Een vibrator heeft één eigenschap die ik in bed zeer waardeer: geen ego.
Twee centimeter naar links blijkt beter? Prima. Toch dat andere standje? Ook goed. Geen stilte waarin iemand zich afvraagt of het voorgaande kwartier officieel als onvoldoende is beoordeeld, geen diplomatie en vooral geen gekrenkte onderbroek die daarna óók nog emotionele nazorg nodig heeft.
Je probeert iets en je lichaam antwoordt. Soms buitengewoon enthousiast en soms met de seksuele equivalent van een leeg Word-document. Allebei informatie.
Ik dacht eerst dat ik daarom een stuk over seksspeeltjes ging schrijven. Maar spelen begint natuurlijk helemaal niet bij iets wat zoemt, zuigt, trilt of via bluetooth ineens onvindbaar blijkt. Het begint bij iets veel leukers: het idee dat seks niet al vóór je begint precies hoeft te weten waar ze heen moet.
In LUST (deel 1 van deze serie) schreef ik over de blik die mee naar bed gaat, over jezelf tegelijk voelen én bekijken. SPELEN begint één stap verder. Niet met de nieuwe opdracht om nu perfect te weten wat je wilt, maar met een veel leukere vraag:
waar ben je nieuwsgierig naar?
Een fantasie hoeft helemaal nergens heen
Soms begint spelen helemaal niet met iets doen, maar met iets vertellen. Een fantasie die maanden of jaren probleemloos alleen in jouw hoofd woonde, ligt ineens tussen jou en iemand anders in. Die ander weet het nu. Jij weet dat diegene het weet. Alleen dat kan de temperatuur al behoorlijk veranderen.
Misschien is het een plek waar het nét spannender voelt omdat de mogelijkheid bestaat dat je betrapt wordt. Misschien windt controle je op, of juist het idee die even uit handen te geven. Misschien fantaseer je over iets waar je in werkelijkheid werkelijk geen behoefte aan hebt, en werkt het juist zo goed omdat het daar veilig in je hoofd kan blijven. Ik vind dat een behoorlijk bevrijdend onderdeel van volwassen seksualiteit: niet ieder verlangen hoeft na ontdekking onmiddellijk van concept naar projectplan.
Onderzoek naar het delen van seksuele fantasieën past daar mooi bij. Mensen die een fantasie níét hadden gedeeld, verwachtten relatief vaak een negatievere reactie dan mensen achteraf rapporteerden wanneer ze het wél hadden verteld. Openheid zelf kan dus al iets doen, zeker wanneer de ander warm en nieuwsgierig reageert.
En dat vind ik misschien nog leuker dan de fantasie uitvoeren. Dat iets wat vijf minuten geleden alleen van jou was nu tussen twee mensen in hangt. Misschien doe je er later iets mee. Misschien nooit. Misschien blijkt de ontzettend geile scène in je hoofd in werkelijkheid vooral te bestaan uit te veel knieën en een buitengewoon onhandige hoek en lig je uiteindelijk te lachen.
Ook geslaagd.
Een fantasie is geen bekentenis en ook geen contract. Vandaag geil, morgen totaal niet geïnteresseerd en volgende maand ineens weer wel zijn gewoon geldige uitkomsten. We hebben een merkwaardige neiging om na iedere seksuele ontdekking meteen een klein vlaggetje te willen planten — kijk, dit ben ik dus — terwijl seksualiteit net als de rest van een mens voortdurend in beweging kan zijn.
Spelen kan bovendien al ver vóór bed beginnen. Een andere plek, samen iets doen wat jullie allebei uit de routine haalt, iemand die je al jaren kent ineens in een nieuwe rol zien: een mooi paper over self-expansion laat zien dat nieuwe, verbredende ervaringen samen kunnen hangen met verlangen en seksuele tevredenheid. Ik vind dat een stuk aantrekkelijker dan het cliché dat een langdurige relatie vanzelf langzaam beige wordt. Soms hoef je helemaal geen nieuwe persoon; soms is het al spannend om iemand die je door en door kent even niet helemaal te herkennen.
En voor het geval we denken dat seks met jezelf vanzelf buiten al die culturele scripts valt: ook daar bestaat een flinke kloof. In de Nederlandse Monitor Seksuele Gezondheid had 85 procent van de mannen en 70 procent van de vrouwen de afgelopen zes maanden gemasturbeerd. Op zichzelf niet eens zo’n wereld van verschil. Maar wekelijks? 51 procent tegenover 17 procent. Onder jongeren die ervaring hebben met masturbatie zie je hetzelfde patroon terug: jongens doen het veel vaker dan meiden.
Dat bewijst natuurlijk niet waar het verschil vandaan komt. Maar ik vind het wel fascinerend dat de kloof niet verdwijnt zodra er letterlijk niemand anders in bed ligt. Dat is hoe internalisatie werkt: op een gegeven moment hoeft niemand de norm nog hardop uit te delen, omdat we zelf al hebben geleerd wat belangrijk, normaal, gênant of überhaupt voor óns bedoeld zou zijn. Dat is geen individuele tekortkoming, dat is ongeveer het hele succes van een culturele norm. En precies daarom vind ik spelen zo interessant: zodra je een spelregel als spelregel herkent, blijkt hij ineens een stuk minder natuurwet. Win-win-win.
Freud heeft hier ook weer een hoop ellende achtergelaten
Dat spelen überhaupt bevrijdend kan voelen, heeft natuurlijk ook te maken met het speelveld waarin je je bevindt.
Het dominante heteroseksuele seksuele script is behoorlijk overzichtelijk. Er is voorspel, daarna begint de ‘echte’ seks (lees: penetratieseks), dus penetratie vormt het centrum en een heleboel handelingen die voor degene met een clitoris minstens zo relevant of veel relevanter kunnen zijn krijgen de status van extraatje. Top.
Een penis heet geen hulpmiddel. Een hand is geen accessoire. Een tong wordt zelden verkocht als speelse toevoeging voor stellen die hun routine willen doorbreken.
Een vibrator noemen we wel seksspeeltje.
Prima woord, maar die onderliggende rangorde komt natuurlijk niet uit de lucht vallen.
Onze grote vriend Sigmund Freud hielp begin twintigste eeuw een seksuele hiërarchie grootmaken waarin clitorale seksualiteit bij meisjes (!!) hoorde en een volwassen vrouw haar erotische centrum naar de vagina hoorde te verplaatsen. Het vaginale orgasme werd daarmee niet alleen een andere lichamelijke ervaring, maar een teken van psychologische volwassenheid; wie voor orgasme clitorale stimulatie nodig had kon vervolgens als seksueel onrijp of problematisch worden gelezen. Daar lag geen empirisch bewijs onder. Color me surprised…
Dus ja, Fuck Freud.
Anne Koedt maakte er eind jaren zestig en in haar beroemde essay uit 1970 ‘Myth of The Vaginal Orgasm’ op heerlijke, en terechte wijze, korte metten mee. Waarom zouden we beginnen bij wat vrouwen volgens een theorie behoren te voelen, wanneer we ook gewoon naar anatomie kunnen kijken? Veel logischer zou je denken toch? Haar essay werd toen dus ook een belangrijk feministisch antwoord op een seksueel model waarin penetratie automatisch mannelijke én vrouwelijke bevrediging zou dienen.
En het wrange is dat de wetenschap inmiddels veel ingewikkelder en interessanter blijkt dan Freuds keurige en infantiele laddertje.
De clitoris is niet alleen dat zichtbare kleine deel bovenaan de vulva. Ze heeft een glans, lichaam en crura die verder doorlopen; daarnaast zijn er vestibulaire zwellichamen en andere omliggende structuren die bij opwinding betrokken zijn. Er bestaat nog steeds discussie over precieze terminologie en over hoe verschillende structuren samenwerken bij orgasmes die tijdens penetratie worden ervaren.

En voor de duidelijkheid: dit was niet omdat niemand wist hoe de clitoris eruitzag. De kennis bestond. Ze werd alleen niet doorgegeven. Dat is absoluut geen neutraal kennisgat.
En kennis hierover is nu dus nog steeds bepaald niet vanzelfsprekend. Schandalig vind ik dat. In onderzoek onder heteroseksuele volwassenen werd gemiddeld slechts de helft van negen vragen over de clitoris goed beantwoord. Meer clitorale kennis hing bij vrouwen samen met meer seksueel plezier en orgasme, mede doordat mensen minder sterk vasthielden aan gendered sexual scripts. Met andere woorden: anatomie kennen helpt, maar vooral wanneer je vervolgens ook bereid bent de oude spelregels niet als natuurwet te behandelen.
We leerden hoe seks hoorde te gaan voordat we behoorlijk leerden hoe lichamen werken
We kunnen onszelf zien als gidsland (en dat doen we dan ook maar al te graag!) maar onze seksuele vorming loopt behoorlijk achter op de seksuele werkelijkheid van jongeren. In Seks onder je 25e beschreef 64 procent van de jongens de eerste vaginale seks als fijn. Bij meiden was dat 28 procent. Driekwart van de meiden had bij die eerste keer pijn. Met de laatste sekspartner kreeg 85 procent van de jongens meestal of altijd een orgasme, tegenover 49 procent van de meiden. Het mooie en vaak inzichtelijke, voor mij in ieder geval, in dit soort cijfers is dat het de scheve verhoudingen zo mooi blootlegt.
Wat ik bij zulke cijfers vaak voor mezelf doe, is de genders omdraaien. Stel dat 64 procent van de meiden de eerste penetratieseks fijn noemt en maar 28 procent van de jongens. Dat driekwart van de jongens daarbij pijn heeft en jongens vervolgens veel minder vaak klaarkomen. Zouden we dat rustig beschrijven als nou ja, zo verschillen mannen en vrouwen nu eenmaal? Ik betwijfel het.
Het is natuurlijk geen wetenschappelijke methode, maar wel een verdomd handige sanity check voor wat we blijkbaar normaal zijn gaan vinden.
Dat onderzoek gebruikt expliciet de categorieën jongens en meiden; dat maakt seks natuurlijk niet binair en zegt evenmin dat iedere jongere heteroseksuele penis-in-vagina-seks heeft. Dus het is ook nog eens heel beperkt.
Minstens zo vreemd als die verschillen zelf vind ik hoe gemakkelijk we ze als een gegeven behandelen. Alsof seks voor meiden nou eenmaal wat vaker pijn doet en wat minder vaak eindigt in veel plezier. Een biologisch weertype: jammer joh, bewolking met kans op penetratie.
Maar opwinding is lichamelijk. Doorbloeding, erectiel weefsel, zenuwen, lubricatie, context, stimulatie — er gebeurt van alles. Dit is precies waarom goede kennis ertoe doet. Niet zodat meiden nóg beter leren hoe zij hun eigen achterstand moeten repareren, maar omdat we kunnen stoppen een cultureel verschil te behandelen alsof het natuur is.
En dan blijkt in 2026 dat weliswaar op 93 procent van de middelbare scholen iets gebeurt aan relationele en seksuele vorming, maar dat seksueel plezier juist tot de onderwerpen behoort die relatief weinig worden behandeld.
Dat vind ik echt niet een gezellige lacune.
We leren jonge mensen wel hoe seks mis kan gaan en zijn vervolgens verbaasd wanneer gelijkwaardig plezier niet vanzelf uit de lucht komt vallen.
Nog scherper: we hebben meisjes generaties lang verantwoordelijk gemaakt voor de gevolgen van seks, terwijl jongens opvallend makkelijk konden opgroeien zonder dezelfde verantwoordelijkheid voor de kwaliteit ervan.
Zij moest niet zwanger raken, geen soa oplopen, háár reputatie bewaken, gevaar herkennen, op tijd nee zeggen en duidelijk genoeg communiceren. En wanneer de seks later weinig voor haar bleek te doen, kwam ergens rond volwassenheid het advies dat ze misschien haar lichaam wat beter moest leren kennen. Yep.
Consent is de bodem. Niet het plafond.
Geen nee horen is niet hetzelfde als wederkerigheid, plezier of enthousiasme. Goede seksuele vorming moet ons natuurlijk leren dat een grens een grens is, maar ook dat seksualiteit niet simpelweg bestaat uit doorgaan totdat iemand bezwaar maakt.
We kunnen jongeren meer meegeven dan ‘je gaat zwanger worden en dood’
Wie leeftijdsgerichte kennis over lichamen, grenzen en relaties consequent verkoopt als het ‘seksualiseren’ van kinderen, mag wat mij betreft eerst uitleggen waarom onwetendheid veiliger zou zijn. Dat is ze niet.
En precies daarom ben ik zo klaar met de paniek rond seksuele voorlichting en de Week van de Lentekriebels. Inmiddels gebeurt dit ieder jaar weer, bizar. En nee, we zijn hier als Nederland niet “klaar” mee: nog deze zomer vroegen Rutgers, de Nationaal Rapporteur en andere organisaties om de nieuwe onderwijsdoelen juist verder aan te scherpen op seksueel geweld en ongelijkwaardige genderpatronen.
In 2026 ging die week op basisscholen over respect, gelijkwaardigheid, grenzen en bijvoorbeeld leren vragen of iemand een knuffel wil of liever een high five. De WHO is ondertussen behoorlijk ondubbelzinnig: goede, leeftijdsgerichte comprehensive sexuality education zet jongeren niet aan tot eerder of meer seks; de evidence wijst juist op betere kennis, veiliger keuzes en in sommige situaties later beginnen. De eerste jaren gaan bovendien over lichamen, gevoelens, relaties, respect, privacy en consent, niet eens over seksuele handelingen. En het is gewoon voor het gros van de mensen een deel van het leven, een deel van opgroeien, dus waarom zou je niet zo goed mogelijk geinformeerd moeten zijn? Voor mij komt dit uiteindelijk steeds weer terug bij controle. Daar schrijf ik vaker over.
Bepaalde mensen hoeven echt geen eigen biologie te gaan verzinnen omdat het woord seksualiteit ongemakkelijk voelt.
Het woord onschuld vind ik in deze discussie sowieso fascinerend. Wat beschermen we precies wanneer een kind de juiste woorden voor zijn eigen lichaam niet kent? Hoe vertel je dat iemand iets deed wat niet mocht als je niet eens geleerd hebt hoe dat lichaamsdeel heet? Hoe herken je een grens wanneer volwassenen rond seksualiteit vooral ongemak, stilte en geheimzinnigheid hebben georganiseerd?
Onwetendheid is geen bescherming. Ze maakt kinderen afhankelijker van degene die de informatie wél levert. En dat kunnen ouders en docenten zijn, maar net zo makkelijk porno, TikTok, vrienden of iemand met heel andere bedoelingen.
Daarom hoort relationele en seksuele vorming thuis én op school thuis. Niet ondanks het feit dat ouders belangrijk zijn, maar juist omdat kinderen verschillende ouders, huizen, kennis en veilige plekken hebben. Goede, leeftijdsgerichte seksuele vorming vergroot seksuele activiteit niet; de WHO concludeert juist dat goede programma’s kennis verbeteren en risico’s verminderen.
En plezier hoort daar niet als frivool hoofdstukje achteraan. Wie alleen leert hoe seks mis kan gaan, krijgt letterlijk een halve handleiding. Als je weet dat iets prettig, veilig en wederzijds hóórt te zijn, heb je ook een referentiekader wanneer het dat niet is.
Ik wil meisjes niet alleen leren hoe ze zichzelf tegen seks ‘moeten beschermen’, en daarbij totaal voorbijgaan aan hun eigen seksuele verlangens en behoeftes. Want dat is dan precies wat er vaak gebeurt natuurlijk.
Het is alsof hun rol vooral bestaat uit risico beperken en schade voorkomen. Ik wil dat ze weten dat hun eigen ervaring ertoe doet en dat plezier óók van hen is. En ik wil dat jongens net zo goed leren dat seksualiteit niet bestaat uit doorgaan totdat iemand bezwaar maakt.
Consent is de bodem. Plezier, wederkerigheid en nieuwsgierigheid zijn wat je erboven kunt bouwen.
Waarom zouden we bij bijna alles wat jongeren leren wél willen dat ze weten hoe een gezonde, fijne versie eruitziet, maar bij seks genoegen nemen met een lijst rampen die ze moeten vermijden?
Mean Girls was satire. Soms voelt Coach Carr akelig weinig gedateerd →
Als er iemand anders meespeelt
Dit stuk gaat over spelen met jezelf of met anderen, maar zodra er iemand anders meedoet wordt nieuwsgierigheid natuurlijk gedeeld werk.
In LUST ging het uitgebreid over wie in heteroseksuele seks wiens plezier eigenlijk nastreeft, en hoeveel van het reparatiewerk vervolgens opnieuw bij vrouwen belandt. Dat punt ga ik hier niet nog eens helemaal overdoen. De korte versie: goede seks vraagt twee kanten op nieuwsgierigheid. Niemand hoeft tegelijk te genieten, instructies te geven én het ego naast zich te managen.
Overigens zijn toys inmiddels helemaal niet zo'n exotische toevoeging aan partnerseks als de marketing soms doet vermoeden. In de Nederlandse Monitor Seksuele Gezondheid gebruikte één op de vijf volwassenen een seksspeeltje met de laatste sekspartner; onder 25- tot 39-jarigen was dat ongeveer één op de vier. We zijn blijkbaar allang wat meer aan het spelen dan we wellicht van elkaar vermoeden.
Waar ik hier veel meer zin in heb, is het leuke gedeelte. Hoe spannend kan het zijn wanneer iemand werkelijk nieuwsgierig is naar je antwoord, zonder dat er meteen iets gerepareerd hoeft te worden? Een toy erbij, iemand die een fantasie hardop zegt, de controle anders verdelen, iets proberen waar jullie allebei om moeten lachen of juist ontdekken dat het heel stil wordt omdat niemand wil dat er nu ook maar één millimeter verandert.
Dat hoeft geen spectaculaire seksuele innovatie te zijn. Soms is spelen gewoon iemand met wie je al honderd keer in bed hebt gelegen ineens iets horen zeggen wat die nooit eerder heeft gezegd. Dat er weer iets te ontdekken valt. Aan de ander, aan jezelf, aan wat er tussen jullie gebeurt.
Het erotische is geen frivoliteit
Seksuoloog Emily Nagoski noemt het in haar werk heel simpel: pleasure is the measure. Het gaat niet over hoe vaak je spontaan zin hebt, niet hoeveel orgasmes je scoort en zeker niet of je seksleven eruitziet zoals een seksleven volgens iemand anders hoort te zien. De veel interessantere vraag is of je leuk vindt wat je aan het doen bent. Dat klinkt bijna kinderlijk eenvoudig, wat vermoedelijk verklaart waarom we er een complete industrie van adviezen omheen hebben weten te bouwen.
En dit is waar Audre Lorde mij wederom tijdens het lezen ineens weer te binnen schoot.
In Uses of the Erotic schreef ze over het erotische als bron van gevoel, kennis en macht die veel verder reikt dan porno of een seksuele handeling. Het interessante daaraan voor SPELEN is niet dat ieder orgasme nu politiek werk moet verrichten, maar dat plezier je iets kan leren voordat je het intellectueel helemaal hebt uitgelegd.
Dat is precies waarom ik steeds terugkom bij die simpele lichamelijke reactie waarmee dit stuk begon.
Dit voelt lekker. Dit niet. Hier wil ik blijven. Hier word ik nieuwsgierig van. Hier dacht ik jarenlang dat ik van hoorde te genieten en eigenlijk gebeurt er bar weinig.
Plezier is geen perfect orakel en een lichamelijke reactie is nooit automatisch consent, maar plezier mag, met klem, wél informatie zijn.
En dat vind ik veel radicaler dan de nieuwe opdracht dat iedereen seksueel avontuurlijk moet worden.
Want spelen kan betekenen dat je iets totaal nieuws probeert. Het kan net zo goed betekenen dat je eindelijk stopt met iets wat al vijftien jaar automatisch op het programma staat.
Meer mogelijkheden betekent niet meer moeten.
SPELEN
Spelen hoeft geen resultaat op te leveren. Misschien vind ik daarom spelen uiteindelijk een veel fijner woord dan ontdekken. Ontdekken suggereert dat er ergens één definitieve seksuele waarheid over jezelf verstopt ligt die je na voldoende zelfkennis eindelijk kunt opgraven. Spelen geeft veel meer ruimte. Je kunt iets heerlijk vinden, het volgende maand vergeten, een fantasie hardop zeggen zonder hem ooit uit te voeren of juist ontdekken dat iets wat je jarenlang als bijzaak behandelde eigenlijk het hele feest was.
LUST vroeg hoe je kunt horen wat je zelf verlangt wanneer je zo goed hebt geleerd jezelf door andermans ogen te bekijken. Ik dacht aanvankelijk dat SPELEN daarom moest vragen: wat wil ik dan werkelijk? Maar zelfs daarin hoor ik alweer iemand met een werkboek aankomen.
Ik vind deze vraag veel leuker:
Waar ben ik nieuwsgierig naar?
Misschien weet je het antwoord al. Misschien pas wanneer je begint. Misschien verandert het morgen. Dat is geen gebrek aan zelfkennis; dat is mens zijn. Lekker van het één in het ander vallen.
Seksuele vrijheid hoeft niet te betekenen dat je eindelijk precies weet wie je bent en welk repertoire daarbij hoort. Misschien betekent het vooral dat er genoeg kennis, veiligheid, wederkerigheid en ruimte is om elkaar, en jezelf, nog te kunnen verrassen.
Zullen we kijken wat er gebeurt?
Spelen maar.
Nog één kleine PAREL na het spelen ✦
Voor abonnees: mijn persoonlijke nawoord + de drie beste rabbit holes uit dit stuk — Audre Lorde, Gillian Andersons erotische fantasieënproject en een prachtig persoonlijk stuk over fantasie in een lange relatie.
Schrijf je gratis in; dan lees je hieronder meteen door én krijg je nieuwe PARELS voortaan rechtstreeks.
En nog een PS: wil je meer weten van de series hier? Welke er zijn en wat er nog gaat komen? Check dan even de PARELS Series-page.





