seksistisch
Vrouwen doen dit ook. Voor het geval je dacht dat ik het enkel over mannen had.
Vrouwen kunnen ook seksistisch zijn. Vrouwen kunnen andere vrouwen kleiner maken, corrigeren, beschamen, verdenken, beoordelen of terugduwen in een rol waar ze zelf ooit in moesten passen. We leven nou eenmaal in een patriarchaat. Helaas pindakaas.
Een systeem is pas echt succesvol wanneer mensen het gaan uitvoeren zonder dat iemand nog expliciet opdracht hoeft te geven. Wanneer vrouwen zelf gaan bewaken wat een goede vrouw is, een goede moeder, een slechte moeder, een egoïstische vrouw, een makkelijke vrouw, een kille vrouw, een hysterische vrouw, een vrouw die “te veel vanuit zichzelf denkt”, alsof dat laatste niet precies de bedoeling van autonomie was. Er is maar zoveel ruimte aan de top beschikbaar voor ons. Dus het is ook echt menselijk om je zo te gaan gedragen zonder erbij echt bij stil te staan. Heel lastig vind ik dit. Vooral omdat ik zelf niet zo in elkaar zit en dit heeft me zeker vaak ook dingen gekost. Dus kan echt wel begrijpen waarom mensen zich hier naar schikken. Het is gewoon vaak makkelijker. Als je het vermogen dan ook hebt om het uit je hoofd te zetten en dat lukt mij persoonlijk dus nooit.
Vrouwen worden ook elkaars bewakers, en dat is zéker niet omdat vrouwen van nature elkaars vijanden zijn maar omdat beperkte ruimte mensen tegen elkaar uitspeelt. En je moet sterk in je schoenen staan en de persoonlijkheid hebben om hier niet in mee te gaan. Maar dat heeft ook zeker een prijs. Unfair.
Wie mag vrij zijn? Wie betaalt de prijs? Wie krijgt begrip? Wie krijgt schaamte? Wie wordt serieus genomen? Wie krijgt de rol van uitzondering?
Handig wel, voor zo’n systeem. Autopilot.
Laat vrouwen elkaar beoordelen en de structuur blijft buiten beeld.
Abortus is geen los onderwerp. Het is een machtsvraag.
Abortus wordt vaak besproken alsof het een moreel vraagstuk is dat ergens los boven de rest van het leven zweeft.
Maar dat is het niet.
Abortus raakt overal aan. Aan het hele leven! Werk, geld, kansen, relaties, zorg, seks, veiligheid, gezondheid, klasse, religie, schaamte, huisvesting, partnergeweld, kinderopvang, moederschap, toekomst en de vraag wie uiteindelijk zeggenschap heeft over een lichaam dat zwanger kan worden.
Daarom is het nooit alleen privé, ook al zou de keuze zelf dat wel moeten zijn.
Want reproductie is macht.
Niet enkel in een zweverige “vrouwen zijn magische poorten van leven”-zin, al vind ik dat zelf ook zeker wel, maar ik bedoel het nu ook in de meest concrete zin.
Wie bepaalt wanneer vrouwen kinderen krijgen, bepaalt iets over bijvoorbeeld arbeid. Afhankelijkheid, seksualiteit, erfenis, familie, beschikbaarheid en de grenzen van vrouwenlevens.
Misschien is het vermogen om leven te dragen altijd zo zwaar bewaakt omdat het inderdaad machtig is. Wij maken en creëren leven uit het niets.
Niet omdat vrouwen daardoor verplicht zouden zijn om moeder te worden. Juist niet. Talloze culturen zijn ons voorgegaan waarin vruchtbaarheid, vrouwelijke figuren en het vermogen om leven te dragen een veel zichtbaardere spirituele, machtige of symbolische plek hadden. Denk bijvoorbeeld aan de Minoïsche beschaving.
Omdat de mogelijkheid om leven te maken alleen werkelijk vrij is wanneer je ook vrij bent om het niet te doen.
Anticonceptie: waarom ligt de rekening weer bij vrouwen?
En dan komen we bij anticonceptie. Hooray!
Want waarom is het eigenlijk zo normaal dat anticonceptie vooral de verantwoordelijkheid van vrouwen is?
Die vraag klinkt bijna te simpel. Misschien juist daarom stellen we haar te weinig.
Vrouwen slikken de pil, laten spiralen plaatsen, krijgen hormonen, voelen bijwerkingen, houden cycli bij, halen noodanticonceptie, doen zwangerschapstesten, bellen, plannen, wachten, uitleggen, beslissen en dragen, wanneer het misgaat, ook nog eens het lichaam waarin dat misgaan zichtbaar wordt.
Mannen bevruchten.
Vrouwen worden zwanger.
Toch is de verantwoordelijkheid cultureel vaak belachelijk scheef verdeeld. Er is namelijk nog nooit een vrouw zomaar zwanger geworden, zonder betrokkenheid, hulp of dwang, van een man.
En ja, biologisch vindt de zwangerschap plaats in het lichaam van de vrouw. Dat is precies waarom haar autonomie niet kleiner, maar groter zou moeten zijn. Maar cultuur heeft daar iets anders van gemaakt: die heeft van vrouwelijke vruchtbaarheid een publieke verantwoordelijkheid gemaakt, terwijl mannelijke vruchtbaarheid heel blij en vrij als spontane omstandigheid door het leven wandelt.
Alsof zwangerschap iets is wat vrouwen overkomt omdat mannen toevallig in de buurt waren.
Call me confused.
Bedenktijd, maar dan moderner verpakt
De verplichte vijf dagen bedenktijd bij abortus is in Nederland afgeschaft.
Goed.
Maar dat we daar überhaupt zo lang over hebben moeten doen, blijft absurd.
En zelfs nu, na het verdwijnen van die vaste vijf dagen, blijft de taal opmerkelijk. Fiom beschrijft de huidige situatie als een flexibele bedenktijd die “in samenspraak” met de arts wordt bepaald. En precies deze formulering laat zien hoe moeilijk het kennelijk blijft om vrouwelijke autonomie eens niet in toezichtstaal te verpakken. Het staat ook nog gewoon in het Wetboek van Strafrecht. Klinkt heel normaal en logisch…
Want waarom is het zo moeilijk om te zeggen: je mag het lekker zelf weten?
Full stop.
Waarom moet autonomie steeds weer worden omwikkeld met zorgvuldigheidstaal die vrouwen behandelt alsof ze pas betrouwbaar zijn wanneer iemand anders heeft meegekeken? Alsof we kinderen zijn?
We doen alsof dat redelijkheid is.
Maar soms is redelijkheid gewoon betutteling met betere PR.
Zorg, maar nog steeds strafrecht
Net al even genoemd, maar dat Wetboek van Strafrecht dus.
Ja, abortuszorg is legaal onder voorwaarden. Ja, er is de Wet afbreking zwangerschap. Ja, de praktijk is in Nederland veel veiliger en toegankelijker dan in landen waar abortus zwaar beperkt of verboden is. Dat moeten we niet wegpoetsen, want toegang doet ertoe.
Maar symboliek doet er ook zeker toe.
Rutgers beschrijft dat abortus in Nederland is vastgelegd in de Wet afbreking zwangerschap, terwijl de strafbaarstelling is opgenomen in artikel 296 van het Wetboek van Strafrecht. Abortus is dus niet simpelweg als gewone zorg geregeld; het is zorg met een strafrechtelijke schaduw eromheen.
En daar zit een gigantisch probleem.
Want hoe vrij is een recht wanneer het juridisch nog steeds naast misdaadtaal woont?
Hoe vanzelfsprekend is zorg wanneer de basisstructuur nog altijd zegt: dit mag alleen als aan de voorwaarden is voldaan, anders zitten we in het strafrecht?
En hoe serieus nemen we vrouwelijke autonomie wanneer we de medische handeling die daar soms uit voortkomt niet volledig durven behandelen als zorg, maar blijven bewaren in het deel van de wet waar we ook strafbaarheid organiseren? Waarom?
Dat is geen detail.
Dat is een wereldbeeld.
Vrouwenlichamen worden wel gecontroleerd, maar niet goed onderzocht
Misschien wringt dat zo bij mij omdat het past in een groter patroon: vrouwenlichamen worden voortdurend besproken, beoordeeld, gereguleerd en gemanaged. Iedere dag, door Jan en alleman. Is gewoon onderdeel van onze cultuur blijkbaar.
Maar zodra het gaat om goed onderzoek, passende zorg en echte medische kennis, blijkt de belangstelling ineens een stuk minder enthousiast.
Er is inmiddels een Nationale Werkagenda Vrouwengezondheid, en alleen al het feit dat die nodig is, zegt iets. De Rijksoverheid schreef bij de lancering dat vrouwengezondheid voor veel vrouwen “nog niet altijd serieus genoeg genomen wordt”, terwijl ZonMw expliciet benoemt dat veel vrouwen te maken hebben met onbegrepen klachten, misdiagnoses en onbehandelde aandoeningen.
Schandalig vind ik dit en je hoort en ziet er zelden wat over als je het niet opzoekt. Ik snap niet (of eigenlijk wel, maar het gaat er toch niet echt in) hoe dit kan bestaan.
Dat is geen los gezondheidsdingetje naast abortus.
Dat is hetzelfde verhaal in een witte jas.
Het vrouwenlichaam is eeuwenlang óf mysterie gemaakt, óf risico, óf bestemming, óf afwijking van de mannelijke standaard. Het werd besproken als vruchtbaar lichaam, hysterisch lichaam, moederlichaam, verleidelijk lichaam, problematisch lichaam, hormonaal lichaam, maar opvallend vaak niet als standaardlichaam dat degelijk, systematisch en serieus onderzocht moest worden.
Bijna de helft van de werkenden in Nederland is vrouw, schrijft het RIVM, en toch is er op de werkvloer nauwelijks aandacht voor vrouwengezondheid. Het RIVM doet onderzoek naar werkende vrouwen tijdens zwangerschap, moederschap en overgang - precies die fases die in het leven van miljoenen vrouwen niet marginaal zijn, maar structureel.
En dat maakt de gesprekken over abortus nog absurder.
Want dezelfde samenleving die vrouwen vraagt of ze wel goed genoeg hebben nagedacht over een zwangerschap, heeft historisch gezien nooit écht goed genoeg nagedacht over vrouwen.
Dan zijn het ineens ‘vrouwenkwaaltjes’, een grapje, stel je niet zo aan, maak het jezelf niet zo moeilijk, werk aan jezelf etc… Deze openstaande deuren ken je inmiddels vast wel.
Wij moeten het gewoon doen met de geneeskundige kennis die er voornamelijk bestaat over mannen.
Fascinerend, toch.
Als mannen zwanger konden worden
Ik weet dat de zin bijna cliché is geworden, maar soms zijn clichés populair omdat ze iets raken wat nog steeds waar voelt: als mannen zwanger konden worden, zag de wereld er waarschijnlijk anders uit.
Dan waren anticonceptie, abortuszorg, herstel, verlof, pijnbestrijding, cycluskennis en reproductieve gezondheid waarschijnlijk geen randonderwerpen geweest. Dan had er op iedere hoek van de straat iets gestaan. Een automaat. Een balie. Een app. Een polis. Een regeling. Een nette brochure met rustige typografie.
En ja, mannelijke anticonceptie bestaat al lang als idee, als onderzoek, als pil, als injectie, als mannelijke gel, als heel concreet medisch spoor. Het is niet alsof niemand ooit op het revolutionaire idee is gekomen dat mannen misschien ook dagelijks iets zouden kunnen doen om géén zwangerschap te veroorzaken.
Dat idee bestaat. Al lang.
Alleen ligt het niet normaal naast de vrouwenpil bij de apotheek.
En precies daar zit het punt.
Zodra verantwoordelijkheid niet meer automatisch bij vrouwen landt, wordt het ineens allemaal ingewikkeld. Seksisme zit overal. Mannen kregen een paar bijwerkingen, ongeveer te vergelijken met de bijwerkingen die vrouwen van de pil kunnen krijgen. Eerst even kijken of het het ongemak waard is. Of het commercieel interessant genoeg is. Of we het allemaal niet een beetje veel gevraagd vinden. Politiek speelt hier natuurlijk een enorm grote rol in. Case in point: het bestaan van Viagra.
Ondertussen slikken vrouwen al decennialang hormonen, laten spiralen plaatsen, dragen bijwerkingen, regelen noodanticonceptie, doen zwangerschapstesten en krijgen daarna ook nog de vraag of ze wel zorgvuldig genoeg hebben nagedacht.
Een grote studie naar hormonale anticonceptie voor mannen liet goede anticonceptieve werking zien, maar werd voortijdig gestopt na bijwerkingen. En ja, natuurlijk moet medicatie veilig zijn. Dat is het punt niet. Het punt is hoe snel bijwerkingen, comfort, acceptatie en dagelijks ongemak ineens een groot maatschappelijk vraagstuk worden zodra ze niet langer automatisch bij vrouwen landen.
Vrouwen krijgen de hormonen, de spiraal, de noodpil, de zwangerschapstest, de morele ruis en, als het misgaat, ook nog het lichaam waarin alles zichtbaar wordt.
Mannen krijgen tot nu toe vooral: condoom of vasectomie.
Call me confused.
Nu krijgen vrouwen vaak een combinatie van medische procedure, morele ruis, juridische schaduw, gezondheidsachterstand en administratieve mist.
En daarna mogen ze vooral dankbaar zijn dat ze überhaupt mogen kiezen. Yay!
We dachten misschien dat dit geregeld was
Wat mij ook bezighoudt, is dat abortus de laatste jaren opnieuw scherper voelt.
Niet omdat vrouwen twintig jaar geleden massaal zonder oordeel leefden. Absoluut niet. Ook toen waren er scripts, blikken, schuld, stilte en dubbele standaarden. Ook toen moest opluchting vaak fluisteren waar verdriet mocht spreken.
Maar er hing in veel progressieve kringen wel een gevoel van: dit is geregeld. Ik merk dit ook veel in mijn directe omgeving van mensen van wie ik het echt niet zou verwachten. Dat conformisme. Niet perfect, maar geregeld. Een verworven recht. Iets waar we niet elke week opnieuw aan hoefden te twijfelen.
En toen bleek dat rechten ook terug kunnen bewegen.
In de Verenigde Staten werd Roe v. Wade teruggedraaid, waarmee het federale constitutionele recht op abortus verdween en staten opnieuw verregaand konden bepalen wat vrouwen met hun lichaam mogen doen. In Europa is het beeld dubbel: er is soms een beetje vooruitgang in wetgeving, maar Amnesty waarschuwt tegelijk voor bestaande barrières én pogingen om reproductieve rechten terug te draaien, terwijl het Center for Reproductive Rights dezelfde spanning benoemt tussen legalisering, ongelijke toegang en nieuwe hindernissen.
Niet alles gaat overal alleen maar achteruit.
Maar vrouwenrechten staan wél opnieuw onder druk, en reproductieve rechten worden wereldwijd nadrukkelijker gebruikt als strijdtoneel waarop conservatieve bewegingen laten zien dat ze macht over lichamen, gender, seksualiteit en afhankelijkheid willen terugpakken.
Abortus is daarin altijd zichtbaar geweest, maar het wordt nu opnieuw heel openlijk ingezet als plek waar macht over vrouwen kan worden beoefend.
Dat is geen toeval.
Wanneer conservatieve bewegingen macht willen terugpakken, beginnen ze opvallend vaak bij lichamen. Bij seksualiteit. Bij voortplanting. Bij gender. Bij wie mag kiezen, wie moet dragen, wie moet zwijgen en wie mag bepalen wat “natuurlijk” is.
Nederland is niet zo progressief als het zichzelf graag vertelt
Nederland kijkt zichzelf graag in de spiegel als progressief, redelijk, modern land, maar dat beeld is behoorlijk van de werkelijkheid losgezongen. Helaas.
Nederland zakte in 2025 vijftien plekken naar plaats 43 op de Global Gender Gap Index, met name door terugval in politieke invloed en een blijvende zwakke positie op economische participatie en kansengelijkheid. En alsof dat nog niet genoeg barsten in het decor geeft, tikte ook een VN-comité Nederland op de vingers: volgens de NOS deed het comité aanbevelingen op maar liefst achttien (!) gebieden, met dringende actiepunten rond huiselijk geweld, prostitutie, zorg door vaders en abortus; de VN benadrukte onder meer het belang van gratis kinderopvang en betere zorgverdeling. Ze wezen er ook op dat abortus op Aruba, Curaçao en Sint Maarten nog altijd verboden is.
Dat schreef ik eerder ook al in mijn stuk over de Jetten-Juk: de hoogglansversie van vooruitgang schuurt steeds harder met de werkelijkheid waarin vrouwen nog altijd het vangnet, het sluitstuk en de noodoplossing van beleid zijn.
En precies daarom hoort hier ook ‘Deeltijdprinsesjes bestaan niet’ bij.
Want hetzelfde land dat graag doet alsof vrouwen inmiddels alle vrijheid hebben, blijft zorg, opvang, huishoudelijk werk, mentale belasting, carrière-aanpassing en praktische verantwoordelijkheid bijna uitsluitend behandelen alsof het persoonlijke keuzes zijn in plaats van politieke infrastructuur.
Vrouwen werken niet “minder” omdat ze collectief een aangeboren liefde hebben voor wasmanden, ouderapps, boodschappenlijstjes, speelafspraken, mantelzorg, verjaardagen en de emotionele stabiliteit van het hele huishouden; vrouwen werken vaak minder betaald omdat er ergens anders werk blijft liggen dat niemand telt, maar iedereen mist zodra het niet gebeurt.
En als je dan bij abortus zegt: “Maar wat als er wél een kind komt, wie draagt dan het leven dat daarna begint?”, dan wordt het ineens ongemakkelijk stil.
Gratis kinderopvang? Betere zorgverdeling? Financiële steun? Echte verantwoordelijkheid van vaders? Structurele bescherming van moeders? Minder afhankelijkheid? Minder straf op zorg? Minder carrièreverlies? Minder morele druk?
Ja, nee, kijk, dat is allemaal weer ingewikkeld.
Je zou er bijna moe van worden.
Bijna.
De kliniek en de demonstrant
Een van de beelden die voor mij alles zegt, is dat er organisaties bestaan die mensen begeleiden naar abortusklinieken.
Niet omdat vrouwen de weg niet kunnen vinden, al zou je bijna gaan denken dat sommige mensen dat geloven. Het is omdat er blijkbaar zomaar mensen kunnen staan die vinden dat hun overtuiging zwaarder weegt dan de rust van iemand anders.
Alleen dat beeld.
Een vrouw die naar een medische afspraak gaat en langs een menigte met een mening moet lopen.
Een vreemde die daar staat namens leven, moraal, liefde, religie of bezorgdheid, maar ondertussen het lichaam en de keuze van een ander tot publiek terrein maakt.
Dat is geen zorg.
Dat is controle.
Daarom vind ik initiatieven als Samen naar de Kliniek zo belangrijk. Heel jammer dat het moet maar het is nodig blijkbaar. Heel goed dat dit in het leven is geroepen; de dualiteit ervan is verder echt om te huilen. Maar deze organisatie werkt met buddy’s en biedt begeleiding aan mensen die niet alleen naar een abortuskliniek willen gaan.
Dat is misschien een heel concrete manier om te helpen.
Niet eisen dat iemand haar verhaal vertelt.
Niet je eigen gevoelens centraal stellen.
Niet vragen stellen totdat jij gerustgesteld bent.
Maar meegaan. Wachten. Rijden. Eten regelen. Een bericht sturen. Iemand afschermen. Iemand geloven. Iemand niet dwingen om van haar keuze ook nog jouw emotionele verwerkingsproject te maken.
Soms is steun niet ingewikkeld.
Soms is steun gewoon zorgen dat iemand veilig door een deur kan.
Er wordt geen baby geboren. Er wordt een moeder geboren.
Een kind is geen abstract moreel punt. Een kind leeft in een werkelijkheid.
Wat in het publieke gesprek vaak verdwijnt, is wat er gebeurt wanneer er géén abortus komt.
Dan wordt het ineens opvallend stil rond de rest van het leven.
Want er wordt niet alleen een baby geboren.
Er wordt ook een moeder geboren.
Een moeder met een lichaam dat moet herstellen, een hoofd dat moet blijven functioneren, een inkomen dat misschien verschuift, een relatie die verandert, werk dat doorgaat of juist niet, zorg die ergens moet landen, nachten die verdwijnen, een identiteit die opnieuw ingericht moet worden, kinderen die er misschien al zijn, schulden, huur, kinderopvang, een partner die helpt of niet, familie die oordeelt of niet, en een wereld die moederschap verheerlijkt zolang het op afstand blijft maar vrouwen vervolgens bijzonder snel verantwoordelijk maakt voor alles wat niet soepel loopt.
En dat is het punt dat me zo vaak stoort aan mensen die zogenaamd “voor het leven” zijn.
Voor de geboorte is iedereen betrokken.
Na de geboorte wordt het leven ineens een stuk minder collectief.
Dan heet het verantwoordelijkheid.
Van haar.
Te weinig geld? Had je beter moeten nadenken.
Overbelast? Had je hulp moeten vragen.
Carrière kwijt? Tja, keuzes.
Niet gelukkig? Maar je hebt toch een kind?
Wel gelukkig, maar moe? Geniet er nou van.
Linksom of rechtsom rolt de rekening terug.
En als het niet goed gaat met de moeder, gaat het vaak ook niet goed met het kind. Dat lijkt me geen feministische provocatie, maar basislogica. Een kind heeft niets aan een moeder die mentaal, fysiek, financieel of relationeel kapotgaat omdat anderen vonden dat haar lichaam een principe moest dragen.
Dat betekent niet dat moederschap geen vreugde kan zijn.
Natuurlijk kan dat. Ik ben zelf meer dan gelukkig met mijn kinderen.
Moederschap kan liefde zijn, vervulling, verrassing, groei, zachtheid, een wereld die opengaat.
Maar alleen wanneer er ruimte is. Zorg. Veiligheid. Steun. Geld. Tijd. Gezondheid. Verlangen misschien. Of tenminste draagkracht.
Een kind is geen abstract moreel punt.
Een kind leeft in een werkelijkheid.
En die werkelijkheid wordt in discussies over abortus opvallend vaak pas interessant zodra het te laat is om nog collectief verantwoordelijk te zijn.
Misschien is nee zeggen wat zoveel losmaakt
Misschien is de echte schok niet dat vrouwen abortus laten doen.
Misschien is de echte schok dat vrouwen soms nee zeggen.
Nee tegen een zwangerschap.
Nee tegen dit moment.
Nee tegen deze relatie.
Nee tegen een toekomst die niet klopt.
Nee tegen een moederschap waar geen ruimte voor is.
Nee tegen een lichaam dat opnieuw het terrein wordt waar anderen hun moraal op parkeren.
En misschien is dat precies waarom zoveel mensen er iets van vinden.
Omdat een vrouw die nee zegt tegen moederschap, of tegen dit moederschap, of tegen deze omstandigheden, niet alleen een keuze maakt.
Ze verbreekt een verwachting.
En verwachtingen rond vrouwen zijn taai.
Wat helpt dan wel?
Misschien begint steun met iets heel eenvoudigs: niet doen alsof iemands keuze pas geldig is wanneer jij haar begrijpt.
Je hoeft niet alles te voelen wat een ander voelt, je hoeft niet te weten hoe jij zou kiezen, je hoeft niet eerst een persoonlijk standpunt over abortus volledig af te ronden voordat je iemand menselijk kunt behandelen.
Je kunt vragen: wil je dat ik luister, regel of meega?
Je kunt zeggen: ik ben er.
Je kunt eten brengen.
Je kunt iemand naar een kliniek brengen.
Je kunt iemand ophalen.
Je kunt de stilte niet opvullen met jouw ongemak.
Je kunt informatie geven zonder druk.
Je kunt een link sturen naar feitelijke hulp.
Je kunt begrijpen dat autonomie niet betekent dat iemand niemand nodig heeft. Autonomie betekent dat de keuze van haar blijft, ook wanneer er mensen naast haar staan.
Dat is een belangrijk verschil.
Van deel 2 naar deel 3
In deel 1 ging het over de binnenwereld.
Over gevoel, ruis, opluchting, twijfel, verdriet, helderheid en de vraag wat er gebeurt wanneer je niet voelt wat je denkt dat je hoort te voelen.
Dit deel ging over de buitenwereld.
Over de mensen, wetten, verwachtingen, vragen, demonstranten, partners, vriendinnen, systemen, medische achterstanden, strafrechtelijke schaduwen en culturele scripts die zich rond een keuze verzamelen alsof een vrouwelijk lichaam altijd een beetje publiek bezit blijft.
Deel 3 moet daarom gaan over terughalen.
Over wat het betekent om met een keuze te leven zonder deze eindeloos beschikbaar te stellen voor de verwerking van anderen.
Over autonomie als iets dat niet betekent dat niemand iets zegt, maar dat het ondanks al die stemmen van jou blijft.
Want misschien is dat uiteindelijk de grootste provocatie.
Niet dat vrouwen verschillende keuzes maken.
Maar dat die keuzes werkelijk van hen zijn.
Lees hier verder:




Er zitten zoveel rake stukken in dat ik gestopt ben met kopiëren.
Helemaal met je eens.
Ook over het deel waarin mannen toch behoorlijk makkelijk ervanafkomen.
Hoe we er een dubbele moraal op nahouden en hoe we eigenlijk zeggen: vrouwen plant u vooral voort maar zoek het daarna maar lekker uit. Je hebt er toch zelf voor gekozen.
En als je dat dus bewust niet doet dan moet het proces zwaar zijn, calvinistisch. Dan moet je het wel 'verdienen'.
Ronduit belachelijk.