Ik had Crazy Ex-Girlfriend probleemloos kunnen overslaan op basis van de titel alleen. Die klinkt een beetje alsof een vrouw haar ex 47 keer belt, zijn nieuwe vriendin stalkt, huilend op een motorkap eindigt en iedereen daarna tevreden kan concluderen dat het mysterie is opgelost. Vrouw = gek.
Blijkt het ook nog een musical. Niet per se mijn ding.
Nou ja. En het is ook een romcom. Én een psychologisch drama, heel erg satire, en af en toe een soort koortsdroom voor theatre kids die nooit helemaal zijn hersteld van het idee dat ieder ongemakkelijk gevoel aanzienlijk beter wordt met een kostuumwissel en drie achtergrondzangers. Maar toch, het is betoverend. En óntzettend grappig.
Er bestaan series die heel graag prestige-tv willen zijn. Crazy Ex-Girlfriend lijkt voornamelijk heel graag te willen weten hoe ver je een grap over depressie, menstruaties, zelfhaat, borsten, antidepressiva, vaginale ongemakken of romantische vernedering kunt doortrekken voordat iemand bij de zender begint te zweten.
Ik hou daarvan.
Midden in al die georganiseerde waanzin staat onze Rebecca Bunch, gespeeld door Rachel Bloom: briljant advocaat, succesvol volgens vrijwel iedere meetlat die we kennen, doodongelukkig en slim genoeg om ieder dramatisch slecht besluit achteraf van een verrassend overtuigend pleidooi te voorzien. Wanneer ze in New York toevallig Josh Chan tegenkomt, een jongen op wie ze tijdens een zomerkamp ooit verliefd was, en hoort dat hij teruggaat naar West Covina in Californië, besluit Rebecca niet veel later haar carrière om te gooien en eveneens naar West Covina te verhuizen.
Niet vanwege Josh natuurlijk. Hoe kom je erbij.
Rachel Bloom en mede-bedenker Aline Brosh McKenna bouwden de serie bewust rond het cliché uit de titel. Bloom omschreef Rebecca zelfs als een soort emotionele autobiografie: niet letterlijk haar leven, maar wel opgebouwd uit herkenbare gevoelens van verliefdheid, zelfmisleiding, obsessie en de merkwaardige verhalen die je jezelf kunt vertellen wanneer je heel graag wilt dat iets liefde heet. De makers wilden juist onder dat platte crazy-oordeel kruipen en kijken wat er werkelijk gebeurt.
En dat is eigenlijk de eerste geniale grap van de serie.
Rebecca krijgt pas veel later een psychiatrische diagnose.
Maar de wereld had haar er uiteraard in de titel al eentje gegeven.
Het probleem met een vrouw die al is uitgelegd
Crazy ex-girlfriend is een buitengewoon efficiënt begrip. Het lijkt heel veel te vertellen terwijl het er vooral voor zorgt dat we weinig meer hoeven te vragen. Het is een heerlijk hokje.
Rebecca belt vaak en wil te veel. Ze is ook nog eens jaloers, obsessief, dramatisch, kan niet loslaten. We kennen haar. Typisch. Next!
Ik begin steeds meer van dat soort woorden te verzamelen. Gold digger. Hysterisch. Dramaqueen. Deeltijdprinsesje. Moeilijk. Het interessante is niet alleen dat ze onaardig zijn, maar dat ze een compleet verhaal comprimeren tot één karaktereigenschap van de vrouw. Je hoeft de verhouding niet meer te onderzoeken wanneer je degene die erin zit efficiënt genoeg hebt benoemd.
Rebecca maakt het ons ondertussen bepaald niet moeilijk om haar irritant te vinden. Ze liegt, manipuleert, stalkt, gebruikt mensen en kan haar eigen behoefte zo groot maken dat iedereen in haar omgeving tijdelijk decor wordt. Als vriendin zou ik waarschijnlijk al vroeg haar telefoon, autosleutels en minstens één wachtwoord hebben ingenomen. En tegelijkertijd herken ik ook echt wel delen van haar in mezelf. Laat ik heel eerlijk blijven.
Maar dat is nou precies waarom ze zo goed is.
Ze blijkt niet na drie afleveringen stiekem een keurige vrouw die alleen maar verkeerd begrepen werd. Ze is soms verkeerd. Ze doet mensen pijn. Ze kan ontzettend egoïstisch zijn en vervolgens met indrukwekkende creativiteit verklaren waarom iemand anders daar eigenlijk de oorzaak van is.
En toch blijft de serie nieuwsgierig naar haar.
Dat klinkt niet bijzonder, totdat je bedenkt hoeveel culturele ruimte we hebben voor mannen die tegelijkertijd fascinerend en verschrikkelijk mogen zijn. Geef een man een beroerde jeugd, een ingestorte moraal en iets bruins in een whiskyglas en hij krijgt zeven seizoenen prestige-tv.
Een vrouw hoeft soms maar één voicemail te veel achter te laten en ineens heeft de halve samenleving een diagnostische bevoegdheid. Blijkbaar wordt de DSM gratis meegeleverd bij een ex-vriendin.
Crazy Ex-Girlfriend vraagt niet om Rebecca vrij te spreken. Ze heeft zonder patriarchaat al genoeg uit te leggen. De serie weigert alleen haar slechtste gedrag tot haar complete identiteit te promoveren.
Dat is een behoorlijk feministische keuze. De lat ligt laag, maar dat is het wel.
Josh is eigenlijk veel interessanter als verhaal dan als man
Want Josh is natuurlijk een man, maar voor Rebecca is hij vooral een plot.
Als zij hem krijgt, klopt de verhuizing. Dan was haar vlucht uit New York geen paniekreactie maar intuïtie. Dan is haar ongelukkigheid geen probleem waarvoor misschien een ingewikkeld antwoord nodig is, maar gewoon het eerste bedrijf van een romantische komedie waarvan zij de afloop al kent. Zo verkoopt ze het vooral naar zichzelf.
Ze hoeft Josh daardoor niet eens werkelijk te kennen. Hij moet vooral aan het einde van het verhaal staan.
En precies hier wordt het musicalidee veel slimmer dan een gimmick.
Rebecca ervaart niets gewoon op ‘normale’ sterkte. Haar hoofd zet er meteen licht op. Een onzekerheid krijgt dansers, zelfhaat een powerballad, verliefdheid een complete productie en seksueel ongemak blijkt verrassend vaak uitstekend te rijmen. Nummers als The Sexy Getting Ready Song, You Stupid Bitch en later A Diagnosis doen iets wat gewone dialogen veel moeilijker kunnen: ze laten zien hoe snel een gevoel verandert in een verhaal over wie Rebecca denkt dat ze moet zijn.
Rachel Bloom kwam bovendien niet uit keurige televisie. Voor de serie maakte ze al vreemde, expliciete musicalcomedy en sprak ze openlijk over depressie en angst. Daardoor voelt die mix van obsceniteit, melodrama en kwetsbaarheid minder als een televisieformule dan als een brein waarvan iemand per ongeluk een writers’ room heeft gemaakt.
Bij The Sexy Getting Ready Song wordt bijvoorbeeld het hele ritueel van ‘sexy worden’ heerlijk theatraal uitgevoerd. Het laat op geheel eigen wijze zien hoeveel werk, pijn, product en zelfobservatie er onder iets zit dat vervolgens als spontane ‘vrouwelijkheid’ wordt gepresenteerd.
En jawel, daar zat ik ineens weer midden in mijn nieuwe serie SEKS. In LUST, deel één, werd precies dat verschil tussen begeren en begeerd worden al een klein konijnenhol.
Rebecca wil mannen, maar ze wil minstens zo hard door mannen gewild worden. Dat verschil is de laatste tijd een klein konijnenhol van mij geworden, omdat begeerd worden zo makkelijk voor verlangen kan doorgaan. Hoe weet je echt zeker wat jij zelf wilt wanneer je ondertussen buitengewoon goed hebt geleerd hoe een vrouw eruitziet die gewild hoort te worden? Oef. Lastig.
Crazy Ex-Girlfriend geeft geen college over de male gaze. Rebecca trekt een jurk aan en begint te zingen. Veel leuker. Ze maakt het zelf wel duidelijk.
En langzaam blijkt de romcom helemaal niet over de romance te gaan
De serie zou veel minder interessant zijn als iedereen rondom Rebecca alleen maar bestond om haar psychologie uit te leggen. Gelukkig krijgen ze daar zelf ook steeds minder zin in.
Paula (mijn fave!) begint als dealer van Rebecca’s romantische fantasie en is vaak drie complotten verder zodra Rebecca zelf twijfelt. Valencia begint als de mooie vriendin die dus het obstakel moet zijn. Heather bekijkt de collectieve hysterie alsof ze per ongeluk in de verkeerde serie is beland maar geen zin heeft haar jas aan te trekken.
En dan worden die vrouwen groter. Zij hebben immers ook hun eigen leven.
Paula krijgt ambities en problemen die niet om Rebecca draaien. Valencia houdt op de andere vrouw te zijn. Vriendschappen worden rommelig, soms egoïstisch, soms buitengewoon liefdevol, en steeds minder afhankelijk van de vraag wie uiteindelijk met welke man eindigt.
Brosh McKenna wilde bovendien iets uit de romcom slopen wat we opvallend romantisch zijn gaan vinden: obsessief gedrag zodra er maar liefde boven staat. Blijven aandringen na een nee. Opduiken. Achter iemand aan blijven gaan.
In een thriller heet het stalken. Met de juiste soundtrack heet het doorzettingsvermogen. Zij heeft nee gezegd. De romcom hoort blijkbaar “nog niet”.
Dat is misschien wel een van mijn favoriete dingen aan Crazy Ex-Girlfriend: het schreeuwt vier seizoenen lang romantiek! en schuift ondertussen stiekem de romantiek uit het midden.
Haar moeder heeft toevallig alle huisregels uit haar hoofd geleerd
En dan is er Naomi, Rebecca’s moeder.
Het is verleidelijk om daar een heel nette psychologische som van te maken. Kritische moeder + afwezige vader = beschadigde dochter. Klaar.
Alleen is dat precies het soort verklaring waar deze serie volgens mij beter van wordt wanneer je hem niet te snel gelooft.
Naomi kan hard, controlerend en kleinerend zijn. Ze bewaakt status, gewicht, prestaties, partnerkeuze en uiterlijk — eigenlijk alles waarbij de buitenwereld een wenkbrauw kan optrekken. Ze kent de regels van goed vrouw-zijn ongeveer zoals iemand anders verkeersregels kent: ze zijn er gewoon. Dus ‘doe gewoon normaal’.
Dat maakt haar voor mij veel interessanter als gatekeeper dan als oorzaak.
Naomi heeft die regels niet uitgevonden. Ze geeft ze door.
En dat is hoe macht meestal veel saaier werkt dan in films. Niet door één slechterik die op maandagochtend het patriarchaat activeert, maar via advies, bezorgdheid, complimenten, afkeuring en dat eeuwige ik zeg dit alleen omdat ik het beste met je voorheb.
Ondertussen is Rebecca’s vader vooral afwezig, wat narratief gezien een buitengewoon comfortabele positie is. Wie blijft, is beschikbaar om eindeloos te analyseren. Wie vertrekt kan bijna letterlijk uit beeld verdwijnen. Wie vertrekt, wordt een afwezigheid. Wie blijft, wordt een oorzaak.
Dit kennen we immers maar al te goed. Het is een terugkerend vrouwenkunstje van onze cultuur. Moeders krijgen gigantische verantwoordelijkheid voor wat er met kinderen gebeurt, inclusief vaak de verantwoordelijkheid voor alles wat niet goed is gegaan.
Maar Rebecca is gelukkig niet op te lossen met haar moeder. Of met haar vader. Of Josh. Of haar carrière. Of één jeugdherinnering.
Ze is een mens. Gelukkig wordt ze hier ook zo behandeld.

En dan komt er eindelijk een woord dat wél lijkt te helpen
In seizoen drie krijgt Rebecca uiteindelijk de diagnose borderlinepersoonlijkheidsstoornis.
De makers hadden dat antwoord niet vanaf de pilot klaarliggen. Ze schreven Rebecca eerst als Rebecca. Pas na een paar seizoenen stuurden Bloom en Brosh McKenna afleveringen naar een therapeut zonder hun eigen vermoeden te noemen, deden verder onderzoek en spraken specialisten. De richting die terugkwam: BPD.
Dat vind ik belangrijk, omdat de serie daarmee iets doet wat de titel juist níét doet.
Ze kijkt eerst naar Rebecca. En benoemt haar daarna. Niet andersom.
En Rebecca is opgelucht wanneer dat woord uiteindelijk komt. Eindelijk is ze niet gewoon onmogelijk. Er blijken patronen te zijn. Andere mensen herkennen die. Er bestaat behandeling. Een diagnose kan taal geven aan iets wat daarvoor alleen maar chaos leek.
Voor netwerk- tv van meer dan 10 jaar geleden was dat behoorlijk vooruitstrevend. En daar had ik heel tevreden een keurige vooruitgangsconclusie van kunnen maken.
Vroeger: gek.
Nu: diagnose, taal, behandeling.
Vooruitgang. Mooi.
Ware het niet dat andere woorden niet automatisch andere shit betekenen.
Tijdens het uitzoeken stuitte ik namelijk op een academisch artikel uit 2023 met de uitzonderlijk weinig subtiele titel The New Hysteria: Borderline Personality Disorder and Epistemic Injustice. Heel interessant en daar vond ik ineens duidelijke woorden voor iets waar ik zelf al langer jeuk van kreeg. Daar gaat ons keurige vooruitgangsverhaal.
Nieuwe woorden. Oude reflex.
De geschiedenis loopt best netjes van wandelende baarmoeder naar hysterie naar borderline.
Precies daarom is die geschiedenis interessant.
De woorden veranderden namelijk voortdurend. Oorzaken gingen van baarmoeder (hallo Plato!) naar zenuwstelsel, brein en psyche; hysterie veranderde mee en verdween uiteindelijk als moderne diagnose.
Vroeger hadden we hysterie. Nu hebben we gelukkig veel nauwkeuriger woorden.
De vooroordelen hadden kennelijk geen update nodig.
Alleen blijft één vraag vervelend hardnekkig:
geloven we de vrouw die vertelt wat haar overkomt? Wat ze voelt?
Dorfman en Reynolds kijken precies daarnaar. Hun punt is niet simpelweg dat BPD ‘hysterie met een nieuw stickertje’ is. Hun punt is venijniger: een diagnose kan testimonial injustice veroorzaken. Iemand krijgt minder geloofwaardigheid omdat er al aannames klaarstaan over wat voor persoon zij is. Manipulatief. Instabiel. Overdreven. Moeilijk. Niet betrouwbaar als verteller van haar eigen ervaring.
Dat klinkt academisch totdat je bedenkt hoe absurd de paradox is.
Psychiatrie is voor een belangrijk deel afhankelijk van wat mensen over hun eigen binnenwereld vertellen.
Je kunt geen bloedbuisje opsturen en terugkrijgen:
Rebecca Bunch: 8,7 borderline per liter.
Je moet luisteren. Dus wat gebeurt er wanneer een diagnose die mede tot stand komt door naar iemand te luisteren vervolgens een reden wordt om minder gewicht te geven aan wat diegene zegt?
Dat is een nogal spectaculaire systeemfout.
Een diagnose hoort een reden te zijn om beter te kijken. Niet om minder te luisteren.
Het meest nare is: dit is niet alleen een filosofisch gedachtenexperiment uit een feministisch tijdschrift.
Een umbrella review uit juni 2026 bracht veertien bestaande reviews over stigma rond BPD samen. De onderzoekers vonden opnieuw negatieve attitudes van zorgprofessionals, problemen rond diagnostische labeling, geïnternaliseerd stigma en ontoereikende institutionele structuren. Mensen met BPD ondervinden nog altijd discriminatie en beperktere toegang tot zorg; het label zelf kan onderdeel worden van die structurele barrière.
Dus nee. Dit is niet alleen oude psychiatrische geschiedenis. Dit is nu.
En dan is er nog iets moeilijk te negeren.
In klinische settings is ongeveer driekwart van de mensen die een BPD-diagnose krijgen vrouw.
Dat zou één ding zijn als BPD in de bevolking ook simpelweg drie keer zo vaak bij vrouwen voorkwam. Alleen vinden grote bevolkingsstudies helemaal niet zo’n verschil. In een Amerikaanse studie onder ruim 34.000 volwassenen lag de geschatte prevalentie op 5,6 procent bij mannen en 6,2 procent bij vrouwen: statistisch geen betekenisvol verschil.
Dus ergens tussen wie deze patronen heeft en wie uiteindelijk dit label krijgt, gebeurt iets.
Daar worden verschillende verklaringen voor onderzocht: wie hulp zoekt, wie wáár in de zorg belandt, hoe symptomen zich uiten, welke meetinstrumenten we gebruiken. Maar óók diagnostische drempels en genderbias.
En die laatste is niet alleen een feministisch vermoeden dat wat lekker bij mijn stuk uitkwam.
In een experimenteel onderzoek uit 2025 kregen 250 psychiaters identieke casussen met alleen het gender van de patiënt gevarieerd. Een vrouwelijke casus met symptomen van een antisociale persoonlijkheidsstoornis had 5,1 keer zoveel kans verkeerd gediagnosticeerd te worden als de mannelijke versie; waarbij vrouwen juist richting borderline werden geschoven.
Blijkbaar kan zelfs hetzelfde gedrag een andere psychiatrische bestemming krijgen zodra er een vrouw aan vastzit. Helder. News at 11.
En trauma maakt het verhaal nog ongemakkelijker. Een systematische review vond een duidelijke associatie tussen jeugdtrauma en BPD, terwijl BPD, PTSD en complex PTSD op belangrijke punten kunnen overlappen zonder simpelweg dezelfde diagnose te zijn.
En diagnostische verwarring is bepaald geen theoretisch randverschijnsel. In een studie onder 610 psychiatrische patiënten bleek bijna 40 procent van de mensen die aan de criteria voor BPD voldeden eerder ten onrechte als bipolair te zijn gediagnosticeerd. Bij mensen zonder BPD was dat iets meer dan 10 procent.
Dat betekent niet dat “40 procent van alle borderlinediagnoses fout is”. Het betekent iets veel interessanters: dezelfde emotionele intensiteit, impulsiviteit en instabiliteit kunnen blijkbaar onder heel verschillende psychiatrische verhalen terechtkomen.
En verhalen hebben gevolgen.
Een tweede onderzoek uit 2025 komt bijna irritant goed uit voor dit stuk. 267 psychologen kregen casussen met dezelfde symptomen, relationele problemen en traumageschiedenis; alleen het BPD/PTSD-label en gender varieerden. Zelfs dan bleven subtiele label- en genderbiases zichtbaar.
En dát is voor mij de interessante vraag: Hoeveel van onze vermeende ‘vooruitgang’ zit in andere woorden en hoeveel in een werkelijk andere blik?
Een moderner medisch woord betekent absoluut niet een neutralere blik. We kunnen hysterie uit het handboek halen en oude ideeën over emotionele, moeilijke, manipulatieve of onbetrouwbare vrouwen gewoon meenemen naar het volgende. Easy. Rebecca krijgt pas in seizoen drie borderline. Wij kregen in aflevering één al: Crazy…
En Rebecca zoekt trouwens zelf ook steeds één antwoord: Josh, haar moeder, haar vader, een diagnose. Geen ervan is groot genoeg voor een heel mens.
Geen enkel mens is een experiment met één variabele.
En toch hebben al die woorden dezelfde verleiding: Ah. Nu weten we wie ze is. Punt. Full stop.
Rebecca begint als label. Ze eindigt als auteur.
Tegen het einde heeft Crazy Ex-Girlfriend ons jarenlang getraind om te rekenen.
We hebben al die mannen niet voor niets leren kennen. Iemand moet toch winnen.
En vervolgens blijkt, gelukkig, dat we naar de verkeerde wedstrijd hebben zitten kijken.
De musicalnummers die Rebecca vier seizoenen lang in haar hoofd beleeft zijn namelijk niet alleen het apparaat waarmee de serie haar emoties voor óns zichtbaar maakt.
Ze zijn van haar. Zij maakt ze.
Alleen heeft Rebecca zichzelf nooit werkelijk gezien als iemand die iets maakt.
Brosh McKenna vertelde later dat Rebecca kiest zichzelf voor de finale juist te vaag voelde. Het diepere probleem was identiteit. Wanneer Rebecca uiteindelijk zelf haar muziek gaat schrijven, begint volgens McKenna eigenlijk pas de volwassen Rebecca.
Heel fijn, want bij ‘ze kiest zichzelf’ krijg ik onmiddellijk zin om een geurkaars door een gesloten raam te gooien.
Rebecca doet iets veel leukers. Ze wordt auteur.
Niet genezen. Niet ineens wijs. Niet verlost van haar diagnose, haar familie, haar geschiedenis of haar indrukwekkende talent om af en toe een rampzalig besluit te nemen.
Ze blijft Rebecca. Ze kan fout zitten zonder fout te zíjn.
Ze kan anderen pijn doen én zelf pijn hebben. Haar moeder kan schadelijk zijn zonder de oorsprong van alles te worden. Zij is immers ook maar een mens. Een diagnose kan haar taal en behandeling geven terwijl het systeem waarin die diagnose bestaat nog altijd oude vooroordelen meesleept.
Een diagnose kan helpen en ook weer veranderen. Geen diagnose is de hele mens.
En hier moest ik ineens weer aan Frida Kahlo denken, zij spookt wel vaker door mijn hoofd de laatste tijd.
Bij Frida kwam ik uiteindelijk op hetzelfde woord uit: auteurschap. Zichtbaar zijn is niet hetzelfde als gezien worden; zelf in beeld staan is nog iets anders dan zelf het frame bepalen. Frida schilderde terug. Rebecca schrijft terug. Dat is geen oppervlakkige overeenkomst. In beide gevallen verschuift een vrouw van onderwerp naar degene die betekenis organiseert.
We hebben altijd woorden gehad voor vrouwen.
Crazy. Hysterisch. Moeilijk. Gold digger. Dramaqueen.
En we hebben medische woorden, die iets wezenlijk anders kunnen doen en echte hulp kunnen openen.
Maar geen van die woorden is de mens. Dat klinkt bijna belachelijk vanzelfsprekend. Totdat, steeds maar weer, een woord genoeg wordt om niet meer verder te hoeven kijken.
Crazy Ex-Girlfriend begint met een vrouw die al is uitgelegd voordat we haar kennen.
Vier seizoenen later is ze nog steeds rommelig, grappig, verantwoordelijk voor wat ze doet, soms verkeerd, soms briljant, in behandeling en absoluut niet af. Een heerlijke vrouw. Maar ze is niet langer alleen degene over wie het verhaal wordt verteld.
Ze schrijft.
Rebecca begint als een label. Ze eindigt als auteur.
Ik kan me voor deze volkomen krankzinnige musical eigenlijk geen mooier einde voorstellen.
Nog even verder verdwalen?
Nieuw hier? Raquel’s Edit is een kleine, niet-keurige routekaart door PARELS.
Liever meteen een heel spoor induiken? Bekijk alle Series.
Bronnen & verder graven:
Natalie Dorfman & Joel Michael Reynolds (2023) — The New Hysteria: Borderline Personality Disorder and Epistemic Injustice. Over testimonial injustice, seksisme en de vraag wat een BPD-label kan doen met de geloofwaardigheid van een patiënt.
Rachel Galea e.a. (2026) — Stigma and Borderline Personality Disorder: An Umbrella Scoping Review of Existing Reviews. Umbrella review van veertien reviews over onder meer negatieve attitudes van zorgprofessionals, diagnostische labeling en institutionele barrières.
Paola Bozzatello e.a. (2024) — Gender differences in borderline personality disorder: a narrative review. Over de sterke vrouwelijke vertegenwoordiging in klinische samples en mogelijke verklaringen voor verschillen tussen klinische en populatiestudies.
Bridget Grant e.a. — Prevalence, correlates, disability, and comorbidity of DSM-IV borderline personality disorder. Nationale Amerikaanse steekproef van 34.653 volwassenen: 5,6% bij mannen en 6,2% bij vrouwen, zonder significant sekseverschil.
Beren Özel e.a. (2025) — Gender bias of antisocial and borderline personality disorders among psychiatrists. Experimenteel onderzoek naar genderbias in diagnostiek; de vrouwelijke ASPD-casus werd aanzienlijk vaker verkeerd gediagnosticeerd.
Yan Yuan e.a. (2023) — A Systematic Review of the Association Between Early Childhood Trauma and Borderline Personality Disorder. Over de relatie tussen jeugdtrauma en BPD.
Interpersonal Outcomes of Complex PTSD and Borderline Personality Disorder: A Systematic Review and Meta-Analysis (2026). Over klinische overlap én verschillen tussen CPTSD en BPD.
Camilo Ruggero e.a. — Borderline Personality Disorder and the Misdiagnosis of Bipolar Disorder. In deze klinische steekproef rapporteerde bijna 40% van de patiënten met BPD een eerdere verkeerde bipolaire diagnose.
Susan Hannan (2025) — Borderline Personality Disorder vs. PTSD: Exploring the Influence of Labels and Gender on Psychologists’ Attitudes. Experiment met 267 psychologen waarin symptomen, relationele problemen en traumageschiedenis gelijk bleven, maar label en gender varieerden.
Michael Trimble & Edward Reynolds — A brief history of hysteria: From the ancient to the modern. Over de historische verschuiving van uterustheorieën naar neurologische en psychologische verklaringen.
Yvonne Villarreal / Los Angeles Times — Rachel Bloom en Aline Brosh McKenna over Rebecca’s diagnose. Over de keuze voor BPD, hun researchproces en hun kritiek op romantische scripts.
Los Angeles Times — Bloom en Brosh McKenna over de finale. Over identiteit, songwriting en waarom “Rebecca kiest zichzelf” voor hen niet genoeg was.







Ik denk dat het perspectief vanuit de belevingswereld van Rebecca de serie zo leuk maakt. Haar manieren om te dealen met haar ongemak heeft een musicalsausje gekregen. Daardoor word je als kijker telkens weer verrast door dingen die niet oké zijn, maar bijna legitiem worden gemaakt door enthousiasme en show.
En wat ik ook leuk vind aan de serie is dat de liedjes bijna op zichzelfstaand kunnen zijn. Het doet me denken aan Klokhuis, maar dan voor volwassenen 😅 Vet leerzaam, dat nummer over een bevalling!
Ik ken de serie nog niet, maar ben nu wel geïntrigeerd denk ik… Maar breek mij de bek niet open over de stigmatisering op borderline persoonlijkheidsstoornis, ik wordt daar altijd zo naar van. Ook woorden als ‘die borderliner’. En idd een vrouw krijgt vrijwel altijd deze diagnose, de moderne versie van de vroegere diagnose hysteria. Ik heb overigens in het echie gezien hoe mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis en mensen met (c)PTSS zooooo anders worden behandeld. Bij de een ‘doe je het expres’ is het ‘gedrag’, bij de ander is iets jou aangedaan en wordt je letterlijk anders behandeld. Terwijl beide diagnoses vrijwel identiek zijn in hun oorsprong (trauma).