Ik dacht dat ik Carrie inmiddels wel kende. Het boek las ik zo’n twintig jaar geleden voor het eerst en zoals dat gaat met boeken die je op een andere leeftijd opnieuw leest, bleek hetzelfde verhaal ineens behoorlijk veranderd. Of ik natuurlijk.
Met mijn enkel voorlopig in een brace kijk ik bovendien heel wat meer series dan normaal, dus zette ik Mike Flanagans nieuwe Carrie-serie uit 2026 op Prime Video aan. Daarna moest Brian De Palma’s film uit 1976 er uiteraard ook weer achteraan.

Dit stuk bevat spoilers voor alle acht afleveringen van Carrie (2026), plus het boek en eerdere verfilmingen.
De premisse ken ik. Een meisje krijgt op school voor het eerst haar menstruatie, begrijpt niet wat er gebeurt en denkt dat ze doodgaat. Andere meisjes gooien tampons. Thuis wacht een extreem religieuze moeder. Dan komt telekinese, het schoolbal, varkensbloed en uiteindelijk complete verwoesting.
Maar hoe langer ik keek en teruglas, hoe minder ik bleef hangen bij de vraag waarom Carrie na ruim vijftig jaar nog steeds werkt. Dat doet ze duidelijk; anders zaten we hier niet opnieuw acht afleveringen naar haar te kijken.
Deze nieuwe Carrie is namelijk aardig. Licht verteerbaar.
Ze is nieuwsgierig, vriendelijk, slim en sociaal genoeg om te begrijpen wat er om haar heen gebeurt, alleen niet geïnformeerd over de wereld omdat haar moeder haar daarvan heeft weggehouden. Showrunner Mike Flanagan vertelde zelf dat hij na meer dan veertienhonderd audities op zoek was naar een Carrie die nog niet eerder was vertoond: open, invoelend, emotioneel intelligent, iemand bij wie hij en zijn team vrijwel onmiddellijk de neiging kregen haar te beschermen. En volgens mij gaat daarmee een belangrijk onderdeel van het oorspronkelijke verhaal verloren, omdat juist dit verschil veel verraadt over welke Carrie wij in 2026 blijkbaar makkelijker kunnen verdragen.
Want Stephen Kings Carrie was echt niet ontworpen om het ons zo makkelijk te maken. Ik mis de spiegel in deze nieuwe Carrie.
De Carrie bij wie je je tas waarschijnlijk op de stoel had laten liggen
King schrijft Carrie niet als zo’n filmisch buitenbeentje bij wie je als kijker na vijf minuten ziet dat de rest van de school blind is omdat zij onder die rare trui natuurlijk prachtig, geestig en enorm leuk blijkt te zijn.
Zijn Carrie is molliger dan de andere meisjes, heeft puistjes en vettig haar, draagt slecht passende en versleten kleding, is onhandig tijdens sport, begrijpt sociale signalen vaak niet, en loopt al jaren achter op de rest. King schrijft over de zweetlucht die om haar heen hangt en de zweetplekken in haar kleding. De vernederingen zijn niet incidenteel maar hebben zich laag voor laag opgebouwd: een slang in haar schoen, ondergoed verstoppen, liefdesbrieven kopiëren, haar laten struikelen, dingen in haar haar stoppen, haar uitlachen wanneer ze bij gym weer iets verkeerd doet.
Het is belangrijk om dat niet weg te poetsen, omdat precies daar dus precies die spiegel zit.
Carrie is niet alleen een slachtoffer dat wij achteraf makkelijk sympathiek kunnen vinden omdat we inmiddels weten hoe het verhaal afloopt. Ze is het soort kind dat in een echte klas sociaal werk kost. Ze mist grapjes, reageert verkeerd, ruikt dus soms naar zweet, draagt rare kleding, heeft een ultrareligieuze moeder over wie iedereen praat en blijft misschien nét te lang bij je staan wanneer jij eigenlijk met iemand anders wilt praten.
En dus is de interessante vraag niet of jij een emmer varkensbloed over haar heen zou gooien.
Ik neem voor het gemak aan van niet. De vraag is of je haar had uitgenodigd en of je naast haar was gaan zitten.
Of je haar rare religieuze opmerkingen had verdragen zonder na afloop met je vrienden blikken uit te wisselen. Of je je tas van de stoel naast je had gehaald wanneer Carrie vroeg of daar nog plek was. Als tieners dus.
Stephen King baseerde haar mede op twee meisjes die hij werkelijk kende. Eén van hen kwam uit een arm gezin en droeg iedere dag dezelfde kleding. Toen ze uiteindelijk met Kerstmis nieuwe, modieuzere kleren kreeg, stopte het pesten niet; het werd volgens King juist erger. De groep had haar plek al bepaald en bleek helemaal geen belangstelling te hebben voor een versie van haar die uit dat vakje probeerde te klimmen. King heeft later ook iets anders toegegeven wat ik bijna nog belangrijker vind: hij deed zelf niet mee met de pesterijen, maar hij was ook niet degene die opstond en zei dat het moest stoppen.
En dit is vermoedelijk waar veel meer van ons zitten.
Opgelucht dat wij Carrie niet zijn.
De makkelijkste manier om Carrie te bekijken is denken dat jij haar nooit zou hebben gepest. De interessantere vraag is hoeveel moed er eigenlijk nodig is om aardig te zijn tegen iemand van wie de groep allang heeft besloten dat zij raar is.
En toen viste Tabitha King haar uit de prullenbak
Er zit nog een vrouw in het ontstaan van Carrie die veel meer verdient dan één leuk triviafeitje over een prullenbak.
Tabitha King.
Stephen King schreef een paar pagina’s over dat meisje in de douche, vond ze slecht en gooide ze weg. Tabitha vond de verfrommelde pagina’s, schudde de sigarettenas eraf, streek ze glad en las ze. Zij wilde weten hoe het verderging.
Stephen wilde niet verder. Een van zijn problemen was nogal fundamenteel voor een boek dat begint in een meisjeskleedkamer: hij wist naar eigen zeggen vrijwel niets van middelbareschoolmeisjes en al helemaal niet van wat er in zo’n kleedkamer gebeurde. Terecht.
Dus Tabitha zei dat zij hem daarmee zou helpen.
Het is verleidelijk om daar een schattig succesverhaal van te maken over de ondersteunende vrouw achter de beroemde man, maar dat is de minst interessante versie. Tabitha King was zelf schrijver. Zij zag iets in een verhaal over een meisje dat haar man had weggegooid, vertelde hem dat er genoeg in zat om door te gaan en bood precies op het terrein waar hij kennis miste de context die hij niet had.
Zonder haar ingreep bestaat Carrie zoals wij het kennen waarschijnlijk niet.
En daarmee dus ook niet de carrière van Stephen King zoals wij die kennen; Carrie werd zijn eerste gepubliceerde roman en het boek dat hem uiteindelijk in staat stelde fulltime te schrijven.
Het echte verhaal hierachter is interessant en zegt veel over Tabitha en Stephen King: een boek dat uiteindelijk beroemd zou worden om zijn beeld van vrouwelijke puberteit, schaamte en macht begon bij een man die zelf wist dat hij een enorme blinde vlek had, en werd niet weggegooid omdat een vrouw naast hem zei: hier zit iets, en met dat deel dat jij niet kent help ik je. Het zou een boel schrijvers sowieso geen kwaad doen om iets vaker te weten wat ze níét weten.
En Stephen King is daar zelf ook nooit geheimzinnig over geweest. Hij schreef later zelfs dat hij Carrie tijdens het schrijven nooit echt aardig ging vinden. Ook dat is essentieel. Want hij schreef haar toch. Want het doet er uiteindelijk niet toe wat je van Carrie als personage vindt. Ze heeft niets van dit alles verdiend én ze is verre van perfect of onschuldig.
Een van de slimste dingen aan het boek vind ik bovendien dat Carrie nooit volledige zeggenschap over haar eigen nalatenschap krijgt. King vertelt haar verhaal niet alleen, maar doorsnijdt het met krantenberichten, interviews, wetenschappelijke teksten, boeken en de latere White Commission. Carrie is tegelijk een levend meisje én de toekomstige casus waar anderen achteraf betekenis aan proberen te geven.
Het begint niet met telekinese. Het begint met een lichaam
Carrie krijgt op haar zestiende haar eerste menstruatie in de douche na gym en denkt werkelijk dat ze doodbloedt. Haar moeder heeft haar nooit verteld wat menstruatie is. Dat is namelijk een zonde. En natuurlijk denkt Carrie dat ze doodgaat; enige logische gedachte.
De andere meisjes weten het uiteraard wel.
En dus ontstaat een van de gemeenste scènes uit het boek uit een kennisverschil tussen meisjes: Carrie heeft geen idee wat haar eigen lichaam doet, de rest weet het precies en gebruikt die kennis niet om haar te helpen maar om nog één keer vast te stellen hoe ver zij buiten de groep staat.
Carrie ontdekt daar niet alleen dat ze menstrueert. Ze ontdekt tegelijkertijd dat vrouw-zijn blijkbaar gepaard gaat met een complete set kennis en gedragsregels die iedereen geacht wordt vanzelf te beheersen. Je moet weten wat bloed betekent, hoe je het verbergt, wat je ermee doet en vooral hoe je er niet zo’n scène van maakt.
Carrie doet alles verkeerd, omdat niemand haar ooit de handleiding heeft gegeven.
De meisjes die zelf óók in een wereld leven waarin hun lichaam voortdurend bekeken en beoordeeld wordt, hoeven die norm niet uitgevonden te hebben om hem toch uitstekend te kunnen handhaven.
Dat is hoe normen werken wanneer ze eenmaal diep genoeg zitten. Meisjes kunnen elkaar ook uitstekend bewaken.
En precies op het moment dat Carrie bloedt en publiekelijk wordt vernederd, begint ook haar macht zich nadrukkelijker te manifesteren.
King kwam op het oorspronkelijke idee nadat hij een theorie had gelezen waarin zogenaamde poltergeistverschijnselen werden gekoppeld aan puberende meisjes. Op zijn officiële site omschrijft King Carrie bovendien expliciet als een verhaal over vrouwen die hun eigen kanalen van macht ontdekken en over wat mannen vrezen aan vrouwen en vrouwelijke seksualiteit. Absoluut geen subtiele metafoor dus.
Carrie wordt vrouw. Carrie bloedt. En ineens kan Carrie dingen laten bewegen. Ze wordt machtig.
Misschien is Carrie daarom ook zo’n meedogenloos coming of age-verhaal. De overgang naar volwassen vrouw-zijn wordt hier niet gevierd als ontdekking, maar onmiddellijk bestraft met schaamte, religieuze schuld en sociale vernedering. Ze krijgt een lichaam, verlangens en macht — en leert vrijwel tegelijk dat alledrie gevaarlijk worden zodra ze werkelijk van háár zijn.
Margaret heeft vooral geleerd dat vrouwelijke macht zonde is
Carries moeder heeft een uitstekend antwoord op ongeveer alles wat haar dochter overkomt: schuld.
Seks is zonde. Verlangen is zonde. Het vrouwelijke lichaam is een zonde. Menstruatie is niet iets waar je je dochter rustig over informeert, maar bewijs dat haar lichaam zich in een moreel gevaarlijk gebied bevindt.
Dat betekent dat Margaret haar dochter niet voortdurend fysiek hoeft vast te houden om haar te controleren. De controle is inmiddels naar binnen verhuisd.
Carrie wil naar het schoolbal en voelt schuld. Ze krijgt belangstelling voor jongens en voelt schuld. Ze ontdekt dat haar eigen wil letterlijk kracht heeft en heeft al geleerd dat zoiets bij een meisje ongeveer wel demonisch móét zijn.
En hier begint de female rage, niet pas wanneer het varkensbloed valt.
Carrie heeft een hele jeugd lang geleerd dat vrijwel iedere impuls alleen al richting autonomie verdacht is. Thuis wordt ze onderworpen door religieuze controle, op school door een sociale hiërarchie waarin haar lichaam, klasse, kleding, geur en gedrag allemaal materiaal zijn geworden waar anderen hun eigen normaliteit tegen kunnen afzetten.
Het schoolbal is niet het moment waarop er ineens woede ontstaat.
Het is het moment waarop die woede niet langer binnen haar lichaam blijft.
Carrie mag vervolgens ook verschrikkelijk worden
Dat is waar het boek veel harder is dan onze neiging om er achteraf een nette empowermentvertelling van te maken.
Carries woede is namelijk heel begrijpelijk én heel menselijk. Wat ze ermee doet is niet automatisch goed. Maar dat hoeft ook niet.
Op het schoolbal en daarna sterven ook mensen die haar nooit gepest hebben. King geeft haar geen magische morele radar waarmee alleen de schuldigen worden getroffen en de keurige klasgenoten veilig door de brand wandelen. In het boek escaleert haar vernietiging zelfs veel verder dan de gymzaal en wordt Chamberlain (het stadje waar dit alles zich afspeelt) een rampgebied.
Dat lijkt zo simpel, maar we zijn over het algemeen slecht in die twee gedachten tegelijk vasthouden. Van slachtoffers verlangen we graag dat ze ook na wat hun is aangedaan moreel overzichtelijk blijven. Dat ze perfect blijven om zo te kunnen legitimeren wat hen is overkomen. En dat klopt natuurlijk niet. We verwachten van slachtoffers dat ze met hun ‘goedheid’ dus geloofwaardig blijven in die rol en niet dat ze dit over zichzelf afgeroepen hebben. Dan hoeven we onszelf namelijk niet verder aan te kijken. Maar zo'n slachtoffer bestaat niet. Niemand reageert altijd juist, redelijk of neutraal, en iemands recht op bescherming kan daar ook onmogelijk van afhangen. Toch zoeken we achteraf opvallend graag naar gedrag waarmee we kunnen zeggen: zie je wel, zij was óók geen makkelijk mens. Dan hoeven we namelijk minder lang te kijken naar wat haar is aangedaan.
Carrie was vóór de ramp al geen ‘makkelijk’ mens. Juist niet.
Ze hoefde niet fris te ruiken, leuk te zijn, sociaal soepel door een gesprek te bewegen of later een inspirerende overlever te worden voordat haar veiligheid telde. Haar woede hoeft ook niet mooi te zijn voordat we mogen begrijpen waar die vandaan komt. Met dit soort mechanismes ontmenselijken we vooral vrouwen maar al te vaak. The perfect victim.
Brian De Palma maakt Carrie in zijn film uit 1976 visueel al makkelijker voor ons dan King. Sissy Spacek is veel etherischer en conventioneler aantrekkelijk dan het meisje uit de roman, en de beruchte openingsscène kijkt behoorlijk nadrukkelijk met een mannelijke camera naar naakte meisjeslichamen voordat menstruatie de fantasie met bloed onderbreekt.
Maar op één cruciaal punt laat De Palma haar met rust. Wanneer Carrie op prom night breekt, is de woede van Carrie. Hij geeft haar de macht en laat haar er verschrikkelijke dingen mee doen.
Geen therapeutisch veilige female rage waarbij een vrouw een bord kapotgooit, haar grenzen herontdekt en daarna heel empowered een nieuwe ochtendroutine begint.
Ze gáát te ver. Veel te ver. Dat is tragedie.
En dat maakt haar interessanter.
Female rage hoeft geen goed gedrag op te leveren om echte woede te zijn. Begrijpen waarom een vrouw woedend is, is niet hetzelfde als ieder gevolg van die woede goedkeuren.

De Palma maakt Carrie visueel aantrekkelijker dan King, maar laat haar op prom night zelf achter het stuur van haar woede.De vrouwen vóór Carrie
Hier doet de nieuwe serie trouwens iets wat ik wél heel interessant vind.
Flanagan trekt Carries gave open naar een soort vrouwelijke voorgeschiedenis. In aflevering drie zien we een rij vrouwen uit verschillende landen en eeuwen die beroemd of berucht werden vanwege verhalen over onverklaarbare krachten: Angélique Cottin, Eusapia Palladino, Stanisława Tomczyk, Annemarie Schaberl en Nina Kulagina. De serie zet ze naast elkaar als vrouwen die vanwege vermeende bijzondere vermogens onderzocht, bespot, beschuldigd of in sommige gevallen als fraudeur weggezet werden.
Natuurlijk ben ik ze vervolgens allemaal gaan opzoeken. En het aardige is dat hun echte verhalen veel rommeliger zijn dan de montage suggereert.
Angélique Cottin was veertien toen in 1846 tijdens haar werk aan een weefraam allerlei vreemde bewegingen rond haar werden gemeld. Haar familie dacht aanvankelijk aan bezetenheid en nam haar mee richting een priester; vervolgens kwam ze terecht bij artsen en uiteindelijk bij de Franse Académie des Sciences. Het meisje werd een attractie, een onderzoeksobject en de “elektrische meid”, terwijl de academische commissie de spectaculaire claims uiteindelijk niet als bewezen accepteerde.
Eusapia Palladino groeide in de late negentiende eeuw uit tot een internationale beroemdheid als Italiaans medium. Wetenschappers en psychologen keken naar tafels die zouden bewegen en objecten die zonder aanraking verschoven, en tegelijkertijd werd ze meerdere keren daadwerkelijk op trucs betrapt. Dat vind ik belangrijk om erbij te zeggen. Een geschiedenis hoeft niet te doen alsof iedere vrouw die ooit van fraude werd beschuldigd dus automatisch een miskend genie was. Palladino kan tegelijk een fascinerende vrouw in de geschiedenis van wetenschap en spiritualisme zijn én iemand die aantoonbaar vals speelde. Niets menselijk zou ons vreemd moeten zijn.
De Poolse Stanisława Tomczyk werd vanaf 1908 onderzocht door psycholoog Julian Ochorowicz en werd beroemd door foto’s waarop onder meer een schaar tussen haar handen lijkt te zweven. Opvallend is hoe haar verhaal tot ons komt: via experimenten, foto’s, onderzoekers en hun interpretaties van wat zij zou kunnen. Zelfs haar vermeende tweede persoonlijkheid, “Little Stasia”, werd uitgebreid beschreven en geanalyseerd.
Annemarie Schaberl vind ik misschien wel de meest PARELS-achtige van het stel. Zij was negentien en werkte in 1967 op een advocatenkantoor in Rosenheim waar lampen sprongen, telefoons vreemde dingen deden en meubels zouden bewegen. Parapsycholoog Hans Bender koppelde de verschijnselen uiteindelijk aan háár: een jonge secretaresse die volgens zijn psychologische analyse instabiel, prikkelbaar en gefrustreerd was, waarna haar onderdrukte woede zich zogenaamd via psychokinese door het kantoor zou ontladen. Jahrze later zei Schaberl zelf simpelweg dat ze een normaal mens was, geen krachten had en niet wist wat er destijds was gebeurd.
Hier hangt een heel buitengewoon duurzame menselijke traditie en geschiedenis aan waarin iets vreemds gebeurt en we het uiteindelijk bij de emotionele toestand van een jonge vrouw neerleggen.
Kantoorapparatuur ontspoort? Misschien is de secretaresse gefrustreerd.
Nina Kulagina werd in de Sovjet-Unie beroemd door gefilmde experimenten waarin zij kleine voorwerpen zonder aanraking zou verplaatsen. Onderzoekers bestudeerden haar, sceptici beschuldigden haar van trucs en een tijdschrift van het Sovjetministerie van Justitie noemde haar uiteindelijk een fraudeur. Kulagina sleepte het blad daarop voor de rechter en won: de publicatie kon geen concreet bewijs voor fraude overleggen en moest rectificeren. Het bewijst iets interessanters: dat een vrouw die jarenlang als onderzoeksobject had gefungeerd op een gegeven moment ook zélf terugsloeg tegen het verhaal dat anderen over haar vastlegden.
En dan is er Isabel Rodríguez.
Haar naam vraagt juist om een correctie, omdat ze makkelijk in zo’n mooie rij van “vrouwen die voor heks werden uitgemaakt” kan verdwijnen.
De negentiende-eeuwse lithografie The Torture of Isabel Rodriguez, die in deze historische beeldwereld opduikt, verwijst naar Isabel Rodríguez de Andrada uit een familie van crypto-Joden in koloniaal Mexico. Zij werd door de Inquisitie vervolgd, gemarteld en uiteindelijk in 1596 samen met familieleden geëxecuteerd. De bekende afbeelding komt uit El Libro Rojo uit 1870, eeuwen ná haar dood.
Er is geen goed bewijs dat zij van telekinese werd beschuldigd.
Ook niet dat dit een heksenproces was. Zij hoort wel bij de geschiedenis van religieuze vervolging. Dat verschil is belangrijk in dit stuk, want we hoeven vrouwen uit de geschiedenis niet achteraf allemaal magisch te maken om zichtbaar te maken wat macht met hen deed.
Isabel Rodríguez was echt. De marteling door de Inquisitie was echt. En verschrikkelijk. Had zij dit verdiend? Nee.

Wat van deze vrouwen overblijft, is vaak het dossier
Terwijl ik al die namen zat op te zoeken, viel me iets anders op.
We weten veel van hen vooral doordat iemand anders hen onderzocht.
Deze namen zijn blijven bestaan als casus: de elektrische meid, het medium, de secretaresse van Rosenheim, de Sovjetpsychic, de gemartelde vrouw op die beroemde lithografie.
Past dus perfect bij boek Carrie; dit is namelijk geen keurige lineaire roman over een meisje dat wordt gepest en daarna wraak neemt. Het verhaal is doorsneden met fictieve krantenartikelen, wetenschappelijke teksten, getuigenissen, onderzoeksrapporten en de White Commission, die achteraf probeert te reconstrueren wat Carrie was en waarom niemand op tijd begreep wat er gebeurde.
Zoals gezegd is dit een briljante vorm voor dit verhaal.
Zolang Carrie leeft, is ze raar, lastig, vies, religieus, gênant en makkelijk te negeren.
Nadat zij een complete stad heeft verwoest, ontstaat ineens een indrukwekkend kennisapparaat om haar heen. Nú willen we haar begrijpen.
Dat is een patroon dat mij heel bekend voorkomt: de levende vrouw moet heel hard werken om geloofd of serieus genomen te worden; de casus die na afloop over haar wordt geschreven (als dit al gebeurd) krijgt ineens institutioneel gewicht.
Wie het hele dossier schrijft, krijgt bovendien macht over wat er van iemand overblijft.
Bij Isabel Rodríguez blijft een afbeelding van haar marteling bestaan. Bij Annemarie Schaberl blijft het oordeel van een parapsycholoog over haar frustratie bestaan. Bij Carrie blijft de White Commission bestaan.
Iedere generatie krijgt uiteindelijk de Carrie die haar eigen verhaal over vrouwen nodig heeft.
En dat brengt me terug bij 2026.
Deze serie wil dat wij Carrie beschermen
Flanagans versie begint al op een andere plek dan King.
Niet alleen omdat er smartphones en sociale media zijn. Dat is logisch; vernedering verdwijnt tegenwoordig niet wanneer je de kleedkamer uitloopt maar kan worden gefilmd, doorgestuurd en door een compleet dorp bekeken voordat je thuis bent.
De grotere verandering is Carrie zelf.
Flanagan zegt heel expliciet dat hij een soort “anti-Carrie” zocht: nieuwsgierig, oprecht, vriendelijk, emotioneel intelligent en nog niet verpest door de wereld. Toen Summer H. Howell auditie deed, voelde het team naar eigen zeggen onmiddellijk de drang om haar te ‘beschermen’.
Daar is niets toevalligs aan. Deze Carrie moet ons hart sneller winnen.
En daardoor wordt een van Kings ongemakkelijkste vragen zachter. Deze Carrie willen we namelijk wel helpen. Maar zouden we de Carrie uit het boek willen helpen? Mijn mening is van niet en dat maakt het juist zo onrechtvaardig.
Dat zweterige meisje dat te dicht bij je kwam staan en weer dezelfde slechte kleding droeg?
King zelf durfde over een van haar echte inspiratiebronnen te zeggen dat hij haar niet pestte, maar ook niet opstond toen anderen het deden. Dat is veel echter dan jezelf vijftig jaar later automatisch in de heldenrol schrijven.
En dan mag Carrie zelfs haar eigen promnacht niet helemaal houden
De grootste verandering komt pas wanneer het varkensbloed valt.
Carrie breekt.
Haar vernedering, verdriet en woede bereiken precies het punt waar al die jaren naartoe hebben gebouwd.
Alleen zit ze in deze versie vervolgens niet meer alleen achter het stuur.
Emaline neemt, met Carries toestemming, psychisch haar lichaam over en bestuurt haar tijdens een belangrijk deel van de vernietiging op het schoolbal. Flanagan zegt zelf dat Carrie volgens hem haar agency en rage behoudt omdat zij nog aanwezig is en heeft ingestemd; hij gebruikt letterlijk het beeld dat Emaline rijdt maar Carrie nog in de auto zit. Bij Chris en Billy (de grootste slechterikken van dit stuk) laat Emaline haar vervolgens weer los en doodt Carrie hen nadrukkelijk zelf.
Flanagan noemt dat behoud van haar agency. Ik vind juist de verdeling veelzeggend: zodra Carries geweld moreel het moeilijkst te verdedigen wordt, laat het scenario iemand anders handelen; zodra haar wraak weer gericht is op Chris en Billy, de twee mensen bij wie het publiek haar woede het makkelijkst kan begrijpen, krijgt Carrie het stuur terug.
Een groot deel van de ongerichte, moreel veel moeilijker te verdedigen vernietiging - precies het deel waardoor Carries rage in het boek zo ongemakkelijk wordt - wordt ondergebracht bij een andere vrouw. Het haalt het heel nadrukkelijk bij Carrie weg want in deze versie moet ze vooral behapbaar blijven als meisje en niet als mens.
Dat is geen kleine scenariokeuze. Dat maakt haar makkelijker om van te houden. Daarmee haalt de serie voor mij precies een van de ongemakkelijkste spanningen uit Kings verhaal: de vraag of we een vrouw nog steeds als slachtoffer kunnen zien wanneer zij vervolgens zélf iets verschrikkelijks doet.
Female rage, maar maak haar wel geschikt voor televisie
Ik begrijp best waarom een scenarioschrijver dit aantrekkelijk vindt.
Na acht afleveringen kennen we Carrie langer en intiemer. Flanagan heeft bovendien vanaf het begin besloten dat deze Carrie blijft leven en heeft publiek gezegd dat hij haar verhaal in zijn ideale scenario over meerdere seizoenen zou voortzetten. Prime heeft een vervolg op dit moment niet bevestigd, maar alleen al die mogelijkheid verandert de constructie: deze Carrie heeft, anders dan Kings Carrie, een toekomst nodig.
Een Carrie die wij na het schoolbal nog steeds graag willen volgen omdat ze tóch ook lief is, is handiger dan een hoofdpersoon die honderden doden volledig zelf op haar geweten heeft.
Vrouwen mogen dus best een beetje boos zijn.
We houden soms zelfs van ‘boze vrouwen’, zolang die woede herkenbaar, esthetisch aantrekkelijk en het liefst een beetje genezend is. Ze mag iets kapotgooien, eindelijk haar stem vinden, een slechte man terechtwijzen en daarna met hernieuwde grenzen het volgende hoofdstuk van haar leven binnenwandelen. Female rage is inmiddels zelfs een esthetiek geworden. Dat betekent nog niet dat we vrouwen verdragen zodra hun woede werkelijk lelijk wordt.
Carrie doet iets vervelenders. Haar woede is gerechtvaardigd in oorsprong en verschrikkelijk in uitwerking. Ze is slachtoffer en later ook dader. Die twee kunnen prima in één mens naast elkaar bestaan.
En dat is waar tragedie begint.
Dat is precies wat je kwijtraakt wanneer je een deel van haar meest onbeheersbare woede letterlijk in handen van iemand anders legt.
King verplicht ons in het boek tot iets veel moeilijkers.
Hij vraagt of iemand bescherming verdient wanneer je haar níét instinctief leuk vindt.
Misschien is dat waarom ze al vijftig jaar terugkomt
Tabitha King zag iets in het meisje dat haar man had weggegooid.
Stephen King zag achteraf twee echte meisjes die jarenlang onderaan de sociale rangorde hadden gestaan en maakte van hun machteloosheid een meisje dat uiteindelijk letterlijk de tempel kon neerhalen.
De Palma liet haar die tempel vervolgens zelf neerhalen.
De nieuwe serie geeft haar meer geschiedenis, meer vriendschap, meer context en zelfs een hele vrouwelijke genealogie van vreemde, onderzochte en vervolgde vrouwen. Dat is op sommige plekken rijker dan een nieuwe één-op-éénverfilming ooit had kunnen zijn.
Maar precies daarom valt het zo op dat ze Carrie zelf tegelijkertijd makkelijker maakt. En tijdens het beroemdste moment van haar woede zelfs een klein beetje makkelijker om te vergeven, omdat iemand anders een deel van het stuur vasthield. Ai, best pijnlijk.
Volgens mij was haar moeilijkheid altijd juist haar kracht. Ze is geen keurige heldin.
Ze is een slecht verzorgd, sociaal onaangenaam, arm, religieus mishandeld meisje dat jarenlang als minderwaardig wordt behandeld, voor één avond denkt dat ze misschien toch bij de rest mag horen en vervolgens op het moment van haar grootste vernedering ontdekt dat ze iedereen in die ruimte kan vernietigen.
En daar zit iets in waar we misschien nog steeds ongemakkelijk van worden: niet dat vrouwen kwaad kunnen zijn, maar dat hun kwaadheid niet verplicht is om sympathiek te blijven zodat de rest van ons haar kan verdragen.
Dus nee, ik denk inmiddels niet meer dat de belangrijkste vraag van Carrie is of wij die emmer boven het podium hadden gehangen.
Dat is wel een heel lage morele lat. Ik wil weten wat we de jaren daarvoor hadden gedaan. Dáár gaat het over. En over haar kracht en macht.
Had je haar naar huis willen brengen? Of had je vooral gehoopt dat ze bij iemand anders ging zitten?
Misschien is dat wel waarom Carrie blijft terugkomen.
We weten nog steeds heel goed hoe een groep besluit welk meisje een beetje minder ruimte verdient.
Het is nu eenmaal een stuk comfortabeler om haar achteraf te bewonderen om haar rage dan om vóór die rage gewoon plaats voor haar te maken.
Nog niet klaar met Carrie?
Meld je gratis aan en duik meteen nog drie zijwegen in: King over het ontstaan van Carrie, het echte verhaal van Isabel Rodríguez en een Nederlandse vergelijking van vijftig jaar verfilmingen.

Verder in PARELS:
Crazy Ex-Girlfriend: wanneer noemen we een vrouw ‘gek’? - Raquel ZIET
Ik had Crazy Ex-Girlfriend probleemloos kunnen overslaan op basis van de titel alleen. Die klinkt een beetje alsof een vrouw haar ex 47 keer belt, zijn nieuwe vriendin stalkt, huilend op een motorkap eindigt en iedereen daarna tevreden kan concluderen dat het mysterie is opgelost.
Ik ben 42. Waarom is ‘jong’ eigenlijk een compliment?
Mijn vader zegt al zolang ik me kan herinneren ongeveer hetzelfde wanneer het over ouder worden gaat.
Hij krijgt een toekomst. Zij niet. Zij krijgt de gevolgen.
Dit stuk gaat over seksueel geweld. En ik ben boos.







Tnx! Een mooi scherpe analyse. En meteen ben ik ook niet meer teleurgesteld dat ik de nieuwe Mike Flanagan serie van een King boek (op papier een gouden duo, toch) niet kan zien (geen Prime en nooit Prime).
Dan ga ik dat doen, thanks voor de tip :)
En katholiek! Niet dat iemand in mijn familie ook maar een beetje gelovig was of is, toch van oudsher veel tradities meegenomen. Gedoopt, kerstavond echt vieren etc.. Katholieke basisschool waar we religieus ieder jaar met Pasen Jesus Christ Superstar keken 😉 Leuk om eens een keer iets anders te gaan zien...