Mijn vader zegt al zolang ik me kan herinneren ongeveer hetzelfde wanneer het over ouder worden gaat.
‘Er is ook geen alternatief.’
Daar vond mijn vijftienjarige zelf uiteraard nogal wat van. Vijftien is een heerlijke leeftijd om te geloven dat veertig oud is, vijftig vermoedelijk bejaard en echte volwassenen onderweg een geheime handleiding krijgen waarin staat hoe verantwoordelijkheid en leven in het algemeen functioneren.
Inmiddels ben ik 42 en kan ik in ieder geval één belangrijke bevinding delen.
Die handleiding bestaat niet.
Ik heb inmiddels ongeveer de leeftijd waarop ik vroeger dacht dat mensen hun leven op orde hadden - of op z’n minst begrepen waar ze in godsnaam mee bezig waren. Vanaf hier gezien is dat misschien wel een van de grappigste dingen die ik ooit heb geloofd.
Toen ik dertig werd voelde dat nog anders. Ik was kersvers moeder (vond ik toen al jong om moeder te worden en nu al helemaal) van mijn eerste baby van twee maanden en vierde het twee weken lang met een grote groep familie en vrienden op Ibiza. Dertig was in mijn hoofd blijkbaar een gebeurtenis van dusdanig historisch belang dat iedereen daar uitgebreid bij stil moest staan. Uit de twintig. Écht volwassen. Je zou verwachten dat er ieder moment iemand langskwam om mijn definitieve persoonlijkheid af te tekenen.
Ruim twaalf jaar later ben ik er steeds meer van overtuigd dat dat hele idee van een definitieve versie een misverstand is. Als het goed is blijf je jezelf namelijk ontwikkelen en daarmee ook groeien en veranderen, toch? Gelukkig maar. Dat is het mooie van het leven.
Ik weet veel meer dan toen en heb tegelijkertijd veel beter door hoeveel ik niet weet. Dat lijkt op het eerste gezicht een paradox maar is het natuurlijk helemaal niet. Begin twintig was ik dan ook ongeveer de wijsheid zelve, eind twintig trouwens ook nog behoorlijk, terwijl mijn huidige hoofd veel vaker denkt: wacht even, waarom? Dit zat er bij mij als kind echt al wel in (ik snap nu heel goed waarom dat best pittig was voor mijn ouders soms) alleen gaan die waarom vragen natuurlijk steeds dieper en verder. Ook dat groeit met je mee.
Ik kan me bijvoorbeeld afvragen waarom het zo ontzettend lekker voelt om een beha uit te trekken en waarom dit ook een best wel universele ervaring is. Ik kan een kop lezen over mannen en vegaburgers en ineens tussen identiteit, klimaat, reclame en mannelijkheid zitten, omdat een stukje vlees kennelijk een bijzonder zware culturele baan heeft gekregen. Een enthousiast pleidooi voor de vierdaagse werkweek kan me via Joke Smit, zorg, productiviteit en vaders naar de veel simpeler vraag brengen waarom acht uur betaald werk per dag eigenlijk nog steeds als een soort natuurwet overeind staat.
Een beha, een werkdag, een woord als gold digger.
Ik denk dat dit voor de meeste dingen geldt: denk er écht twee minuten langer over na en er blijkt meestal veel meer aan vast te zitten dan alleen het ding zelf.
PARELS is daar uiteindelijk uit ontstaan. Echt niet omdat ik dacht dat ik alles inmiddels beter begreep, maar omdat ik steeds minder genoegen kreeg met het punt waarop we collectief hadden besloten op te houden met doorvragen.
En sinds ik 42 ben blijft er één vrij simpele vraag terugkomen.
Waarom is ‘jong’ bij vrouwen eigenlijk een compliment?
Niet grappig, interessant, sterk, leuk, sexy of slim.
Jong. En wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Jeugdig? Onervaren? Kinderlijk? Een gezicht waar nog weinig jaren op zichtbaar zijn? Een lichaam dat nog zo dicht mogelijk tegen het meisje aan zit? Oei.
Zeg tegen een vrouw van 48 dat je haar 36 had geschat en je hebt blijkbaar iets heel aardigs gedaan. Een aantal weken geleden zag ik nog een kort pleidooi voorbij komen om vrouwen in de supermarkt bij het kopen van een flesje wijn standaard om hun ID te vragen. Want, daar zouden ze blij van worden en hun hele dag weer goed. Echt, schat? Als je daar blij van moet worden is het nog veel erger dan ik dacht maar ok. Schat haar 59 en afhankelijk van de vrouw in kwestie kun je het beste onmiddellijk emigreren. Terwijl, waarom? Ook 59 lijkt mij een hele mooie leeftijd.
Eruitzien alsof ik minder lang heb geleefd, geldt dus blijkbaar als winst. Dat vind ik op zichzelf al een totaal krankzinnig uitgangspunt.
Dat moet dan doorgaan voor een compliment. Dat je er goed uitziet voor ‘je leeftijd’, jonger wordt geschat of zelfs; naar welke kliniek ga je? Eruit zien alsof ik minder lang heb geleefd is dus blijkbaar goed? Mijn vriendinnen, familie, kinderen, man en alle andere mensen in mijn leven zal het echt niets uitmaken hoe ‘oud’ ik eruitzie. Voor weinig mensen denk ik. Dus, waar gaat dit over? Aan welke standaarden houden we ons hier nou?
Jeugd is tenslotte geen prestatie. Je hebt simpelweg nog niet zoveel jaren achter je liggen. Gefeliciteerd. Heerlijk om jong te zijn maar het één sluit het ander niet uit.
Toch gebruiken we jong bij vrouwen haast als synoniem voor goed en mooi. Daaronder ligt natuurlijk de bekende mannelijke blik, de beroemde male gaze. We zeggen zelfs zonder verdere toelichting dat iemand ‘nog jong oogt’ en weten allemaal dat daar waardering in zit. Verzorgd vind ik ook een mooie trouwens. Daar blijken voor mannen en vrouwen ineens heel andere maatstaven onder te liggen.
Susan Sontag noemde dat ruim vijftig jaar geleden al de double standard of aging. Een man kon volgens haar cultureel aantrekkelijk zijn als jongen én als man, terwijl voor een vrouw het meisje veel langer de maatstaf bleef. Onderzoek daarna heeft verschillende delen daarvan steeds opnieuw teruggevonden: vrouwen worden eerder als oud gezien, leeftijd drukt zwaarder op de beoordeling van vrouwelijke aantrekkelijkheid en zelfs gepercipieerde vrouwelijkheid daalt met leeftijd waar mannelijkheid bij mannen veel minder dezelfde klap krijgt.
Dat is op zichzelf al merkwaardig.
Maar schoonheid vind ik eigenlijk nog maar het begin.
Want wat verheerlijken we precies wanneer we het meisje verheerlijken?
Een jongere vrouw heeft minder jaren gehad om ervaring op te bouwen, geld te verdienen, een netwerk te maken, professioneel ergens heel goed in te worden, allerlei soorten relaties mee te maken, een paar keer tegen dezelfde muur te lopen en te ontdekken dat het misschien gewoon een muur is.
Ze heeft minder vergelijkingsmateriaal.
Dat betekent natuurlijk niet dat iedere vrouw met ieder jaar wijzer, rijker en vrijer wordt. Was het leven maar zo keurig. Gezondheid is geluk, net als de omstandigheden waarin je geboren wordt en een hele stapel andere dingen waar mensen verrassend graag persoonlijke verdienste van maken. Klasse, racisme, beperking, zorg, geld en pech verdwijnen ook niet omdat er een verjaardagskaarsje bijkomt. Helaas.
Maar tijd kan wel iets opbouwen.
Je hebt vaker meegemaakt hoe iemand praat wanneer hij of zij iets van je wil. Je hebt misschien geleerd dat een grens trekken niet automatisch betekent dat iedereen je verlaat. Je hebt werk gedaan, dingen geprobeerd, fouten gemaakt, mensen verloren, nieuwe mensen gevonden en een paar keer meegemaakt dat iets waarvan je zeker wist dat het het einde van de wereld was achteraf helemaal niet zo heftig was.
Dat is precies waarom ik het hele ideaal van vrouwelijke jeugd inmiddels veel interessanter vind dan een debat over rimpels.
Het patriarchaat is geen vent met een snor die op een dag besluit dat vrouwen vooral jong moeten blijven. Het is een systeem waarin vrouwelijkheid eeuwenlang gekoppeld is geraakt aan eigenschappen die zeer weinig macht opleveren: schoonheid, jeugdigheid, zachtheid, dienstbaarheid, afhankelijkheid, seksuele aantrekkelijkheid zonder al te veel seksuele autonomie, slim genoeg maar niet bedreigend, aanwezig maar niet dominant. Je kent dit riedeltje vast wel.
En het meisje past daar heel gemakkelijk in. Veel te makkelijk.
Een volwassen vrouw is een veel ingewikkelder figuur.
Onderzoek naar vrouwen in midlife laat bovendien precies die andere kant zien: vrouwen beschrijven in deze levensfase ook meer autonomie, zelfvertrouwen en onafhankelijkheid. Dat past slecht bij het culturele verhaal waarin middle age hoofdzakelijk iets is wat een vrouw moet proberen te verbergen.
Ik zit er inmiddels dik in en in mijn eigen ervaring kan ik je vertellen dat ik me echt in een soort tweede puberteit-achtige fase bevindt. Niet als tiener uiteraard, maar deze keer als volwassen mens. Ik merk het ook om me heen. Mensen gaan scheiden, beginnen opnieuw, veranderen van werk, krijgen andere ritmes; ik maak zelf veel nieuwe vrienden en vriendinnen en we gaan met z’n allen ook weer veel vaker op stap dan een jaar of tien geleden. Voor degenen met kinderen worden die vaak zelfstandiger, anderen hadden die ruimte misschien al op een andere manier, maar hoe dan ook lijkt er iets open te gaan. En misschien komen vrouwen elkaar rond deze leeftijd ook gewoon weer op een ander, heerlijk niveau tegen. Je groeit sommige vriendschappen uit, soms groeit iemand jou uit, oude mensen kunnen terugkomen en ondertussen wandelen er nieuwe vrouwen binnen die veel beter passen bij wie je nú bent. Hoe leuk is dat?
En misschien is dat waarom ik ineens zo’n lol krijg in al die kleine dingen die we ‘persoonlijke voorkeur’ noemen. Want is dat het echt? Die voorkeuren zijn namelijk 9 van de 10 keer hetzelfde, dus daaruit volgt dat er echt wel méér achter moet zitten.
Ik draag bijvoorbeeld mascara. Vind ik mooi, zeg ik tegen mezelf.
Ik scheer mijn benen. Waarom niet? Altijd al wel gedaan en is gewoon verzorgd en self-care om lekker met jezelf op deze manier bezig te zijn, toch?
Het wordt wel interessanter en leuker zodra je één vraag verder gaat.
En als het puur en volledig uit mijzelf komt, waarom blijken miljoenen andere vrouwen toevallig op ongeveer dezelfde lichaamsdelen dezelfde spontane voorkeur te hebben?
Waarom dragen zo weinig mannen mascara als donkere en langere, vollere wimpers zo vanzelfsprekend als mooier gezien worden?
Waarom is lichaamshaar bij mannen zo probleemloos onderdeel van een volwassen lichaam en bij vrouwen een klusje?
Waarom noemen we een mannelijk gezicht zonder make-up normaal en een vrouwelijk gezicht zonder make-up soms moe en vaak in ieder geval ‘onverzorgd’?
Ik vind het veel te eenvoudig om daarop te antwoorden: nou ja, ik doe het voor mezelf. Zo ver komen we allemaal wel en keuzefeminisme zijn we wel voorbij, toch?
Waar hebben we dus geleerd wat mooi is. Dat kán moeilijk puur objectief zijn wanneer zoveel van die voorkeuren cultureel dezelfde richting op wijzen.
Een voorkeur wordt heus niet nep zodra je ontdekt dat cultuur eraan heeft meegeschreven. Bijna niets aan een mens ontstaat in volledige afzondering. We leven nu eenmaal niet in een vacuüm en alles waar je complimenten voor kreeg of juist kritiek vormen je.
Je hoeft je mascara dus helemaal niet in te leveren. Lekker zelf weten, dat is het punt niet.
Je kunt hem ook opdoen en ondertussen denken: funny that.
Is toch veel fijner en interessanter om hier even bij stil te staan dan om een nieuw voorschrift waarin de ‘goede feminist’ ineens alles wat traditioneel vrouwelijk is moet afzweren. Dan heb je alleen een nieuwe meetlat gemaakt. Want waarom is dit ook? Waarom zijn de zaken die wij ‘traditioneel vrouwelijk’ noemen ondergeschikt aan het mannelijke? Hetzelfde zie je in hoe makkelijk meisjes traditioneel mannelijke dingen mogen overnemen en hoe snel jongens worden gecorrigeerd zodra iets vrouwelijk wordt.
Een meisje in blauw: niets aan de hand. Een jongen in roze: compleet ander verhaal. Dat zegt uiteindelijk net zoveel over onze waardering van vrouwelijkheid als over gender zelf.
We ontvangen als vrouw-zijnde allemaal dezelfde boodschappen:
Anti-aging
Age reversal
Preventative/baby Botox
Collageen
Stevigheid
Elasticiteit
Lifting
Correcting
Preventing
Vooral voorkomen dat iemand kan zien dat er leven heeft plaatsgevonden
Ik zou mijn jaren als twintiger en dertiger absoluut niet willen inruilen. Juist niet, die jaren brengen mij nu hier en ik had vroegah dus écht niet geloofd dat ik me nu zou voelen zoals ik me voel.
Ik ga de laatste jaren weer veel vaker op stap en vind dat heerlijk. Ook zit ik veel vaker in het weekend thuis, lekker op de bank met een stapeltje boeken. Net waar ik zin in heb.
Wat me misschien nog wel het meest heeft verrast, is hoeveel nieuwe vrouwen er juist nú mijn leven binnenkomen. Ik had daar nooit bewust een theorie over, maar kennelijk zat ergens in mijn hoofd toch het idee dat je de belangrijkste vriendinnen vroeg verzamelde en daarna vooral onderhoud ging plegen. En wat een verijking en verrassing is dit!
Sommige vriendschappen groeien uit elkaar, soms groei jij weg, soms iemand anders, soms vind je elkaar later weer en ondertussen kan er gewoon iemand binnenlopen die precies past bij de versie van jou die vandaag bestaat. Misschien komen vrouwen rond deze levensfase elkaar inderdaad ook op een ander niveau tegen; met meer geschiedenis, minder bewijsdrang en een beter idee van waar ze wel en geen zin in hebben.
Ik vind dat echt een van de leukste verrassingen van ouder worden: je kring hoeft niet langzaam dicht te groeien. Er kunnen gewoon nieuwe mensen bij.
PARELS heet trouwens PARELS door een vriendin. Zij noemde mij steeds Parel, ik haar terug en toen er in de jaren daarna een groep vrouwen om ons heen ontstond, waren we op een gegeven moment allemaal parels.
Ik vind die naam nu eigenlijk steeds mooier worden. Niet vanwege iets keurigs en glanzends in een sieradendoosje, maar juist vanwege de vrouwen zelf. Hun geschiedenis. Humor. Tegendraadsheid. Heeeerlijke eigenaardigheden. Tegenstellingen. De dingen die ze twintig jaar geleden deden en waar je ze nog steeds mee kunt lastigvallen. En zeker niet in de laatste plaats omdat, heel cliché ik weet het, Parels ontstaan door wrijving.
Sommige intimiteit kan alleen bestaan doordat tijd voorbijgaat. Een vriendin kan je pas twintig jaar kennen nadat jullie twintig jaar hebben geleefd. Een grap kan pas zestien jaar geschiedenis hebben nadat er zestien jaar voorbij zijn.
En tegelijkertijd kan morgen iemand binnenkomen die over vijf jaar onmisbaar is.
Dat is toch fan-tas-tisch?
Je wereld hoeft niet langzaam dicht te groeien. Kan wel natuurlijk, juist een kleiner leven. Maar juist alles is mogelijk op dit punt. Dat ís het punt.
Ook zeker qua werk. Ook dáár zit zo’n vreemd idee onder dat je ergens vroeg kiest wat je bent en vervolgens vooral beter moet worden in die gekozen versie.
Waarom eigenlijk?
Je verandert voortdurend. De wereld verandert, altijd. Je leert waar je goed in bent en soms vooral waar je helemaal geen zin (meer) in hebt. Werk dat op je 28e perfect bij je paste hoeft dat op je 42e niet meer te doen, en iets waarvan je op je dertigste niet eens wist dat het bestond kan later ineens exact het werk zijn dat je wilt maken.
Ik voel dat zelf heel sterk. Dat is ook gewoon heel logisch?
We accepteren probleemloos dat iemand op zijn achttiende nog in ontwikkeling is en houden dat dan tegen een bepaalde standaard aan van je hebt nog niet genoeg ervaring dus… En dan later als je wat meer levenservaring hebt ben je ineens ‘te oud’. Het is dus nooit volmaakt. En daar moet je lekker lak aan hebben. Ook dat komt echt met de leeftijd dus is het heel raar als ik zeg dat ik ondertussen echt wel heel actief uitkijk naar nog meer jaren achter mij met een soort van nieuwe onbevangenheid ook voor de jaren die nog voor me liggen? I think not…
Onderzoek naar ondernemerschap maakt trouwens het clichébeeld van jeugd ook aardig belachelijk. Bij de snelst groeiende Amerikaanse nieuwe ondernemingen lag de gemiddelde oprichtersleeftijd rond de 45. En ik zie en hoor het om mij heen ook enorm veel. Ervaring blijkt voor het bouwen van iets nieuws dus bepaald geen hinderlijke afwijking te zijn.
Het grappige is dat precies rond die leeftijd een vrouw online ook steeds nadrukkelijker wordt verteld hoe ze moet voorkomen dat iemand kan zien dat ze die leeftijd heeft.
Vijfenveertig jaar kennis, werk, mensen, mislukkingen, vaardigheden en geschiedenis verzameld?
Heel goed, top.
Heb je je nek al gezien?
We praten over midlife alsof het een soort tussenstation richting oud is, terwijl het voor iemand die het geluk heeft tachtig of ouder te worden letterlijk midden in een enorm volwassen leven ligt.
Als je volwassenheid heel simpel vanaf achttien telt en tachtig mag worden, heb je 62 volwassen jaren. Op je 42e zijn daar 24 van voorbij.
Dan heb je dus meer volwassen jaren vóór je dan achter je. Je gaat het op dit punt natuurlijk ook nooit weten, hoe oud je gaat worden.
Maar dit rekensommetje vind ik lekker bevrijdend.
Waarom zouden we het enorme stuk volwassen leven dat mogelijk nog volgt behandelen als een soort uitloop? Nee joh!
Misschien is coming of age daarom ook zo’n grappige term.
We hebben bibliotheken vol verhalen over de eerste overgang naar volwassenheid. Eerste liefde, eerste seks, eerste huis, eerste baan, vertrekken, ontdekken wie je bent.
En daarna? Ben je gevonden? Ben je klaar als mens?
Ik vind coming of middle age veel leuker.
Als erkenning dat je halverwege helemaal opnieuw kunt opkijken.
Wie ben ik inmiddels geworden zonder dat ik het merkte? Want echte groei gaat vaak ongemerkt. Je hoeft jezelf echt niet continu te ‘optimaliseren’ om die uitkomst te krijgen hoor, dat doet het leven met je. Gratis en vanzelf.
Welke dingen doe ik omdat ik ze echt graag doe en welke ben ik ooit gaan doen omdat ze zo vanzelfsprekend waren dat ik nooit bedacht dat ik ook kon stoppen?
Welk werk wil ik nu? Welke mensen wil ik om me heen? Waar wil ik mijn tijd eigenlijk aan uitgeven? Welke norm heb ik jarenlang aangezien voor mijn persoonlijkheid?
Daar komt een lekkere vorm van vrijheid in.
Niet de Instagramvrijheid waarin je op je 42e eindelijk volledig geheeld, ontwaakt en ongevoelig voor meningen bent. Ik ben nog gewoon een mens, helaas.
Ik hoef niet dezelfde vrouw te blijven alleen omdat ik lang genoeg mijn best heb gedaan om haar te worden. Je ontgroeit jezelf ook.
Met werk gebeurt eigenlijk hetzelfde. We doen alsof je vroeg kiest ‘wat je bent’ en daarna vooral beter moet worden in die gekozen versie. Waarom?
Werk dat op je 28e precies paste, hoeft op je 42e niet meer te passen. Je bent veranderd, de wereld is veranderd en er bestaan inmiddels beroepen en mogelijkheden waar je twintig jaar geleden niet eens uit had kunnen kiezen.
Ik merk zelf dat ik nu méér ambitie heb dan vroeger, maar heel anders. Minder interesse in hét antwoord op de vraag wat ik wil gaan doen en veel meer zin om iets te bouwen dat bij mijn leven nú past. In de volle wetenschap dat dat echt wel weer kan veranderen en waarschijnlijk ook gaat doen. Waarom onszelf vaak zo beperken?
Mijn 23-jarige zelf reisde een jaar door Zuid-Amerika en kon zich waarschijnlijk onmogelijk voorstellen wat ik vandaag aan het doen ben. Mijn 32-jarige zelf verhuisde met twee piepkleine kinderen naar Brussel, onderschatte volkomen hoe moeilijk dat zou zijn en gaf zichzelf daar de schuld van. Tien jaar later zie ik dezelfde ervaring anders. Het was achteraf niet ineens makkelijk, maar je kunt pas later zien wat het je óók heeft gebracht. Perspectief.
Dat is volgens mij het heerlijke aan jaren hebben: je krijgt niet alleen meer ervaringen, je krijgt ook nieuwe perspectieven op je oude ervaringen.
Dat is leven.
En ineens begrijp ik mijn vader steeds beter.
‘Er is ook geen alternatief.’
Ouder worden is een privilege om de meest ongezellige reden denkbaar: het alternatief is doodgaan. Wie jong sterft ontmoet die nieuwe vriendin niet. Begint die onderneming niet. Verandert niet alsnog van mening. Kan niet terugkijken naar haar 42-jarige zelf en denken: zo, wat wist ze toen nog weinig.
Ik wil dus helemaal niet ‘jong blijven’.
Dat betekent niet dat ik geen zin heb om gezond te blijven of zo lang mogelijk mee te gaan. Graag zelfs.
Alleen wil ik niet doen alsof het bewijs dat dat lukt eruit bestaat dat niemand kan zien hoeveel jaren ik inmiddels heb geleefd. Wat is dat toch?
Ik ben 42. Dat is gewoon mijn leeftijd. Geen compliment, geen probleem en vooral geen stadium waar ik ‘nog goed voor’ moet zijn.
Wie jong sterft ontdekt niet hoe 42 voelt. Of 52. Of 67.
Dat vooruitzicht vind ik oneindig aantrekkelijker dan het idee dat ik mezelf ooit eindelijk ‘gevonden’ zou hebben.
Niet in de zoete betekenis waarin we verplicht dankbaar naar iedere lichamelijke verandering moeten kijken en iedere rimpel een rivier van wijsheid noemen.
Soms is iets gewoon kut. Punt. Het privilege zit in iets veel fundamentelers.
Ontdekken, steeds maar weer, lijkt me veel leuker.
Coming of Middle Age.
Heerlijk.

Nog even verder verdwalen?
Ik wilde minder social media. Nu zit ik hier.
Op de foto boven dit stuk sta ik in een enorm landschap met twee zwarte veren in mijn handen. Ik zie eruit alsof ik zojuist de bewoonde wereld heb afgezworen en voortaan uitsluitend op intuïtie, frisse lucht en vulkanisch gesteente zal leven.
Onzichtbaar seksisme, mental load en de stille verschuiving van het leven na je 40e
Er zijn complimenten waar vaak werk in verstopt zit.
Nog niet bij PARELS?
Meld je gratis aan en krijg direct je eerste PAREL.
PARELS doorgeven?
Twee nieuwe lezers = iets leuks in je mail.









Een herkenbare levensfase waarover je schrijft. Ik ben 43 en merk dat alles gaat schuiven, maar dichter naar mezelf toe. Interesses die ik als kind had komen terug. Vriendschappen worden oprechter, opener. En ik ben me veel bewuster van wie ik ben en wie ik volgens mijn omgeving zou moeten zijn. En wat ik daarmee doe. Waar ik eerst tegen ouder worden opzag, zou ik het nu niet willen missen. Behalve het lichamelijke ongemak, de perimenopauze genoemd.
Prachtige post weer! Mooi hoe "Parels" is ontstaan. Ik voel elk woord. Ik las ooit ergens: " Wie bang is om dood te gaan vergeet te leven." En dat voelde als een bevrijding.