Ik weet niet precies wanneer iedereen om mij heen bevoegd psycholoog is geworden, maar er lijken de afgelopen jaren wel buitengewoon veel narcisten bij te zijn gekomen. Niet mensen die soms egoïstisch zijn, exen die zich schofterig gedragen of bazen met een indrukwekkend talent voor zichzelf. Narcisten. Daarnaast blijkt half internet vermijdend gehecht, zwaar getraumatiseerd of emotioneel onbeschikbaar en heeft ongeveer de rest van ons een zenuwstelsel dat dringend gereguleerd moet worden. Relaties zijn toxic, gesprekken triggerend, meningen invaliderend en een gewone rotdag is al snel bewijs dat er ergens diep vanbinnen nog iets op je ligt te wachten om geheeld te worden.
Daar kan ik makkelijk grappen over maken, maar het is niet waarom ik dit stuk schrijf. Ik ben juist ontzettend blij dat we woorden hebben gekregen voor dingen waarvoor lang nauwelijks algemeen toegankelijke taal bestond. Dat een vrouw die thuis voortdurend hoort dat iets niet gebeurd is, dat zij overdrijft, gek is, te gevoelig is of alles verkeerd heeft begrepen ergens het woord gaslighting tegenkomt en denkt: wacht eens even, dát gebeurt hier — dat is winst. Dat we woorden hebben voor stalking, trauma, emotionele mishandeling en dwingende controle is winst. Een goed woord kan honderd losse, verwarrende momenten ineens tot een patroon maken.
Precies daarom maakt het me zo gefrustreerd en kwaad wanneer diezelfde woorden vervolgens worden uitgehold, verkocht of tégen degene gebruikt die ze juist zouden moeten beschermen.
De misbruiker kan het woord gaslighting namelijk ook leren. De controlerende partner kan boundary zeggen. De baas kan jouw uitputting terugsturen als een probleem met veerkracht en het individualiseren zodat ‘de baas’ buiten schot blijft en niet hoeft te kijken naar de werkomstandigheden. De ‘coach’ kan je terechte en menselijke verdriet een blokkade noemen. En degene die jou zojuist pijn heeft gedaan kan een gesprek eindigen met de mededeling dat jouw reactie voor hém onveilig voelt.
Dit gaat dus niet over therapietaal omdat ik het vervelend vind dat mensen online te vaak trigger zeggen. Het gaat over iets veel interessanters en donkerders: wat gebeurt er wanneer woorden die macht zichtbaar moesten maken zélf macht krijgen? En degene met het grootste belang bij een andere versie van het verhaal die woorden net zo goed kan gebruiken?
Mijn mening krijgt een witte jas aan
Ik schreef eerder over mijn lichte allergie voor bijvoorbeeld het woord ritueel. Niks mis met rituelen an sich natuurlijk. Maar soms is douchen gewoon douchen. Thee is thee. Als ik ’s avonds een kaars aansteek, hoeft dat niet automatisch te betekenen dat ik die ritueel heb verbrand om mijn zenuwstelsel te reguleren; misschien vind ik kaarslicht gewoon gezellig.
Wild idee voor sommigen. Want heeft die kaars wel écht gebrand als het niet iets heeft toegevoegd aan mijn hele zijn en leven?
Met psychologische taal krijg ik inmiddels iets vergelijkbaars. Je kunt boos zijn zonder getriggerd te zijn, verdrietig zonder direct iets te moeten healen en je ontzettend rot voelen na een gesprek zonder dat dat gesprek daarom automatisch onveilig was. En soms had je ex geen persoonlijkheidsstoornis. Soms was het ook gewoon een lul. Ze zijn met veel.
Dat lijkt een flauw taalpunt totdat je kijkt naar wat er gebeurt wanneer we het ene woord vervangen door het andere. “Ik vond wat jij deed egoïstisch” is een oordeel waarover je kunt discussiëren. “Jij bent een narcist” klinkt ineens alsof iemand een dossier heeft geopend. “Ik wil dit niet” zegt iets over mijn grens; “jij overschrijdt mijn grens wanneer jij dit doet” kan hetzelfde betekenen, maar kan óók een manier worden om mijn voorkeur over jouw gedrag meer gezag te geven. Psychologische woorden hebben namelijk een aantrekkelijk extraatje: ze nemen een beetje autoriteit mee uit het vakgebied waaruit ze komen.
Die mening krijgt dan een witte jas aan.
Filosofen Carme Isern-Mas en Manuel Almagro beschrijven precies dat probleem in hun onderzoek naar therapy-speak. De winst van toegankelijke psychologische taal is reëel, maar zodra begrippen uit hun professionele context worden getrokken kunnen ze ook worden gebruikt om verantwoordelijkheid te ontwijken. Ook om iemand anders ongeloofwaardig te maken of een waardeoordeel te presenteren alsof het een objectieve diagnose is. Dan gaat het niet alleen meer om wie er gelijk heeft, maar ook om wie het overtuigendst klinkt alsof er een behandelteam achter diens mening staat. Mega gevaarlijk dus.
Neem grenzen. Ik ben groot fan van grenzen, vooral van de mijne. Maar een grens gaat in de kern over wat ík zelf doe wanneer iets voor mij niet acceptabel is. Als jij tegen mij schreeuwt, kan ik het gesprek beëindigen en/of weglopen. Wanneer ik daarentegen bepaal met wie jij contact mag hebben, wat jij aantrekt of waar jij heen gaat en dat vervolgens mijn boundary noem, is er iets heel anders gebeurd.
Dat is geen grens. Dat is controle.
En daar wordt dit onderwerp donkerder, want mensen die werkelijk controleren, vernederen of manipuleren leven natuurlijk niet buiten de cultuur waarin wij allemaal deze woorden leren. Zij kijken dezelfde reels, luisteren dezelfde podcasts, kunnen mee naar therapie en weten net zo goed hoe sociaal krachtig woorden als veiligheid, trauma, grens en gaslighting inmiddels zijn.
Een misbruiker die het juiste vocabulaire leert, leert niet automatisch minder misbruiken. Die leert vooral hetzelfde gedrag keuriger te verpakken en er meer gewicht aan te geven.
Ze ging toch zelf terug?
Dwingende controle is precies het soort geweld dat verdwijnt wanneer je alleen losse handelingen bekijkt. Het gaat niet noodzakelijk om één spectaculaire daad, maar om een patroon waarin iemands bewegingsruimte steeds kleiner wordt: isoleren, vernederen, financieel afhankelijk maken, intimideren, controleren waar iemand is en met wie, dreigen, monitoren, straffen en de consequenties van ongehoorzaamheid zo voorspelbaar maken dat uiteindelijk lang niet iedere opdracht meer hardop hoeft te worden gegeven. Dit gebeurt veel en vaak ongemerkt omdat het stap voor stap gaat. Hier ontstaat vaak de kokende kikker-analogie. (Als je een kikker in een pan met koud water zet en het vuur heel langzaam omhoog draait, merkt de kikker de temperatuurstijging niet op. De kikker blijft rustig zitten tot hij/zij uiteindelijk levend kookt.)
Bijna 200.000 mensen van zestien jaar en ouder rapporteerden in de Nederlandse Prevalentiemonitor van 2024 dwingende controle in het voorafgaande jaar. Vrouwen rapporteerden dit vaker dan mannen en mannelijke partners en ex-partners werden vooral door vrouwelijke slachtoffers vaak als pleger genoemd. Het genderpatroon is niet subtiel: in Nederland wordt gemiddeld iedere acht dagen een vrouw gedood, bij ongeveer de helft door een partner of ex-partner, en de overheid waarschuwt inmiddels zelf dat aan femicide vaak een periode van dwingende controle voorafgaat.
Toch blijft de buitenwereld bij dit soort geweld graag naar individuele keuzes kijken. Dat doen we nou eenmaal graag, met allerlei zaken, maar ook zeker in deze.
Je kent het riedeltje vast wel:
Ze had toch haar eigen telefoon?
Ze ging toch zelf terug?
Ze bracht de kinderen toch nog naar hem?
Ze stuurde toch een aardig appje?
Ze bleef toch jaren?
Waarom zei ze niet gewoon nee?
Alsof keuze alleen echt keuze heet wanneer we de omstandigheden eromheen beleefd buiten beeld laten. Keuzes bestaan niet in een vacuüm, we leven hier allemaal in dezelfde maatschappij en wat er überhaupt op het menu te kiezen valt is niet iets wat we kunnen controleren op individueel niveau.
De Britse aanpak is op dit punt verder dan de Nederlandse. Engeland en Wales maakten controlling or coercive behaviour al in 2015 tot een afzonderlijk strafbaar feit en instrueren politie en vervolging expliciet om naar het patroon en het cumulatieve effect te kijken, juist omdat losse gedragingen op zichzelf onschuldig kunnen lijken.
Nederland heeft die zelfstandige strafbaarstelling op dit moment nog altijd nadrukkelijk niet.
Er ligt wel een wetsvoorstel. De internetconsultatie sloot begin september. Maar eind oktober staat dat voorstel in de officiële Wetgevingskalender nog gewoon in de fase ‘Voorbereiding’. Het moet dus nog langs de Raad van State, Tweede Kamer, Eerste Kamer en uiteindelijk daadwerkelijk in werking treden.
Tegen afzonderlijke gedragingen als stalking, bedreiging, dwang of mishandeling kan nu heel soms al worden opgetreden. Tegen precies het patroon dat al die ogenschijnlijk losse gedragingen tot dwingende controle maakt bestaat nog geen zelfstandig delict.
De regering erkent zelf dat psychisch geweld nu niet altijd strafbaar is, bijna onmogelijk om te bewijzen én politie en justitie daardoor zelfs in ernstige of escalerende situaties te weinig kunnen optreden.
En zelfs wanneer iets wél strafbaar is, betekent dat nog niet automatisch dat een slachtoffer beschermd wordt. Daar hoef ik na Sam van Z. de serieverkrachter uit Utrecht volgens mij echt niet theoretisch over te doen.
Ik betwijfel dus ten zeerste of er ooit zo’n wet zal komen. Voorlopig nog lang niet in ieder geval.
En of Nederland het patroon daarna ook werkelijk gaat herkennen, onderzoeken, bewijzen en serieus genoeg behandelen is weer een heel andere vraag.
Met andere woorden: wij zijn nog steeds veel beter in het herkennen van de fysieke klap (en zelfs daar zijn we bijzonder slecht in zonder te victim blamen, want de gedachte is nog veel te vaak, waar er 2 dansen hebben er 2 schuld) dan van de wereld die iemand om een ander heen bouwt zodat die klap op een gegeven moment nauwelijks meer nodig is. En niet nodig betekent niet dat het niet of minder gebeurt. Het escaleren hiervan is ook een enorm probleem.
En dat probleem verdwijnt bijvoorbeeld na een scheiding niet automatisch. Een van de meest kwetsbare tijden in het leven van een vrouw die zo wordt gecontroleerd is vaak rond een zwangerschap en rondom een eventuele scheiding. Het Verwey-Jonker Instituut concludeerde vorig jaar dat huiselijk geweld en intieme terreur bij beslissingen over omgang en gezag veel te weinig gewicht krijgen, terwijl de nadruk sterk ligt op gelijkwaardigheid van ouders, samenwerking en contact met beide ouders. Wie wint er daar dan? Ook de Raad voor de Kinderbescherming zegt inmiddels zelf dat de oude blik op complexe scheidingen als een communicatie- of samenwerkingsprobleem tussen gelijkwaardige partijen te beperkt was; bij dwingende controle is er nu eenmaal geen gelijkwaardige ruzie om samen netjes op te lossen.
Dat verschil is gigantisch. Als de ene persoon jarenlang controle heeft uitgeoefend en de andere daarna bang, achterdochtig, emotioneel of totaal uitgeput aan tafel verschijnt, is het heel makkelijk om te constateren dat zij “moeilijk communiceert”. De ander zit misschien rustig, formuleert zorgvuldig en zegt dat hij vooral wil samenwerken.
Want 3 keer raden eens wie er ‘volwassen’ en ‘rationeel’ overkomt.
Zij is niet bang, zij is wantrouwig. Zij probeert haar kind niet te beschermen, zij kan niet loslaten. Zij reageert niet op jaren controle, zij escaleert. Voor je het weet is een asymmetrische machtsverhouding veranderd in twee ouders die allebei wat beter moeten leren communiceren. Lekker samen in therapie om het verder uit te praten en er als twee ‘volwassen mensen’ uit te komen.
Wat een opluchting voor degene die het meeste te verliezen had bij een goede machtsanalyse.
De misbruiker kan mee naar therapie
Dit is ook waarom gezamenlijke therapie niet automatisch de veilige, redelijke oplossing is zodra een relatie ontspoort. Bij gewone relatieproblemen kan relatietherapie heus wel behulpzaam zijn; bij intieme terreur en ernstige dwingende controle kan hetzelfde model juist extra gevaarlijk worden, omdat er niet twee gelijkwaardige mensen in de kamer zitten die allebei wat beter moeten leren luisteren. Informatie uit een sessie kan later thuis tegen een slachtoffer worden gebruikt, iemand kan uit angst niet vrij spreken en het gezamenlijke therapeutische kader kan doen alsof beide partijen ongeveer evenveel eigenaar zijn van een probleem wat in werkelijkheid niet bestaat en een hele andere gedaante heeft aangenomen. Klinische literatuur waarschuwt daarom juist tegen gezamenlijke relatietherapie bij coercive control/intimate terrorism.
“Jullie moeten beter communiceren” is daardoor soms een prima therapeutische zin en het is ook zeker vaak victim blaming met twee comfortabele stoelen erbij.
En dan krijgt taal ineens een concrete functie. De controlerende partner hoeft niet meer te zeggen: ik wil bepalen met wie jij omgaat. Die vriendin is gewoon slecht voor jouw herstel. Niet: jouw boosheid komt mij slecht uit. Jouw reactie voelt voor mij onveilig. Niet: ik wil geen verantwoordelijkheid nemen voor wat ik deed. Jij triggert mij.
Geen van die zinnen bewijst op zichzelf misbruik. Het patroon eromheen doet dat. Maar precies daarom moeten we dat patroon beter leren zien: zonder context klinkt degene met de meeste therapiewoorden soms angstaanjagend ‘redelijk’.
En daar komt de term DARVO binnen. DARVO is een acroniem voor een psychologische manipulatietechniek: Deny, Attack, and Reverse Victim and Offender. En ik ben opgelucht dat deze term bestaat.
Hoe je begint met iemand aanspreken en eindigt met jezelf verdedigen
DARVO is een van de psychologische begrippen die ik juist méér mensen gun, omdat het een patroon en vaak gebruikt mechanisme benoemt dat anders verbijsterend makkelijk kan voelen alsof jíj degene bent die gek wordt. Next level gaslighting vind ik het.
Psycholoog Jennifer Freyd introduceerde de afkorting voor een reactie die vaak verschijnt wanneer iemand wordt geconfronteerd met schadelijk gedrag:
Deny. Attack. Reverse Victim and Offender.
DARVO HERKENNEN
1
Benoemde ik iets wat mij werd aangedaan — en werd ik vervolgens zelf aangevallen of beschuldigd?
2
Gaat het gesprek nu vooral over míjn reactie in plaats van over wat ik oorspronkelijk benoemde?
3
Is degene die ik aansprak inmiddels het slachtoffer geworden — en ben ik ineens de dader?
Liever even kijken dan nóg een studie openen? Psycholoog Marie Fang legt hier helder uit hoe DARVO werkt en waarom het zo effectief kan zijn in het verschuiven van verantwoordelijkheid.
Je begint bijvoorbeeld met:
Jij hebt mij pijn gedaan.
Eerst wordt het ontkend of geminimaliseerd. Dat is nooit gebeurd. Je onthoudt het verkeerd. Je overdrijft.
Daarna verschuift de aanval naar jou. Waarom lieg jij hierover? Waarom probeer jij mij kapot te maken? Jij bent instabiel. Jij bent obsessief. Jij verdraait altijd alles.
En ergens onderweg worden de rollen omgedraaid: degene die werd aangesproken over schade is nu het slachtoffer van jouw beschuldiging, terwijl jij degene bent geworden die manipuleert, intimideert, reputaties beschadigt, kinderen tegen iemand opzet of een heksenjacht voert.
Je begon met een vraag over wat jou is aangedaan en eindigt met een verdediging van je eigen gehele karakter. En dan ga je aan jezelf twijfelen, dat is de logische en menselijke uitkomst.
En dát is het venijn van DARVO: de oorspronkelijke gebeurtenis hoeft niet eens meer overtuigend weerlegd te worden.
Hij hoeft alleen uit het midden van de kamer te verdwijnen.
Onderzoek laat zien dat dit niet alleen werkt op degene die ermee wordt geconfronteerd. In experimenten van Sarah Harsey en Jennifer Freyd beoordeelden omstanders slachtoffers na een DARVO-reactie als minder geloofwaardig, verantwoordelijker en abusiever, terwijl ze de beschuldigde juist als minder verantwoordelijk en minder abusief zagen. ‘Redelijker’ en ‘neutraler’ook. Alleen al vooraf uitleg krijgen over DARVO verminderde een deel van dat effect. Eerder onderzoek koppelde meer blootstelling aan DARVO bovendien aan meer zelfverwijt bij slachtoffers waar zij dan uiteraard zelf verder aan moesten werken (!!) en een studie uit 2024 vond in zowel studenten als een volwassen proeven verbanden tussen DARVO-gebruik, acceptatie van verkrachtingsmythes en het plegen van seksuele intimidatie. Dit gaat dus ook gewoon heel, en veel te, ver.
DARVO is dus niet gewoon een lekker woord voor “iemand werd defensief”, en ook geen magische leugendetector. Het is een mechanisme waarmee verantwoordelijkheid wordt verschoven en, cruciaal, waarmee een publiek opnieuw wordt uitgenodigd te beslissen wie hier eigenlijk het slachtoffer ís.
Dat tweede publiek wordt vaak vergeten. Dat zijn vaak familie, vrienden, collega’s. Maar ook zeker hulpverleners, politie en rechters.
De hele wereld die ineens mag beoordelen wie geloofwaardig genoeg lijdt.
De zaak rond Amber Heard en Johnny Depp werd daar bijna een grotesk cultureel laboratorium voor. In de Britse smaadzaak oordeelde de rechter in 2020 dat Depp Heard op twaalf van veertien gestelde momenten had mishandeld en verloor hij zijn zaak tegen The Sun; twee jaar later won Depp in Virginia grotendeels zijn smaadzaak tegen Heard. Enkel omdat zij een opiniestuk had geschreven waar hij niet eens met naam genoemd werd. Over mond snoeren en straffen gesproken. Los van die verschillende juridische procedures gebeurde cultureel iets enorms: miljoenen mensen gingen Heards gezicht, tranen, stem, kleding, make-up en lichaamstaal analyseren alsof er ergens één correcte manier bestaat waarop een mishandelde vrouw moet kijken. Én woorden als reactioneel misbruik werden hierin veelvuldig gebruikt, alsof zoiets écht bestaat. Dat is DARVO.
Onderzoek naar het online discours beschrijft hoe misogynie rond de zaak niet alleen massaal maar ook verhandelbaar werd; Heard kon tegelijk te emotioneel en niet emotioneel genoeg zijn, te berekenend en te chaotisch, te boos om slachtoffer te zijn en te koel om werkelijk bang te zijn. Daarbovenop kwam een enorme online campagne waarin anti-Heard-content algoritmisch en commercieel buitenproportioneel groot werd; onderzoek vond ook bewijs voor gecoördineerde en niet-organische activiteit. Maar zelfs zonder één bot te hoeven aanwijzen was het effect zichtbaar: misogynie werd content. Klikbaar, deelbaar en zeer lucratief.
De klassieke onmogelijke vrouw, nu met livestream.
De recentere strijd rond Blake Lively en Justin Baldoni liet dezelfde reputatielogica zien: na Lively’s beschuldigingen over seksuele intimidatie en vergelding verschoof een groot deel van het publieke gevecht razendsnel naar háár geloofwaardigheid en motieven. Wederom met een leger aan ingehuurde bots, ook hier weer bewezen, die voor een groot deel het discours bepalen in de publieke opinie. Dat is niet weer een DARVO op grote schaal. Het laat duidelijk zien hoe efficiënt een klacht over gedrag kan veranderen in een proces tegen degene die klaagt. En dus het hele gesprek verschuift. Wie had het verder nog over die gore beschuldigingen richting de man waar dit allemaal mee begon? Zeer weinig mensen, dat is zeker.
Vrouwen kennen dat examen helaas al eeuwen. Je mag niet te boos zijn, want dan ben je agressief en dat is dan je hele (of in ieder groot deel) van je hele karakter. Dat is wat je bént, je bent in ieder geval absoluut geen gelaagd mens. Niet te rustig ook, want dan kan het niet zó erg zijn geweest. Geef je dat later toch wel aan, stel je je dan nu niet aan? Niet teruggaan, want dan zal het ook wel meegevallen zijn en had je niet zo hysterisch moeten reageren; niet té snel vertrekken, want dan heb je nooit echt geprobeerd de ‘relatie te redden’. (Waarom hier ook altijd weer zo’n nadruk op moet liggen is mij ook vreemd maar goed) Je moet precies genoeg kapotgaan om geloofwaardig te zijn, maar wel op een manier die niemand oncomfortabel maakt. Én met oneindige en super veel en keihard bewijs en zelfs dan is de kans klein dat je hieraan ontkomt.
En dan staan de aasgieren klaar
Therapietaal kan dus een machtsmiddel worden in relaties en instituties, maar er staat inmiddels ook een complete markt klaar die een andere richting op werkt: niet de ander alleen diagnosticeren, maar jou eerst uitleggen wat er allemaal met jou aan de hand is.
Nederland telde in januari 2026 volgens de Kamer van Koophandel 125.773 coaches, tweeënhalf keer zoveel als tien jaar geleden. Coach is geen beschermd beroep; ook zonder diploma kun je een coachingpraktijk openen en mensen begeleiden bij bijvoorbeeld burn-outklachten. Dat betekent heus niet dat 125.773 mensen allemaal charlatans zijn. Het betekent wel dat het woord coach op zichzelf ongeveer net zoveel kwaliteitsgarantie biedt als ambachtelijk op een zak chips.
En daar wordt het weer mega interessant zodra iemand niet alleen aanbiedt je ergens bij te helpen, maar eerst vaststelt wat er diep vanbinnen met je mis is.
Je bent niet gewoon moe, je nervous system is dysregulated. Je vindt iets moeilijk: blokkade. Je wordt ergens boos van: trigger. Je kiest steeds dezelfde verkeerde mensen: traumapatroon. Je weet even niet wat je wilt: contact met je authentieke zelf kwijt.
Lang verhaal kort:
jíj bent het project.
Gelukkig staat er daarna altijd wel iemand klaar met een traject van € 2.497. En liefst daarna nog een volgende, want jouw optimaal gereguleerde, volledig authentieke eindversie bestaat natuurlijk niet. We zijn mensen en menselijk dus we veranderen. We groeien. We twijfelen opnieuw. Dat is geen defect; dat is ongeveer het hele concept van leven. Je maakt leuke en fijne dingen mee. Je maakt ook verschrikkelijk hartverscheurende dingen mee in een mensenleven. Alleen is een eindstation commercieel ook helemaal niet zo handig. Er kan er altijd nóg iets onder zitten. Die ui pellen is eindeloos. Een blokkade. Een oud patroon. Je onderbuik die jíj niet goed genoeg hoort of naar luistert. Je ‘vrouwelijke’ energie. Iets wat je nog niet hebt losgelaten.
En als de zelfbedachte methode bij de coach werkte, werkt hij uiteraard ook bij jou. Dat is ongeveer het niveau van bewijs waar we inmiddels soms mee werken.
Wetenschapsjournalist Adriaan ter Braack, Sjamadriaan, schrijft al jaren over precies dat Nederlandse wellness- en mindsetmodel: neem een klein stukje waarheid, blaas het op tot een wereldverklaring, maak mensen onzeker over hun gezondheid of geluk en zet de exclusieve oplossing vervolgens in je eigen webshop. Zijn term maakbaarheidsmythe vind ik hier raak. Als jouw leven niet goed gaat, heb jij blijkbaar nog niet het juiste innerlijke werk gedaan; werkt de methode niet, dan is dat ook weer materiaal. Dan heb jij je best niet goed genoeg gedaan.
Weerstand. Blokkade. Niet diep genoeg gegaan.
Een prachtig verdienmodel inmiddels, in vele vormen verkrijgbaar. Speciaal en persoonlijk voor jou.
En natuurlijk óók retouren psychologisch verklaarbaar.
Alles. Gewoon. Loslaten.
Een paar weken geleden zag ik op Substack twee vrouwen met elkaar praten over hoe veel beter ze zich inmiddels voelden. Eén van hen verkocht een eigen verzonnen methode, gebouwd rond de gedachte dat vrouwen diep vanbinnen vanuit enorme onzekerheid zouden handelen (dit is niet iets inherent vrouwelijks en is mij persoonlijk ook gewoon vreemd en ik ben niet de enige hierin) en daarom vooral moesten leren loslaten.
Alles. Loslaten.
Meine Güte. Ik vraag me dan direct af waarom zij niet haar methode loslaat en de wil naar onze portemonnee. Maar goed, dat moet ik dan ook loslaten.
Ik bleef nog even kijken omdat ik werkelijk wilde begrijpen wat dat betekende. Wat moet er precies weg? Mijn boosheid? (met stip op nummer 1!) Mijn mooie herinneringen? Mijn nare herinneringen? Ambitie? Kennis? Gevoelens? Een conflict dat nog niet is opgelost? Mijn oordeel over iemand die zich al drie jaar als een lul gedraagt? Alles moest kennelijk lichter en zachter worden totdat je niet langer zo hinderlijk vasthield aan de dingen die je blijkbaar tegenhouden.
Werkboeken waren uiteraard verkrijgbaar. Laat het gaan.
Natuurlijk kan het soms bevrijdend zijn om iets waar je geen invloed meer op hebt niet iedere dag opnieuw mee te slepen. Maar alles altijd loslaten gaan? QUE? Het probleem zat ook al één stap eerder, in de premisse die voor iedere vrouw klaarstond voordat zij überhaupt haar mond had opengedaan: jij bent onzeker, jij zit vast, jij houdt verkeerd vast, jij moet zachter, vrijer, meer vertrouwen, meer naar binnen. Een staat van continue vreugde is dan ook het doel hier. Serieus. Moeten we dat überhaupt willen? Bestaat echte vreugde dan nog wel?
En zodra de theorie zo is gebouwd, kun je haar eigenlijk niet meer tegenspreken.
“Nee hoor, met die onzekerheid valt het bij mij best mee.”
Dan heb je het nog niet gezien.
“Dit verhaal past niet bij mij.”
Weerstand.
“Misschien ligt het probleem gewoon bij iemand anders.”
Projectie.
Iedere uitgang blijkt weer een geheime ingang naar hetzelfde traject.
Nee, niks Gerda. Misschien moet jij je zelfbedachte cursus en methodiek gewoon loslaten. Waarom dat dan niet?
Ik vind het bovendien niet toevallig dat juist vrouwen dit soort eindeloos innerlijk werk zo vaak krijgen aangeboden in een taal van zachtheid, ‘vrouwelijke energie’, ontvangen, overgave, reguleren, vertrouwen en vooral niet te veel vasthouden. Vrouwen hebben eeuwenlang gehoord dat hun pijn te emotioneel was/niet rationeel, hun woede hysterisch en dus niet terecht, hun ambitie onnatuurlijk en hun verzet een karakterprobleem wat zo snel mogelijk gefixt moet worden.
Ik zie werkelijk niet waarom de moderne ‘emancipatievariant’ daarvan zou moeten zijn dat we dezelfde opdracht nu vrijwillig aanschaffen in beige Canva-opmaak.
Want sommige dingen moet je helemaal niet loslaten.
Je boosheid kan informatie zijn. Je herinnering aan wat er gebeurde ook. Je kunt heel veel leren door je ergens in vast te bijten wanneer je daar behoefte aan hebt. Je niet overgeven aan wat een ander graag zou willen. Je vriendinnen zou ik ook niet loslaten. Je eigen geld. De screenshots. Je ambitie. Je eisen. Je vermogen om iets niet normaal te vinden. Dat kleine stemmetje dat na maanden verwarring nog steeds zegt: hier klopt iets niet.
Laat dát vooral niet los omdat iemand met een werkboek dat te koop is je vertelt dat vasthouden een blokkade is. Enkel een drempel tot de illusie van eeuwige vreugde.
Een klant die klaar is met helen is geen klant meer
Er zit onder die hele markt ook een doodsimpel economisch probleem. Een goede therapeut of coach mag uiteraard geld verdienen; expertise, opleiding en tijd zijn niet gratis. Mijn wantrouwen begint wanneer dezelfde persoon jouw tekort definieert en aanpraat, de methode heeft bedacht, zonder degelijk onderzoek gedaan te hebben, bezit waarmee dat tekort opgelost moet worden én ook nog bepaalt wanneer jij voldoende geheeld bent.
Een klant die klaar is met helen op de manier die een ander dicteert is op een gegeven moment namelijk geen klant meer.
Een mens dat altijd nog één laag, traumarespons, limiting belief, energetisch patroon of innerlijk kind te verwerken heeft, heeft een veel interessantere customer lifetime value. Daarna kan er nog een verdieping komen, een retreat en - mijn persoonlijke favoriet - een opleiding waarmee jij vervolgens zelf andere vrouwen leert hoe ze hetzelfde moeten gaan doen. Klinkt als een piramidespel. Waar het verdienmodel dan ook nog eens verschuift naar het zoveel mogelijk verkopen van die cursussen tot zelf ‘coach’ worden. Daar valt nog veel meer te verdienen.
Persoonlijke bevrijding gaat dan wel heel snel op een salesfunnel gaan lijken, inclusief nieuwe persoonlijkheid én carriere!
In extreme vorm gaat dit veel verder dan een irritant werkboek. OneTaste verkocht seksuele wellness en orgasmic meditation in taal rond healing en groei; in maart 2026 werd oprichter Nicole Daedone in de Verenigde Staten tot negen jaar gevangenisstraf veroordeeld voor haar rol in een samenzwering tot dwangarbeid. Hier zijn dus vrouwen die juist healing en spirituele groei zochten psychologisch, emotioneel en financieel afhankelijk gemaakt en uitgebuit. Dwangarbeid, beste lezers. Niet iedere coach is natuurlijk OneTaste. Het mechanisme eronder is wél herkenbaar: zodra degene die jou vertelt waarom jij niet heel bent óók de toegangspoort beheert tot jouw heelheid, wordt ‘wie dient dit?’ een heel noodzakelijke vraag. En het brengt je natuurlijk veel verder van waar je echt naar op zoek was.
Kijktip: Netflix maakte over OneTaste de documentaire Orgasm Inc: The Story of OneTaste. Juist interessant bij dit stuk omdat je ziet hoe taal over bevrijding, healing en persoonlijke groei binnen een systeem van afhankelijkheid kan gaan functioneren.
De Amerikaanse aanklager vatte het na de veroordeling pijnlijk precies samen: dwang die zich voordoet als wellness of empowerment blijft uitbuiting.
Kijk vooral ook even naar de vloer
Hier raakt dit stuk aan mijn eerdere verhaal over ‘Waarom is ineens healing moet zijn’, maar dit is geen direct vervolg. Toen schreef ik over hoe zelfs rust een verbeterproject was geworden: je lag niet gewoon op de bank, je herstelde; je wandelde niet, je reguleerde; je dronk geen thee, je had een avondritueel.
Zelfs niets doen moest uiteindelijk iéts opleveren.
Therapietaal doet daar iets extra handigs bovenop. Ook problemen die aantoonbaar búíten ons liggen kunnen veel te snel als innerlijk project terugkomen. Een werknemer heeft een onmogelijke werkdruk? Beter grenzen leren stellen. Een vrouw houdt thuis de volledige mentale administratie van het gezin draaiende? Beter leren managen en regelen. Iemand raakt uitgeput door mantelzorg? Meer selfcare. Een vrouw is woedend over seksisme? Eerst onderzoeken waarom het háár zo triggert. Niet naar de wereld en systemen kijken waarin we leven, het water waar we allemaal in zwemmen. Nee, de oplossing ligt altijd ín jou en jou alleen. Dat is makkelijk, vreet tijd en energie, is vaak gewoon niet waar en zo hoeven we lekker niet naar de omstandigheden te kijken. Geen wonder dat vrouwen met massale klachten kampen, zowel geestelijk als fysiek.
Op individueel niveau kunnen zulke dingen natuurlijk helpen. Voor de taakverdeling doen ze alleen heel weinig.
In mijn Mental Load-stukken kwam ik al bij dezelfde absurde constructie uit: degene die te veel verantwoordelijkheid draagt krijgt daarna óók de verantwoordelijkheid om beter om te gaan met het feit dat zij te veel verantwoordelijkheid draagt. Je moet je verdedigen en maar blijven uitleggen.
Mental load bij vrouwen: het onzichtbare werk dat altijd doorgaat
Een drieluik over onzichtbaar werk, mentale belasting, beschikbaarheid en de vraag wie thuis eigenlijk het recht heeft iets níét te weten.
Het systeem mag altijd blijven staan, de status-quo. Zij krijgt alleen steeds meer huiswerk.
Isern-Mas en Almagro noemen een verwant probleem affective injustice (heel interessant artikel om te lezen trouwens, als je tijd en zin hebt): wanneer boosheid, angst of stress een begrijpelijke reactie is op een onrechtvaardige situatie, kan alle aandacht voor het reguleren van die emotie de aandacht heel netjes verplaatsen van de oorzaak naar degene die erop reageert. De werkdruk blijft. De ongelijkheid blijft. De controle blijft.
Jij krijgt alleen een betere ochtendroutine.
En dat individualiseren doet nog iets anders: het vreet bandbreedte.
Als iedere slechte dag onderzocht moet worden op triggers, iedere vermoeidheid op dysregulatie, ieder conflict op trauma en iedere boosheid op wat die blijkbaar diep vanbinnen bij jóú raakt, ben je nogal druk.
Met jezelf.
En dus blijft er minder tijd, aandacht en energie over voor een heel scala aan zeer belangrijke vragen, ik som er graag een aantal voor je op:
Wat gebeurt hier feitelijk?
Wie doet hier eigenlijk wat?
Wie draagt het werk?
Wie heeft de macht?
Welke wet ontbreekt?
Waarom wordt dit patroon niet herkend?
En wie heeft er voordeel bij dat ik eindeloos naar binnen blijf kijken?
Dat is niet alleen vermoeiend. Het depolitiseert.
Een structureel probleem wordt een privéproject. Terwijl jij aan jezelf werkt, hoeft niemand de vloer recht te leggen.
En dus blijf ik bij dezelfde vraag uit dit hele stuk:
wie dient dit?
Voor vrouwen is dat bepaald geen historisch neutraal terrein. We hebben een indrukwekkend lange traditie van vrouwelijke pijn, boosheid en zelfs lichamelijke klachten terugsturen naar de vrouw zelf: hysterisch, overgevoelig, hormonaal, irrationeel, lastig, moeilijk. Ik werk inmiddels ook aan een heel stuk over hoe diep dat in onze geneeskunde en psychologie zit, dus daar kom ik nog uitgebreid op terug.
Voor nu is dit genoeg:
het kan geen gelijkheid zijn wanneer vrouwen steeds meer woorden krijgen om zichzelf mee te analyseren, maar nog altijd te weinig macht om de omstandigheden te veranderen die hen uitputten, bang maken of klein houden.
Ik wil de woorden juist houden
Dus nee, ik wil gaslighting niet weggooien omdat een influencer het verkeerd gebruikt. Ik wil juist dat een vrouw het woord vindt vóórdat ze haar eigen geheugen volledig is gaan wantrouwen. En vooral het mechanisme echt leert zien. Dat is waardevol. Ik wil dat ze dwingende controle kent voordat iedereen om haar heen alleen naar losse incidenten kijkt. Ik wil dat haar vriendin het herkent, haar huisarts, de politieagent, de mediator en de rechter.
Ik wil dat mensen DARVO kennen, juist omdat onderzoek laat zien dat uitleg over dat patroon de invloed ervan op omstanders kan verkleinen.
Dat is waarom precisie hier geen taalpurisme is.
Het is bescherming. Echte bescherming. Geen mannenmars ‘bescherming’ die vrouwen enkel gebruikt voor eigen gewin.
Wanneer gaslighting uiteindelijk gewoon “jij bent het niet met mij eens” betekent, wij gaslighten elkaar de hele tijd dus ‘wij zijn toxisch’ verliezen vooral de mensen die werkelijk worden gegaslight. Wanneer iedere rot-ex een echte narcist wordt, verdwijnt het verschil tussen een nare eigenschap en een zeer ernstig patroon. Wanneer iedere eis een boundary heet, wordt het moeilijker te zien wanneer “mijn grens” eigenlijk “jij moet gehoorzamen” betekent. En wanneer healing standaard begint bij de aanname dat jij kapot en zeker en alleen van alles te verbeteren hebt aan uitsluitend jezelf en zeker niet de wereld, mogen we echt even vragen wie hier precies belang heeft bij die diagnose. Jij bent immers te druk met enkel naar binnen kijken dat je daar niet eens meer de bandbreedte en energie voor hebt.
Goede therapie is wat mij betreft het tegenovergestelde van deze hele machine. Niet vooraf vertellen wat jouw verhaal is, maar zorgvuldig genoeg luisteren om samen te onderzoeken wat er nou werkelijk gebeurt. Zowel in jou áls in je omstandigheden. Niet iedere emotie tot defect maken, maar ook niet doen alsof geweld - in welke vorm dan ook - een communicatieprobleem is. Niet jou eindeloos aan jezelf laten sleutelen zodat niemand ooit naar de omgeving hoeft te kijken, maar juist helpen onderscheiden wat van jou is - én wat niet. De juiste vragen stellen die jou echt aan het denken zetten en niet met algemene ‘wijsheid’ platitudes strooien.
Soms zit er iets in jou waar je gewoon echt hulp bij kunt gebruiken. Dat hebben we allemaal weleens. Soms is therapie precies wat je nodig hebt. Soms moet je ergens werkelijk doorheen.
Maar soms heb je ook gewoon doodleuk meer slaap nodig. Of geld. Tijd. Een betaalbaar huis. Een betere baas. Een partner die daadwerkelijk bij je past - of lekker geen partner. Een instantie die eindelijk luistert. Een wet die naar een patroon kijkt in plaats van één incident.
En soms zou het vooral fijn zijn als iemand ophoudt zich als een lul te gedragen.
Niet ieder probleem in je leven bevindt zich ín jou.
Vaak staat de vloer gewoon scheef. En soms staat er iemand keihard op je voet.
Dan hoef je niet te onderzoeken waarom dat je zo triggert.
Diegene moet dan gewoon van je voet af.
En dát zou ik dan weer vooral niet loslaten

Als je tot hier bent gekomen, vermoed ik dat je ook niet zoveel zin hebt in nóg een werkboek over loslaten.
PARELS kijkt naar de systemen onder het gewone: van seks, werk en geneeskunde tot cultuur, macht en de woorden waarmee we elkaar klein of geloofwaardig maken.
Het volgende grote stuk gaat een paar duizend jaar terug: FUCK PLATO, over hoe het vrouwenlichaam eeuwenlang als afwijking en probleem werd bedacht.
Gratis in je inbox als je hier inschrijft. ↓
Bronnen & verder lezen
Carme Isern-Mas & Manuel Almagro — Unmasking therapy-speak: epistemic and affective injustice in the therapeutic culture, Medicine, Health Care and Philosophy.
CBS/WODC — Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag 2024.
Verwey-Jonker Instituut — onderzoek naar huiselijk geweld, intieme terreur, omgang en gezag.
Jennifer Freyd — onderzoek naar DARVO, victim blaming en geloofwaardigheid.









Geweldig stuk! Chapeau! 🙌🏼