Abortus en autonomie (3): de keuze is van haar.
Keuzefeminisme, controle en waarom vrouwen vóór, tijdens en na een zwangerschap de verantwoordelijkheid dragen; terwijl iedereen zich met het beslissingsrecht bemoeit.

Als jij geen abortus wilt, kies er dan niet voor.
Echt. Dat is ongeveer de grens van jouw beslissingsrecht.
Jouw geloof mag jouw leven sturen, je geweten jouw keuzes bepalen. Je mag een zwangerschap zelfs heilig vinden, abortus verdrietig, ingewikkeld of moreel onaanvaardbaar. Je mag zelfs zeker weten dat jij het nooit zou doen. Het mag allemaal en het wordt ook aan de lopende band verkondigd.
Maar jouw overtuiging is geen gebruiksaanwijzing voor het lichaam van een ander.
Toch is dat precies waar het debat over abortus steeds weer naartoe schuift. Niet: wat zou ík doen? Maar: wat mag zij doen? Niet: wat geloof ik? Maar: hoeveel gevolgen mag zij vanwege mijn geloof dragen? En zo vaak wordt de vrouw die zwanger is in dat gesprek níet gewoon behandeld als wat zij is: een mens met een lichaam, een leven, relaties, werk, geld, gezondheid, verlangens en grenzen.
In deel 1 van dit drieluik (Abortus en autonomie (1): wat je voelt, en wat je denkt dat je hoort te voelen) schreef ik over wat je voelt na een abortus; en wat je denkt dat je hoort te voelen. Over opluchting, verdriet, twijfel, rust, blijdschap en het maatschappelijke script waarin lijden betrouwbaarder lijkt dan helderheid. In deel 2 (Abortus en autonomie: waarom het nooit alleen jouw keuze lijkt te zijn) ging het over de buitenwereld: de ruis van wetten, demonstranten, partners, artsen, religie, stigma en al die stemmen die zich rond een zwangere vrouw verzamelen alsof haar lichaam ineens een beetje publiek bezit is.
Dit derde deel gaat over terughalen. Niet terug naar een fantasie waarin keuzes volledig vrij, puur en onaangeraakt door de wereld ontstaan; zo kiest niemand. Het gaat om iets veel simpelers:
De omstandigheden zijn van de wereld. De keuze is van haar.
De rode draad van dit hele drieluik is uiteindelijk controle.
Wie krijgt macht over de beslissing zodra het lichaam van een vrouw zwanger is?
Ik schrijf hier vooral over vrouwen, omdat zwangerschap, moederschap en de politieke controle daaromheen historisch en maatschappelijk sterk gegenderd zijn. Dat betekent niet dat alleen vrouwen zwanger kunnen worden. Ook sommige trans mannen en non-binaire mensen kunnen zwanger worden en abortuszorg nodig hebben; hun recht op veilige zorg en lichamelijke autonomie is uiteraard niet kleiner. Fiom heeft daar inmiddels ook specifieke informatie en zorgondersteuning voor. De grens waar dit stuk over gaat geldt voor iedereen die zwanger kan worden: wie de zwangerschap draagt, heeft het laatste woord over het voortzetten ervan.
Geen enkele keuze ontstaat in een vacuüm
We kiezen nooit buiten de wereld.
Een baan kies je binnen wat beschikbaar is, wat betaalt, wat te combineren valt met zorg en hoe gezond je bent. Een relatie ontstaat niet los van wat je over liefde, veiligheid, seks en jezelf hebt geleerd. Een kinderwens leeft niet buiten woningprijzen, werk, gezondheid, een partner, familie, kinderopvang en de vraag wie er straks om drie uur ’s nachts opstaat. Waarom zouden we bij abortus ineens eisen dat een keuze pas werkelijk autonoom is wanneer al die omstandigheden verdwijnen?
Soms wil iemand geen kind. Soms wel, maar niet nu. Misschien is de relatie onveilig, het geld op, het huis te klein of het lichaam ziek. Vaak zijn er al kinderen die alle beschikbare zorg vragen. En vaak genoeg zou een zwangerschap een opleiding, bedrijf of loopbaan ontwrichten.
En soms is er geen dramatisch verhaal.
Soms is het antwoord gewoon: ik wil dit niet.
Dat zou genoeg moeten zijn. Dat ís genoeg.
Maar juist daar wordt vaak een merkwaardig kunstje uitgehaald. We erkennen dat omstandigheden ertoe doen en gebruiken dat vervolgens om de keuze van de vrouw minder van haar te maken. Was het wel echt haar keuze als ze geen geld had? Als haar partner druk uitoefende? Als ze bang was voor de gevolgen op haar werk? Misschien wel als ze helemaal geen woning had.
Maar een moeilijke keuze binnen slechte omstandigheden is nog steeds een keuze. Als die omstandigheden onrechtvaardig zijn, moet je die omstandigheden aanpakken. Je moet niet de beslissingsmacht afpakken van degene die erin leeft. En dit is wel exact wat er steeds maar weer gebeurt. Dit zie je niet alleen bij abortus helaas, maar op veel gebieden is dit een soort snelle reflex die zich gauw aandient.
Niet iedereen beschikt bovendien over dezelfde ruimte om te kiezen. Geld, migratiestatus, gezondheid, beperking, veiligheid, een netwerk en simpelweg de afstand tot goede zorg bepalen mede welke opties werkelijk bereikbaar zijn. Dat maakt abortus niet minder persoonlijk; het maakt de voorwaarden waaronder mensen kiezen politieker.
Autonomie is niet kiezen zonder invloed. Autonomie is beslissingsmacht in het echte leven.
Keuzefeminisme is te makkelijk. Paternalisme ook.
Hier moeten we preciezer zijn dan: als een vrouw iets kiest, is die keuze feministisch.
Dat idee wordt vaak keuzefeminisme genoemd. Een vrouw kiest ervoor thuis te blijven? Feministisch, want haar keuze. Cosmetische chirurgie? Haar keuze. Financieel afhankelijk worden? Haar keuze. Fulltime werken, niet werken, een tradwifebestaan verheerlijken, vijf kinderen krijgen, geen kinderen krijgen: zodra er mijn keuze achter staat, zou de analyse klaar zijn.
Maar een individuele keuze wordt niet automatisch bevrijdend omdat een vrouw haar maakt. Een vrouw kan volledig zelf voor iets kiezen en daarmee nog steeds een norm bevestigen die voor andere vrouwen beperkend werkt. Feminisme dat alleen maar applaudisseert bij iedere individuele keuze, hoeft niet meer te vragen waarom bepaalde keuzes zo vaak door vrouwen worden gemaakt, wie ervan profiteert, welke alternatieven praktisch onbereikbaar zijn en waarom dezelfde patronen zich zo hardnekkig blijven herhalen.
Politicoloog Michaele Ferguson beschreef keuzefeminisme al in 2010 als een reactie op het verwijt dat feminisme te radicaal, uitsluitend en veroordelend zou zijn: een vorm die daardoor zo inclusief en oordeelvrij probeert te worden dat ze de status quo nauwelijks nog uitdaagt.
En dat is ook de geschiedenis die Lisa Loeb in Fopfeminisme blootlegt. Nederland vertelt zichzelf graag dat vrouwen hier gewoon vrij kiezen, terwijl achter die huidige uitkomsten een geschiedenis ligt van wetten, beleid en economische keuzes die vrouwelijke afhankelijkheid mede organiseerden. Loeb fileert juist het sprookje dat wat vrouwen nu doen vanzelf bewijst wat vrouwen blijkbaar willen. Wat wij later ‘traditioneel’ of ‘natuurlijk’ zijn gaan noemen, blijkt bijna altijd gebouwd, gestimuleerd en juridisch georganiseerd. Haar uitgever omschrijft die lijn expliciet als een geschiedenis waarin ongelijkheid niet vanzelf ontstond, maar mede door wetten, beleid en economische keuzes werd ontworpen.
Nina Pierson stelt in Ongebonden een vraag die daar prachtig naast ligt: hoe weet je eigenlijk wat je zelf wilt wanneer je je hele leven al beelden, normen en verwachtingen meekrijgt over vrouwelijkheid, lichaam, seks, moederschap en succes? Haar boek gebruikt onder meer haar eigen abortus en het schuldgevoel dat ze als werkende moeder ervaart om te onderzoeken hoe cultuur en diepgewortelde overtuigingen onze verlangens sturen.
Niet omdat vrouwen willoze marionetten zijn. Geen mens leert verlangen buiten een cultuur.
Dat is belangrijk, juist bij abortus. Want systeemkritiek kan heel gemakkelijk omslaan in nieuw paternalisme. Dan zegt iemand: zij koos alleen voor abortus omdat ze arm was, dus eigenlijk wilde ze het niet. Of: haar partner was onveilig, dus dit was geen vrije keuze. Of: onder het kapitalisme kan zij sowieso niet autonoom beslissen. En hoppa, daar staat opnieuw iemand naast een vrouw die beweert beter te weten wat haar keuze echt betekent.
Daarom kunnen twee dingen tegelijk en naast elkaar bestaan:
Een keuze kan beperkt zijn door ongelijkheid. En nog steeds van haar zijn.
Feminisme hoeft niet iedere keuze te vieren. Het moet de kaders zichtbaar maken, mogelijkheden vergroten en machtsverhoudingen veranderen. Maar betere voorwaarden zijn geen toelatingsexamen voor autonomie.
Keuzevrijheid is de ondergrens. Keuzegelijkheid is het politieke werk.
Waarom abortus zo politiek is
Abortus is politiek omdat voortplanting macht verdeelt.
Wie invloed heeft op wanneer vrouwen kinderen krijgen, heeft ook direct invloed op gezondheid, opleiding, inkomen, werk, relaties, tijd, afhankelijkheid, zorg en vul zelf nog maar aan. Een zwangerschap is geen abstract moreel intermezzo van negen maanden waarna iedereen weer verdergaat. Er is een lichaam dat verandert, er is geboorte of een medische ingreep, er is herstel en er kunnen sociale, mentale en economische gevolgen zijn.
Daarom gaat dit debat uiteindelijk niet alleen over wanneer leven begint of welke morele waarde iemand aan een foetus toekent. Het gaat ook over wie mag beslissen welke gevolgen een ander lichaam moet dragen.
Nederland behandelt abortus bovendien nog steeds niet volledig als gewone zorg. De vaste wettelijke bedenktijd van vijf dagen verdween pas per 1 januari 2023. Sinds 1 januari 2025 kunnen daarvoor geschoolde huisartsen de abortuspil tot negen weken voorschrijven, al doet niet iedere huisarts dat. Bizar feitje trouwens.
En artikel 296 over zwangerschapsafbreking staat nog altijd in het Wetboek van Strafrecht: de handeling is daar strafbaar gesteld, met een uitzondering wanneer zij door een bevoegde arts volgens de Wet afbreking zwangerschap wordt verricht. De vrouw die de abortus ondergaat is zelf niet strafbaar op grond van artikel 296.
Dat juridische frame vertelt iets. Je kunt goede juridische argumenten voeren over waarom een aparte strafbepaling bestaat, maar politiek en symbolisch blijft het een opmerkelijke constructie: eerst het strafbare feit, daarna de uitzondering voor legale zorg. En precies daarom maakt het uit in welk juridisch kader abortus staat. Wetgeving is politiek. Wat vandaag beschermd is, is niet vanzelf voor altijd onaantastbaar. Dat vind ik doodeng genoeg.
De Wereldgezondheidsorganisatie is ondertussen helder over het praktische effect van restrictief beleid: beperkingen reduceren het aantal abortussen niet simpelweg, maar beïnvloeden sterk of mensen tijdig, veilig en waardig toegang krijgen. De WHO noemt onder meer criminalisering, verplichte wachttijden, gekleurde counseling, toestemming door derden, kosten en stigma als belemmeringen.
Dus wanneer politieke energie vooral gaat naar het moeilijker maken, vertragen, moraliseren en uitzonderen (terwijl veel minder enthousiasme bestaat voor anticonceptie, seksuele voorlichting, betaalbare woningen, kinderopvang, partnergeweld en bestaanszekerheid) mogen we best vragen waar het werkelijk om draait.
Wie minder abortussen wil, kan investeren in omstandigheden. Wie vooral de keuze wil beperken, investeert in controle.
Voor de zwangerschap: haar verantwoordelijkheid
Zwangerschap ontstaat nog steeds niet door een vrouw alleen.
News at 11.
Toch wordt het voorkomen ervan bijna uitsluitend als vrouwenwerk georganiseerd. De pil slikken, een spiraal laten plaatsen, bijwerkingen verdragen, recepten regelen, cycli volgen, noodanticonceptie halen en eraan denken wanneer iets moet worden vervangen: het lichamelijke én mentale werk landt bij haar.
Rutgers laat die kloof mooi zien. 81 procent van de jonge vrouwen en 68 procent van de jonge mannen zegt dat vrouwen en mannen even verantwoordelijk zouden moeten zijn voor anticonceptie. Terwijl die verantwoordelijkheid in de praktijk in slechts 45 procent van de gevallen gelijk wordt verdeeld.
We vinden gelijkheid dus uitstekend zolang zij geen herinnering in onze agenda nodig heeft.
En ook hier is taal interessant. Als een zwangerschap ontstaat, horen vrouwen nog altijd snel dat ze beter hadden moeten opletten, de consequenties moeten dragen of dan maar anticonceptie hadden moeten gebruiken. Of zelfs geen seks hadden moeten hebben. De man die exact even noodzakelijk was voor de conceptie verandert ondertussen verbazingwekkend makkelijk in achtergronddecor. Blijft heerlijk buiten schot.
We behandelen sperma als natuurverschijnsel en zwangerschap als karaktertest.
Draai de logica voor één seconde om.
Stel dat we onbedoelde zwangerschappen zo’n zwaar maatschappelijk en moreel probleem vinden dat we besluiten de vruchtbaarheid van jongens en jonge mannen preventief medisch te reguleren. Een verplichte snip vanaf 16 jaar oud, bijvoorbeeld, totdat iemand kan aantonen dat hij klaar is voor vaderschap. Hoeveel problemen lossen we daar direct mee op en verschuiven we gelijk ook de mentaliteit een stuk de andere kant op?
Maar nee, dit zou absurd zijn of onethisch. Een grove schending van zijn lichamelijke autonomie.
Precies.
Ik houd hier even een spiegel mee voor, want ook ik weet dat dit nooit aan de orde zal komen. Want zodra het over een mannenlichaam gaat, begrijpen we onmiddellijk dat de samenleving niet zomaar een medische ingreep mag afdwingen omdat zijn vruchtbaarheid consequenties voor een ander kan hebben. Dan wel.
Waarom wordt lichamelijke autonomie dan ineens een ingewikkeld filosofisch vraagstuk zodra de consequentie van géén ingreep is dat een vrouw maandenlang tegen haar wil zwanger moet blijven?
En als abortus werkelijk zo’n zwaar moreel onderwerp is, mag de moraal ook wel iets eerder beginnen. Bij verantwoordelijkheid voor anticonceptie. Bij condooms en seksuele verantwoordelijkheid. Bij mannen die niet verdwijnen zodra een zwangerschap ontstaat. Niet pas op het moment dat er iets aan de keuze van een vrouw te beoordelen valt.
Conceptie maken we samen. De consequenties hebben we vrouwelijk gemaakt.
Dat is ook de plek waar schaamte en moraliteit scheef verdeeld raken. Zíj had beter moeten opletten. Zíj had andere anticonceptie moeten gebruiken. Zíj had een andere man moeten kiezen. Zíj moet nu de consequenties dragen. Eigen schuld. En wanneer zij besluit dat ze die zwangerschap niet wil dragen, moet zij uitleggen waarom.
De man kan in exact hetzelfde verhaal voorkomen als oorzaak, partner, geliefde, toevallige sekspartner of toekomstige vader, maar het morele examen wordt altijd bij haar afgenomen. En wie is hier de arbiter van?
Als verantwoordelijkheid ons werkelijk zo dierbaar is, als iedereen zogenaamd toekomt wat die verdient en alles eigen schuld of eigen verdienste is, leg die verantwoordelijkheid dan eindelijk ook eens aan de andere kant neer. Is gewoon fair.
Tijdens de zwangerschap: ineens wil iedereen inspraak
Zodra de zwangerschap er is, draait de verdeling bijna om.
Vóór de conceptie lag de verantwoordelijkheid vooral bij haar. Tijdens de zwangerschap verschijnen de belanghebbenden. De partner heeft gevoelens, familie verwachtingen, een arts protocollen, politici principes. Etcetera. Dan nog demonstranten met borden en theologen met zogenaamde nuance.
En ineens wordt de vrouw zelf behandeld als één partij tussen velen.
Dat is een opmerkelijke politieke beweging:
De verantwoordelijkheid wordt geprivatiseerd. Het beslissingsrecht wordt gesocialiseerd.
Mannen mogen natuurlijk iets voelen. Hij kan best verdriet hebben over een zwangerschap die hij graag had willen zien doorgaan. Rouwen om mogelijk vaderschap. Daar hoeft niemand lacherig over te doen. In een goede relatie zal zijn gevoel waarschijnlijk ook onderdeel zijn van het gesprek.
Maar luisteren naar iemand is niet hetzelfde als diegene mede-eigenaar maken van de beslissing. Verdriet is geen stemrecht in het lichaam van een ander.
Dat is ook waar het ‘mannen mogen er blijkbaar niets meer van vinden’-argument stukloopt. Natuurlijk mag je iets vinden. Je mag praten, twijfelen, verdriet hebben, geloven, schrijven en filosoferen. Dan gebeurt ook echt meer dan genoeg. Alleen jouw mening krijgt niet automatisch hetzelfde gewicht in de beslissing als het lichaam dat de zwangerschap daadwerkelijk moet dragen.
Dat is geen discriminatie van mannen.
Dat is het verschil tussen een mening en een consequentie.
De macht kan worden gedeeld. De zwangerschap niet.
En zolang de zwangerschap niet eerlijk verdeeld kan worden, kan het laatste woord dat evenmin.
Stefan Paas en de comfortabele middenpositie
Theoloog Stefan Paas is daarom een veel interessanter voorbeeld dan de schreeuwende demonstrant voor een kliniek.
Hij klinkt op het eerste gezicht voor veel mensen misschien redelijk. Hij erkent complexiteit, vraagt om mededogen en presenteert zichzelf nadrukkelijk als iemand die tussen twee uitersten probeert te staan.
Precies daarom is zijn redenering zo leerzaam.
In zijn abortusessay (ja, echt!) zet Paas aan de ene kant de positie abortus is moord. Aan de andere kant construeert hij een pro-choicepositie waarin abortus wordt voorgesteld als een niet al te ingewikkelde medische ingreep. De foetus als een stukje weefsel en buitenstaanders die zich er sowieso niet mee zouden mogen bemoeien. Vervolgens kan hij zichzelf keurig in het midden plaatsen. Heerlijk.
Alleen: dat is niet het sterkste argument voor lichamelijke autonomie.
Het is een karikatuur.
Je hoeft een foetus helemaal niet betekenisloos te vinden om te zeggen dat de zwangere uiteindelijk beslist. Je kunt morele waarde zien in beginnend leven en tegelijk erkennen dat beschermwaardigheid niet automatisch een recht op het lichaam van een ander creëert.
Dat is precies de stap die telkens wordt overgeslagen. Van ik vind dit leven moreel belangrijk naar dus mag ik bepalen wat een ander lichaam ermee moet doen.
Paas schrijft ook dat een vrouw die een zwangerschap afbreekt een man mogelijk vaderschap ontneemt en dat buitenstaanders moreel over haar keuze mogen oordelen. Hij gebruikt voor dat laatste zelfs de vergelijking met een rechter die iemand met een heel andere sociale achtergrond beoordeelt.
Dat laatste mag natuurlijk. Stefan Paas mág iets vinden. Iedere man mag iets vinden. Iedere vrouw mag iets vinden. En ieder gelovig mens ook.
Maar dat is niet de politieke vraag.
De politieke vraag is niet wat Stefan Paas over haar keuze mag denken. De vraag is wat zijn oordeel met háár lichaam mag doen.
Dat onderscheid verdwijnt steeds wanneer beide kanten worden behandeld alsof ze spiegelbeelden zijn. Aan de ene kant zegt iemand: ik wil beslissen wat er in mijn lichaam gebeurt. Aan de andere kant zegt iemand: mijn overtuiging over wat er in jouw lichaam gebeurt moet jouw mogelijkheden beperken.
Dat zijn geen gelijksoortige claims.
De eerste vraagt macht over zichzelf.
De tweede vraagt macht over een ander.
Paas schrijft bovendien over verhalen van ‘pret-abortussen’, over kwetsbare en beschadigde vrouwen en legt veel nadruk op mededogen met vrouwen die zo’n keuze maken. Ik snap waar die taal vandaan komt. Maar ze onthult ook welk type vrouw het makkelijkst in zo’n gematigd abortusframe past: de vrouw die zichtbaar lijdt, zorgvuldig twijfelt en begrijpt dat haar keuze eigenlijk iets tragisch is.
De vrouw die zegt: ik was zwanger, ik wilde dat niet meer zijn, bedankt en door…. Die vrouw is veel lastiger.
Zij vraagt namelijk geen mededogen. Hoeft ze ook niet.
Zij vraagt zeggenschap.
En daar redt ‘nuance’ Paas niet.
Redelijkheid zegt namelijk nog niets over waar je de macht neerlegt. Een middenpositie is ook een positie, en een positie wordt niet neutraal doordat zij vriendelijker klinkt dan de uitersten die je eerst zelf hebt geconstrueerd.
Dat wordt nog duidelijker in een latere LinkedIn-bijdrage, waarin Paas waarschuwingen voor groeiende anti-abortusbewegingen alarmistisch noemt. Het pleidooi om abortus uit het strafrecht te halen neerzet als verdere verruiming en progressieven vraagt de gevoelens en argumenten van de anti-abortusminderheid serieuzer te nemen. Opvallend, omdat hij in zijn eerdere essay juist het risico om kwetsbare vrouwen verder te beschadigen als reden noemt om abortus buiten het strafrecht te houden.
Mensen mogen van inzicht veranderen. Maar precies daarom moeten we stoppen met doen alsof het midden ergens objectief tussen twee kampen op ons ligt te wachten.
Ook het midden kiest welke belangen gewicht krijgen.
En dan zijn we terug bij de kern. Natuurlijk mogen tegenstanders pijn, boosheid of morele afkeer voelen. Alleen is hun emotie niet lichamelijk equivalent aan de zwangerschap van degene over wie ze oordelen. En dus uiteindelijk niet beslissend.
Het probleem is dus, nogmaals, niet dat mensen als Stefan Paas een mening hebben. Het probleem begint wanneer de mening van iemand die de zwangerschap niet draagt wordt opgewaardeerd tot gewicht in de beslissing over het lichaam van degene die dat wel doet.
Controle met een rustige stem blijft controle.
En nu moeten vrouwen ineens méér kinderen krijgen
Dat maakt de huidige discussie over dalende geboortecijfers extra interessant.
Het gemiddeld kindertal per vrouw in Nederland lag in 2025 op 1,42. CBS constateert dat de dalende geboortetrend de laatste jaren nadrukkelijker aandacht krijgt in media, politiek en wetenschap.
Begin juni sprak Jet Bussemaker van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving over de demografische noodzaak van ‘vervanging’. Ze legde daarbij overigens óók nadruk op omstandigheden: wonen, zorg, onderwijs en andere voorwaarden moeten beter op orde zijn als mensen kinderen willen krijgen.
En dat laatste is belangrijk: de omstandigheden dóén ertoe. Wonen, zorg, werk en bestaanszekerheid bepalen mede hoeveel ruimte mensen ervaren voor kinderen.
Maar let even op hoe snel de formulering weer bij vrouwen landt.
Vrouwen krijgen te weinig kinderen. Vrouwen willen geen kinderen. Vrouwen stellen moederschap uit.
Alsof de nationale demografie een prestatie-indicator van vrouwelijke lichamen is.
Vergrijzing, personeelstekorten, pensioenen, woningcrises, de loonkloof en de toekomstige verzorgingsstaat zijn collectieve en maatschappelijke problemen. Maar zodra het over de oplossing gaat, verschijnt er wel weer heul snel een baarmoeder.
Vrouwen zijn mensen. Geen infrastructuur voor de verzorgingsstaat.
Wie graag wil dat mensen die kinderen wensen die kinderen ook daadwerkelijk kunnen krijgen, heeft volgens mij een prachtig politiek programma voor zich liggen: betaalbare woningen, kinderopvang die werkt, goede geboortezorg, zekerheid, bescherming tegen zwangerschapsdiscriminatie en vaderschap dat niet de lichtere versie van moederschap blijft. Misschien zelfs 5 uur per dag werken voor iedereen? Dan past het binnen onze ouderwetse schooltijden (altijd die woensdagmiddag bijvoorbeeld vrij) en heeft iedereen evenveel te doen. Zowel betaald als onbetaald. Ik noem hier maar even iets he, maar buiten de kaders denken blijkt vaak toch heel lastig. Jammer.
Maar dat is wel faciliteren.
Iets heel anders is doen alsof een samenleving aanspraak heeft op méér zwangerschappen omdat de bevolkingspiramide anders onhandig wordt.
Een kinderwens kun je maatschappelijk mogelijk maken.
Een zwangerschap kun je niet maatschappelijk opeisen.
En mannen?
Die blijven in de taal rond geboortecijfers wederom lekker vaak buiten beeld, terwijl voortplanting toch nog steeds een teamsport is.
Ook hier zie je dezelfde beweging: wanneer kinderen maatschappelijk gewenst zijn, krijgt het vrouwenlichaam een publieke functie. Wanneer de gevolgen van het krijgen van die kinderen moeten worden gedragen, wordt het weer een individuele keuze. Same shit, different day.
Na de geboorte: de verantwoordelijkheid is weer van haar
Dit is misschien wel de meest cynische draai.
Voor de zwangerschap is preventie vooral haar taak. Tijdens de zwangerschap krijgt iedereen een mening. Maar zodra er een kind is, trekt het morele comité zich opvallend snel terug.
Dan gaat het ineens over haar deeltijdbaan. Haar energie, carrière. Haar mentale belasting.
Haar keuze om moeder te worden.
De cijfers uit de Emancipatiemonitor zijn bijna een samenvatting van dit hele systeem. 50 procent van ouders in een man-vrouwkoppel zegt betaald werk en zorg voor kinderen gelijk te willen verdelen; slechts 9 procent zegt dat feitelijk te doen. Bij 48 procent werkt de man meer betaald en zorgt de vrouw meer, terwijl maar 13 procent die verdeling zegt te wensen.
Dat is belangrijk voor dit verhaal over keuze. Want als de uitkomst zo sterk afwijkt van wat mensen zeggen te willen, kun je niet eindeloos blijven doen alsof die uitkomst simpelweg voorkeur is.
Daar schreef ik al over in ‘Deeltijdprinsesjes bestaan niet’ en ‘Gold diggers bestaan wel. Alleen zijn het niet de vrouwen’. Een systeem organiseert zorg, werk en afhankelijkheid op een bepaalde manier en noemt het resultaat daarna een optelsom van individuele keuzes.
Abortus hoort bij exact dezelfde politieke vraag.
Wie draagt het leven dat volgt als er géén abortus komt?
Niet abstract. Echt.
Wie herstelt van de bevalling? Wie mist werk? Wie gaat minder uren maken? Wie regelt opvang? Wie wordt financieel kwetsbaarder wanneer een relatie stukloopt? Wie is de default ouder wanneer de school belt?
Voor de geboorte heet het het leven.
Na de geboorte is het direct je eigen verantwoordelijkheid. Handen schoongewassen, klusje geklaard, je zoekt het maar uit.
De Amerikaanse Turnaway Study maakt bovendien zichtbaar dat het weigeren van een gewenste abortus niet ophoudt bij de bevalling. Vrouwen die geen toegang kregen tot de abortus die ze zochten, hadden gemiddeld slechtere financiële, lichamelijke en gezinsuitkomsten. Voor bestaande kinderen werden eveneens nadelige economische en enkele ontwikkelingsuitkomsten gevonden.
Dat is geen argument dat een kind uit een onbedoelde zwangerschap ongelukkig of ongewenst móét zijn. Natuurlijk niet.
Het is wel een argument tegen de comfortabele gedachte dat het voortzetten van een zwangerschap alleen een morele overwinning oplevert en daarna geen materiële werkelijkheid meer heeft.
Een kind kan later diep geliefd zijn en de zwangerschap kan toch tegen de wil van degene die haar droeg zijn voortgezet.
Liefde achteraf wist dwang vooraf niet uit.
Adoptie is geen alternatief voor abortus
En dan is er nog die ogenschijnlijk eenvoudige oplossing:
Je kunt de zwangerschap toch uitdragen en het kind laten adopteren?
Nee.
Adoptie is een alternatief voor ouderschap. Niet voor zwangerschap.
Dat onderscheid wordt in abortusdebatten bijna achteloos overgeslagen.
Wie een zwangerschap uitdraagt, moet zwanger zijn. Maandenlang. Het lichaam verandert, er zijn medische controles en reële lichamelijke risico’s, daarna volgt een bevalling en herstel. Zwangerschap en geboorte kunnen gepaard gaan met ernstige complicaties; dat is precies waarom goede zorg tijdens en na een zwangerschap essentieel is. Ik deel hier wel een link waarin dit heel duidelijk uitgelegd wordt, maar dit weet iedereen ook wel toch?
Een zichtbare zwangerschap kan daarnaast gevolgen hebben voor werk, relaties, inkomen en de manier waarop de buitenwereld je behandelt.
Niets daarvan verdwijnt omdat iemand anders uiteindelijk het kind opvoedt.
Je kunt ouderschap overdragen, maar je kunt zwangerschap niet uitbesteden nadat die in jouw lichaam is begonnen.
Adoptie kan een liefdevolle en goede keuze zijn wanneer iemand daar zelf voor kiest. Maar wie een gewenste abortus weigert en vervolgens adoptie aanbiedt, lost niet noodzakelijk het probleem op waarvoor die persoon zorg zocht.
Zij zei namelijk niet per se:
ik wil geen kind opvoeden.
Zij zei:
ik wil deze zwangerschap niet voortzetten.
En daaronder ligt een veel ongemakkelijkere vraag die het adoptieargument handig overslaat:
Wie heeft besloten dat het belang van de foetus zwaarder mag wegen dan de lichamelijke autonomie van degene die zwanger is?
En op basis waarvan? Hoe? Wat? Hoe kom je hierbij?
Vaak wordt het debat voorgesteld als een botsing tussen de foetus en de moeder. Maar zelfs die woorden hebben de uitkomst al een stukje voorgekookt.
Want zij is op dat moment niet automatisch moeder.
Ze is zwanger.
Door haar moeder te noemen, schrijven we alvast een relatie, verantwoordelijkheid en zelfs een vorm van zelfopoffering aan haar toe die zij misschien helemaal niet gekozen heeft. Een moeder hoort immers te beschermen. Een moeder offert zich op. Een moeder zet haar kind voor zichzelf.
En dan ineens klinkt het egoïstisch wanneer een zwangere persoon zegt dat haar eigen lichaam, gezondheid en leven óók meetellen. Misschien nog wel zwaarder dan van een ongeboren foetus.
Dat is geen neutrale taal.
De echte morele vraag is ook niet simpelweg: wie is belangrijker, de foetus of de vrouw?
Want zodra je die vraag zo formuleert, heb je al aangenomen dat we eerst twee levens op een morele weegschaal mogen leggen en daarna het lichaam van degene die ‘verliest’ mogen inzetten voor degene die ‘wint’.
Je kunt een foetus morele betekenis geven. Je kunt beginnend leven beschermwaardig vinden. Je kunt, voor het argument, die beschermwaardigheid zelfs heel groot maken.
Dan moet nog steeds de volgende stap worden beargumenteerd:
Waarom geeft die beschermwaardigheid recht op het lichaam van een ander?
Dat volgt er namelijk niet vanzelf uit.
Zíj heeft al een leven. Zij is ook een volwaardig en gelaagd mens. Ze heeft een eigen lichaam, mensen van wie ze houdt, misschien kinderen voor wie ze al zorgt. Werk. Plannen. En God mag weten hoeveel verantwoordelijkheden nog meer. Eigen wensen en verlangens. Van haar.
Gewoon een identiteit die niet begint op de dag dat er twee streepjes op een test verschijnen.
Zwangerschap maakt een vrouw niet minder menselijk doordat er iets in haar lichaam ontstaat dat wij óók waardevol vinden.
Toch is dat feitelijk wat het adoptieargument van haar vraagt: draag maandenlang de fysieke, sociale, materiële en mentale gevolgen van een zwangerschap die je niet wilt. Dan; beval, herstel, neem afscheid en wees vervolgens tevreden dat er een oplossing is gevonden waarbij jij het kind niet hoeft op te voeden.
Voor wie was dat precies de oplossing?
Niet voor degene die niet zwanger wilde zijn.
Adoptie redt je van ouderschap. Het redt je niet van een gedwongen zwangerschap.
En wie dat onderscheid wegpoetst, heeft stilletjes al besloten wiens belangen voorrang krijgen.
Dat betekent niet dat een kind dat na een onbedoelde zwangerschap wordt geboren gedoemd is ongelukkig te zijn. Een zwangerschap kan onbedoeld zijn en een kind later intens geliefd; die werkelijkheden kunnen zonder probleem naast elkaar bestaan. Maar het kind kan hier ook zeker onder lijden. Hoe vaak hebben we dit wel niet herhaald gezien in onze geschiedenis? De veronderstelling dat een vrouw direct alles goed doet voor haar kinderen en intens van ze houdt en beschermt is enorm paternalistisch en ook onjuist. Zwangerschap of moederschap maakt vrouwen niet ineens heilig. Ze blijven mensen: gelaagd, feilbaar, verschillend, en dus ook niet automatisch in staat of bereid om onder iedere omstandigheid de moeder te zijn die wij op ze projecteren.
Bijvoorbeeld: de Turnaway Study volgde jarenlang vrouwen die een gewenste abortus wel of niet konden krijgen. De hoofdconclusie was niet dat abortus de gezondheid en het welzijn van vrouwen schaadt, maar juist dat het weigeren van een gewenste abortus samenhing met slechtere financiële, gezondheids- en gezinsuitkomsten. Onderzoek binnen die studie vond ook nadelige effecten voor bestaande kinderen en gemiddeld minder gunstige maternale bonding en economische omstandigheden bij kinderen die werden geboren nadat hun moeder een abortus was geweigerd, vergeleken met kinderen die later werden geboren nadat een vrouw eerder wel de gewenste abortus had gekregen.
Dat maakt een kind niet het probleem.
Het laat zien waarom kinderen niet gebruikt mogen worden als straf, morele les, demografische oplossing of bewijs dat de vrouw haar zwangerschap achteraf toch maar had moeten willen.
Liefde die later kan ontstaan, wist dwang aan het begin niet uit.
En misschien is dat wel het vreemdste aan het hele adoptie is toch ook een optie-argument: een persoon moet de lichamelijke, sociale, materiële en emotionele gevolgen van zwangerschap en geboorte dragen zodat iemand anders uiteindelijk het ouderschap kan krijgen, en dat wordt dan het redelijke compromis genoemd.
Een kind verdient meer dan geboren worden als oplossing voor andermans moraal. Een vrouw verdient meer dan behandeld worden als de route ernaartoe.
Waarom kunnen we hier niet gewoon normaal over praten?
Volgens mij kunnen we dat prima.
We kunnen erkennen dat mensen moreel verschillend naar beginnend leven kijken. We kunnen praten over goede zorg, veiligheid, termijnen, anticonceptie, ondersteuning en preventie. We kunnen luisteren naar verdriet zonder daar een universele waarheid van te maken, en naar opluchting zonder haar verdacht te vinden.
Wat we niet hoeven te doen, is iedere overtuiging behandelen alsof zij recht geeft op evenveel beslissingsmacht.
Dat is precies waar beide kanten een misleidende formule wordt.
Er bestaat namelijk geen compromis waarbij iemand een halve zwangerschap draagt.
Ook bestaat er geen neutrale middenweg waarbij we de beslissingsmacht verdelen, maar dan wel de lichamelijke gevolgen netjes bij dezelfde persoon laten.
Als jij geen abortus wilt, kies er dan niet voor.
Als een ander dat wel wil, hoef jij haar keuze niet mooi te vinden. Je hoeft haar reden niet te herkennen. Je hoeft haar niet dapper, verdrietig, wijs, beschadigd of zorgvuldig genoeg te vinden. Je hoeft het niet te begrijpen. Niemand vroeg daarom.
Je hoeft alleen te accepteren dat jouw geweten in jouw lichaam woont.
Het recht op abortus verplicht niemand tot abortus.
Een verbod of ontoegankelijke zorg kan iemand wél verplichten een zwangerschap voort te zetten.
Dat verschil is niet klein.
Dat is de hele zaak.
De keuze is van haar
In deel 1 ging het over gevoelens. Over het recht om opluchting te voelen, verdriet, niets, alles tegelijk, zonder dat de samenleving die emoties als bewijsstuk gebruikt.
Deel 2 ging over de ruis van buitenaf. Over controle die zich vermomt als zorg, over wetten, stigma en de verwachting dat vrouwen hun keuzes blijven uitleggen totdat iedereen om hen heen er vrede mee heeft.
Dit derde deel kan daarom maar op één plek eindigen.
Niet bij de fictie dat iedere keuze volledig vrij is. Dat is ze niet. Geen enkele menselijke keuze is dat.
Niet bij het keuzefeministische idee dat alles wat een vrouw kiest daarmee automatisch feministisch is. Dat is intellectueel te makkelijk.
Maar ook niet bij een feminisme dat de structuren zo serieus neemt dat het vervolgens opnieuw boven vrouwen gaat staan en zegt dat zij door die structuren blijkbaar niet meer zelf weten wat ze willen.
De politieke opdracht is groter én eenvoudiger.
Nogmaals; maak de omstandigheden gewoon beter. Maak het niet wederom een project voor een vrouw waar zij iets aan moet doen, die hebben we genoeg.
Bescherm vrouwen tegen huiselijk geweld en economische afhankelijkheid. Maak het mogelijk om een gewenst kind te krijgen zonder dat het vooral het leven van de moeder verkleint. Behandel abortus als zorg. Laat mannen verantwoordelijkheid nemen vóór er een zwangerschap is en vaderschap dragen nadat een kind er is. Niet met woorden, maar duidelijke wetten en regels. Net zoals bij vrouwen. Laat de mannen niet steeds buiten schot. Het zijn geen tere zieltjes, toch?
En laat degene die zwanger is beslissen of die zwangerschap doorgaat.
Niet omdat haar keuze in een vacuüm ontstond. Juist omdat haar leven dat niet doet.
We mogen de wereld analyseren waarin zij kiest. We mogen die wereld zelfs radicaal proberen te veranderen.
Maar haar lichaam is niet het reparatiemateriaal voor alles wat er in die wereld misgaat.
En misschien is dat uiteindelijk waarom abortus ons maatschappelijk zo buitenproportioneel bezighoudt. Niet omdat we bij iedere andere medische of morele beslissing zo geobsedeerd zijn door alle omstandigheden waaronder iemand iets wel of niet doet. Maar omdat voortplanting historisch nooit alleen als privézaak van vrouwen is behandeld.
Ze mag best kiezen, zolang haar keuze binnen de kaders blijft waarin anderen haar graag zien kiezen.
En daarom gaat dit stuk uiteindelijk over controle. Want dat is het. Mooi verpakt, maar het is wat het is.
Niet noodzakelijk over een kamer vol mannen die bewust besluiten vrouwen hun vrijheid af te pakken. Macht is meestal veel saaier en daardoor veel hardnekkiger. Ze zit in wetten, economische structuren, morele verwachtingen, taal, de verdeling van zorg en in de vanzelfsprekendheid waarmee de ene persoon zichzelf bevoegd acht iets te vinden van wat het lichaam van een ander moet doorstaan. In enorm veel seksisme en onjuiste aannames over wat ‘mannen’ en ‘vrouwen’ (?) zijn of moeten doen. We zijn allemaal mensen en dus doen we menselijke dingen.
De verantwoordelijkheid blijft bij vrouwen. Zodra een vrouw de uitkomst zelf wil bepalen, wordt de beslissing ineens van ons allemaal.
Dat is geen gedeelde verantwoordelijkheid.
Dat is controle.
En voor mannen ligt daar eigenlijk een heel eenvoudige grens.
Ze hoeven hun mond niet te houden over abortus. Ze mogen geloven, twijfelen, argumenteren, verdriet hebben en hun eigen morele positie bepalen.
Ze moeten alleen begrijpen waar hun stem ophoudt.
Een mening in het publieke debat is iets anders dan een stem in andermans lichaam.
Dat geldt voor Stefan Paas. Voor een partner. Voor een politicus. Voor een demonstrant voor een kliniek. Voor mij. Voor iedereen die de zwangerschap niet draagt.
Wie werkelijk verantwoordelijkheid wil delen, kan beginnen vóór een zwangerschap en doorgaan nadat er een kind is: anticonceptie, zorg, geld, nachten, ouderschapsverlof, huishoudelijk werk, mentale belasting, veiligheid.
Daar valt eindeloos veel te verdelen. Echt ein-de-loos.
Alleen het lichaam waarin de zwangerschap plaatsvindt niet. Helaas.
Vrouwen zijn geen morele oefening of oplossing voor vergrijzing. Geen lichaam waarin de samenleving haar opvattingen over goed moederschap mag uitvoeren. De wereld op z’n kop.
Vrouwen zijn mensen.
Dat klinkt bijna te simpel als slot van drie lange artikelen.
Maar misschien is het juist verbijsterend hoeveel van het abortusdebat uiteindelijk nodig is om die ene simpele gedachte niet volledig te hoeven aanvaarden.
De omstandigheden zijn van de wereld.
De keuze is van haar.




